100% de satisfacción garantizada Inmediatamente disponible después del pago Tanto en línea como en PDF No estas atado a nada 4,6 TrustPilot
logo-home
Resumen

Samenvatting Hoe zijn wij ontwikkeld

Puntuación
-
Vendido
-
Páginas
14
Subido en
23-10-2021
Escrito en
2020/2021

Erfelijkheid en evolutie vervolg

Nivel
Grado









Ups! No podemos cargar tu documento ahora. Inténtalo de nuevo o contacta con soporte.

Escuela, estudio y materia

Institución
Escuela secundaria
Nivel
Grado
Año escolar
4

Información del documento

Subido en
23 de octubre de 2021
Número de páginas
14
Escrito en
2020/2021
Tipo
Resumen

Temas

Vista previa del contenido

Biologie samenvatting toetsweek 2
H5 erfelijkheid + H6.1 + H7.1 t/m H7.5 + aantekeningen, stencils en info Its Learning



Par. 5.1

- Fenotype= al je waarneembare eigenschappen (kan beïnvloed worden door het milieu of
leefstijl)
- Genotype= de erfelijke info van een organisme, opgeslagen in zijn chromosomen
- Genoom= complete genetische samenstelling van een organisme, cel of virus

Cholesterol via vet voedsel in je bloed. Genen in cellen van lever en spieren maken cholesterol aan
(80% maak je zelf aan). Bloed vervoert hydrofobe cholesterol in blaasjes, om die op te nemen
gebruiken cellen speciale receptoren  maken endocytose van de blaasjes mogelijk.




Mutaties door bepaalde stoffen, straling en zelfs de eigen lichaamswarmte leiden tot verandering in
het DNA en variatie in genotypen.

- Allelen= varianten van een gen

Een aantal allelen leiden tot receptoren die vrijwel normaal werken; ze zijn niet schadelijk. Bij
familiaire hypercholesterolemie (FH) spelen wel allerlei schadelijke allelen een rol. Dat kan leiden tot
een verlaagde productie van receptoren of niet goed werkende receptoren  cellen kunnen te
weinig cholesterolblaasjes uit bloed halen  verhoogd cholesterolgehalte

- Haplotype= de combinatie waarin de allelen samen op 1 chromosoom voorkomen (voor
ieder chromosoom een groot aantal haplotypen)

Chromosoom (2n = 46= diploïd) bestaat uit DNA
en histonen  DNA bestaat uit nucleotiden

Een gameet (voortplantingscel) is enkelvoudig (1n
= 23 = haploid)  na bevruchting ontstaat zygote
(diploïde cel)

Soorten Chromosoommutaties:

- Deletie= verwijderen van DNA-segment
- Duplicatie= verdubbelingen van DNA-
segment
- Inversie= omdraaien DNA-segment
- Translocatie= bv. DNA-segment van het ene chromosoom naar ander (niet homologe)
chromosoom

, Par. 5.2

Homologe chromosomen= chromosomen die twee aan elkaar gelijk zijn en informatie
bevatten over dezelfde onderwerpen

Karyogram= chromosomenportret in volgorde van lang naar kort

Karyotype= kort opgeschreven formule die beschrijft hoe bij een bepaald individu het
karyogram eruitziet (menselijke telt 23 paar chromosomen)

Autosomen= alle chromosomen, behalve het X en Y chromosoom (paar 1 t/m 22)

Geslachtschromosomen= het X en Y chromosoom (23e paar)

SRY-gen= een gen op het Y-chromosoom dat de ontwikkeling van het
embryo in de mannelijke richting stuurt (1 van de 15 genen op het Y-
chromosoom)

FH-patiënten: een paar basen bij een van beide allelen zijn op
chromosomenpaar 19 weggevallen in het LDLR-gen  cellen onvoldoende
werkzame receptoren aanmaken.  genmutatie (niet te zien in
karyogram)

Monosomie en trisomie= een chromosoom te weinig of te veel. Zo’n
wijziging in het aantal chromosomen heet een genoommutatie. 
ontstaan door fout tijdens meiose  aanleiding tot ernstige afwijkingen of
niet levensvatbare embryo’s.

Syndroom van Turner: meisjes met dit syndroom hebben maar 1 X-
chromosoom en zijn vaak klein en hebben een hartafwijking (monosomie,
karyotype: 45,X).

Trisomie 21= 47,XX,+21 of 47,XY,+21  een voorbeeld van trisomie door een extra chromosoom 21.
Kinderen met het downsyndroom ontwikkelen zich langzamer en hebben een kortere
levensverwachting.

Chromosoommutatie= verandering in het erfelijk materiaal. Oorzaak: translocatie= verandering in
het erfelijk materiaal waarbij delen van 2 chromosomen zijn uitgewisseld of waarbij een
chromosoomdeel is verplaatst naar een ander chromosoom.  translocatie geen invloed op de
drager  kinderen van drager kans op mono- of trisomie omdat
geslachtscellen van drager afwijken.

Crossing-over= uitwisseling van gelijke stukken DNA tussen 2 homologe
chromosomen, waardoor recombinatie van het haplotype optreedt.

Translocatie tussen chromosoom 4 en 18. De vader met dit karyogram heeft
geen extra DNA en een normaal fenotype. Zijn zoon kreeg van hem het grote
chromosoom 18 (met een stukje van 4 eraan) plus het gewone chromosoom 4.
Het gevolg was een gedeeltelijke trisomie 4.

Puntmutatie= verandering in 1 basenpaar  in het eiwit dat de cel met deze code maakt, kan
daardoor eventueel een ander aminozuur terechtkomen waardoor de werking van het eiwit kan
veranderen. Cellen herstellen de meeste puntmutaties zelf.
$5.51
Accede al documento completo:

100% de satisfacción garantizada
Inmediatamente disponible después del pago
Tanto en línea como en PDF
No estas atado a nada

Conoce al vendedor
Seller avatar
NWK2005

Documento también disponible en un lote

Conoce al vendedor

Seller avatar
NWK2005 Saxion Hogeschool
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
1
Miembro desde
4 año
Número de seguidores
1
Documentos
86
Última venta
3 año hace

0.0

0 reseñas

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recientemente visto por ti

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes