Zelfstudie 3: RNA processing (samenvatting + uitgewerkte
vragen)
Moleculaire biologie (Universiteit Antwerpen)
StuDocu wordt niet gesponsord of ondersteund door een hogeschool of universiteit
Gedownload door Jitse Opdebeeck ()
, lOMoARcPSD|4217152
Zelfstudie 3: RNA processing in eukaryoten
Structurele genen van eukaryoot DNA bestaat uit exonen
en intronen.
Na transcriptie ontstaat pre mRNA (DNA pre mRNA)
De intronen ondergaan dus wel transcriptie maar
geen translatie.
Tijdens RNA processing worden de intronen verwijderd
en blijven de exonen (coderend deel) over.
pre mRNA mature mRNA, hierna gaat mature mRNA pas uit de kern naar het cytosol waar
translatie
plaatsvindt.
1. Intronen
Intronen komen voor in vele eukaryote genen, bij zoogdieren bezitten bijna alle genen intronen.
Bij eencellige eukaryoten komen introns minder voor dan bij meercellige eukaryoten.
Intronen komen uitzonderlijk voor bij prokaryoten.
Voorbeeld: dystrofine gen bij mens: 79 exonen en 78 intronen
2. Spliceosoom
= complex dat de introns verwijderd.
Structuur: Spliceosoom bestaat uit subeenheden = snRPs (snurp)
snRP bestaat uit: - small nuclear RNA (functioneel product van niet-structurele genen)
- proteïnen
Herkenningssignalen:
- intron/exon grenzen: 5’ splice kant = splice donor
3’ splice kant = splice acceptor
- branch point
3. RNA processing: splicing proces
STAP 1: eerste twee subeenheden binden aan 5’ splice site en branch punt
2BMW zelfstudie moleculaire biologie Lise Bleys
Gedownload door Jitse Opdebeeck ()