Present simple - Als iets altijd, vaak of - I always walk to school.
(hele werkwoord, regelmatig gebeurt - She often listens to music.
Bij he/she/it -> werkwoord + s) - Als iets een gewoonte is - He speaks four languages.
- Als een situatie blijvend is - The shops close early today.
- Als iets in het algemeen zo is - Our train leaves at 4.13 pm.
- Bij roosters en tijdschema’s
Present continious - Als je het hebt over een - I am lying on the grass.
(am/is/are + werkwoord + ing) activiteit van tijdelijke aard, die - He is constantly bullying my
I -> am bezig is brother.
He/she/it -> is - Als iets jou irriteert - They’re getting married next
You/we/they -> are - Verwijzing naar de toekomst week.
Present perfect - Om aan te geven dat iets in - She has worked here for ten
(have/has + voltooid het verleden is begonnen en years now.
deelwoord) tot nu toe voortduurt - I have always liked coffee.
I/you/we/they -> have - Om aan te geven dat iets in - Could you give me af lift?
He/she/it -> has het verleden is gebeurd en dat I have missed the bus.
je daar nu het resultaat van - Arsenal have won the cup
merkt. Het resultaat is again.
belangrijker dan waar of
wanneer.
Present perfect continious - Om aan te geven dat iets in - He has been nagging me
(have/has + been + werkwoord het verleden is begonnen en about it the whole time.
+ ing) tot nu toe voortduurt en je - We have been doing
I/you/we/they -> have nadruk wilt leggen op het feit homework since this morning.
He/she/it -> has dat het lang duurde of jou
irriteerde.
Past simple - Als iets in het verleden is - I saw him yesterday.
(werkwoord + ed of 2e rijtje gebeurd/geweest en ook - We went tot the swimming
van onregelmatige duidelijk voorbij is. pool last week.
werkwoorden) - I worked at home yesterday.
Past continious - Als je het hebt over een - I was washing the car when
(was/were + werkwoord + ing) activiteit die van tijdelijke aard, he called me.
I/he/she/it -> was die bezig was. - She was talking to her mom.
You/we/they -> were - Als iets jou irriteerde - My sister was constantly
teasing my niece.
Past perfect - Om aan te geven dat iets - After we had eaten we went
(had + voltooid deelwoord of langer geleden is gebeurd dan out.
3e rijtje van onregelmatige iets anders. - I had eaten breakfast before i
werkwoorden) - Indirecte rede went to school.
- She said she had been there
several times.
Past perfect continious - Als je het hebt over iets wat - They had been running for 10
(had + been + werkwoord + in het verleden begon en minutes before they got tired.
ing) duurde tot een andere - He failed because he had not
gebeurtenis in het verleden. been paying attention.
- Oorzaak en gevolg aangeven