Werkgroep week 1 Rechtsmachtverdeling
Bestudeer nauwgezet de volgende vier uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad
van State.
- Long Lin, ABRvS 10 april 1995, AB 1995, 498 m.nt. G.A. van der Veen
- Terugvordering subsidie, ABRvS 21 oktober 1996, AB 1996, 496 m.nt. NV
- Van Vlodrop I, ABRvS 6 mei 1997, AB 1997, 229 m.nt. PvB
- Vergoeding bedrijfsverplaatsing, ABRvS 11 mei 1998, AB 1998, 298 m.nt. M.J. Jacobs.
Geef van alle vier de uitspraken aan op welke grond de bestuursrechter de bestuurshandeling
aanmerkt als een besluit in de zin van art. 1:3 Awb.
Op basis van de rechtspraak van de bestuursrechter zijn de volgende titels voor publiekrechtelijk
overheidsoptreden te onderscheiden:
1. Een specifieke wettelijke titel
2. Een algemene wettelijke titel
3. Een beleidsregel
4. Een publieke taak
5. Ongeschreven recht
6. Internationaal recht of Unierecht
Long Lin (grondslag: ongeschreven internationaal recht en een publieke taak)
De Staat weigert het zeeschip ‘’Long Lin’’ dat in zeer slechte staat verkeert toegang tot de
Nederlandse territoriale wateren. Hoewel het mogelijk was geweest de weigering aan te merken als
een privaatrechtelijke weigering op grond van de eigendomsbevoegdheid, werd dit niet gedaan
door de Afdeling (art. 5:25 BW). Publieke taak uitoefenen zou in dit geval ook via de
privaatrechtelijke weg kunnen gaan, maar dit was niet de redenering van de Afdeling. Publieke
taak jurisprudentie zit daarmee op de grensvlak van het publiekrecht en privaatrecht. De Afdeling
ziet in de weigering een beschikking van de minister van Verkeer en Waterstaat. De bevoegdheid
voor deze toegangsweigering lag niet in een wettelijk voorschrift, maar werd door de Afdeling in iets
anders gevonden. De Staat is beheerder van de Nederlandse territoriale wateren en acht zich in dit
verband verplicht ervoor zorg te dragen dat het vaarwater aan zijn bestemming beantwoordt, zo
overweegt de Afdeling. Het bestreden besluit is volgens de Afdeling genomen ter uitvoering van deze
publiekrechtelijke taak. Vervolgens overweegt de Afdeling: ‘’De Staat der Nederlanden en daarmee
verweerder (de minister) ontleent de bevoegdheid tot het opleggen van een verbod in beginsel aan
de soevereiniteit van de Staat’’. Hier wordt als het ware een bestaande privaatrechtelijke
bevoegdheid getransformeerd tot een publiekrechtelijke bevoegdheid.
Het komt voor dat verschillende titels worden gecombineerd in het oordeel van de rechter om tot de
conclusie te komen dat sprake is van publiekrechtelijk handelen. Zo wordt in de Long Lin uitspraak
een publiekrechtelijke titel door de rechter gevonden in een ongeschreven volkenrechtelijk concept
(staatssoevereiniteit o.g.v. een verdrag) via de band van de publieke taak.
Bestudeer nauwgezet de volgende vier uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad
van State.
- Long Lin, ABRvS 10 april 1995, AB 1995, 498 m.nt. G.A. van der Veen
- Terugvordering subsidie, ABRvS 21 oktober 1996, AB 1996, 496 m.nt. NV
- Van Vlodrop I, ABRvS 6 mei 1997, AB 1997, 229 m.nt. PvB
- Vergoeding bedrijfsverplaatsing, ABRvS 11 mei 1998, AB 1998, 298 m.nt. M.J. Jacobs.
Geef van alle vier de uitspraken aan op welke grond de bestuursrechter de bestuurshandeling
aanmerkt als een besluit in de zin van art. 1:3 Awb.
Op basis van de rechtspraak van de bestuursrechter zijn de volgende titels voor publiekrechtelijk
overheidsoptreden te onderscheiden:
1. Een specifieke wettelijke titel
2. Een algemene wettelijke titel
3. Een beleidsregel
4. Een publieke taak
5. Ongeschreven recht
6. Internationaal recht of Unierecht
Long Lin (grondslag: ongeschreven internationaal recht en een publieke taak)
De Staat weigert het zeeschip ‘’Long Lin’’ dat in zeer slechte staat verkeert toegang tot de
Nederlandse territoriale wateren. Hoewel het mogelijk was geweest de weigering aan te merken als
een privaatrechtelijke weigering op grond van de eigendomsbevoegdheid, werd dit niet gedaan
door de Afdeling (art. 5:25 BW). Publieke taak uitoefenen zou in dit geval ook via de
privaatrechtelijke weg kunnen gaan, maar dit was niet de redenering van de Afdeling. Publieke
taak jurisprudentie zit daarmee op de grensvlak van het publiekrecht en privaatrecht. De Afdeling
ziet in de weigering een beschikking van de minister van Verkeer en Waterstaat. De bevoegdheid
voor deze toegangsweigering lag niet in een wettelijk voorschrift, maar werd door de Afdeling in iets
anders gevonden. De Staat is beheerder van de Nederlandse territoriale wateren en acht zich in dit
verband verplicht ervoor zorg te dragen dat het vaarwater aan zijn bestemming beantwoordt, zo
overweegt de Afdeling. Het bestreden besluit is volgens de Afdeling genomen ter uitvoering van deze
publiekrechtelijke taak. Vervolgens overweegt de Afdeling: ‘’De Staat der Nederlanden en daarmee
verweerder (de minister) ontleent de bevoegdheid tot het opleggen van een verbod in beginsel aan
de soevereiniteit van de Staat’’. Hier wordt als het ware een bestaande privaatrechtelijke
bevoegdheid getransformeerd tot een publiekrechtelijke bevoegdheid.
Het komt voor dat verschillende titels worden gecombineerd in het oordeel van de rechter om tot de
conclusie te komen dat sprake is van publiekrechtelijk handelen. Zo wordt in de Long Lin uitspraak
een publiekrechtelijke titel door de rechter gevonden in een ongeschreven volkenrechtelijk concept
(staatssoevereiniteit o.g.v. een verdrag) via de band van de publieke taak.