Verbintenissenrecht samenvatting
College 1: Begrippen, totstandkoming en vertegenwoordiging
Kernbegrippen van het verbintenissenrecht
- Verbintenis
- Overeenkomst
- Rechtshandeling
Wat is een verbintenis
- Klassieke betekenis:
Vermogensrechtelijke rechtsbetrekking: tussen twee of meer bepaalde personen
waarbij de een tot een bepaalde prestatie is gerechtigd waartoe de ander verplicht is.
Verplichting Vorderingsrecht = opeisbaar! Dus belangrijk!
Behalve de natuurlijke verbintenis, zie artikel 6:3 BW
- Kale verplichting: geen verbintenis
Tegenover verplichting van de een staat geen (privaatrechtelijk) vorderingsrecht van
de ander
Hoe ontstaat een verbintenis?
, Totstandkoming overeenkomst, artikel 6:217 BW
Rechtshandeling
- Artikel 3:33 BW: wil + verklaring, artikel 3:37 BW
Maar er kan sprake zijn van discrepantie wil en verklaring:
1) Wil en verklaring stemmen niet met elkaar overeen.
2) Wil en verklaren stemmen op het moment van sluiten wel overeen maar dat
komt door een geestelijke stoornis.
1) Discrepantie wil en verklaring
- Wil is niet gelijk aan verklaring: rechtshandeling is nietig
Inhoud van verklaring berust op verspreking
Inhoud wordt onjuist overgebracht
Inhoud van de verklaring wordt door partijen verschillend opgevat (misverstand)
Arrest: HR Bunde/Erckens + criteria
Verklaring richt zich op een verkeerd persoon (afdwaling)
Rechtsgevolg = nietige rechtshandeling
Tenzij wederpartij een beroep kan doen op artikel 3:35 BW = gerechtvaardigd vertrouwen
2) Discrepantie wil en verklaring
- Geestelijke stoornis, artikel 3:34 BW
1) Bestaan geestelijke stoornis
2) Verband tussen de stoornis en de verklaring
Stoornis belette een redelijke waardering van de belangen, of
De verklaring is onder invloed van de stoornis gedaan
Nadeel dat te voorzien was
Gevolg = Rechtshandeling is vernietigbaar
Let op artikel 3:35 BW = gerechtvaardigd vertrouwen
Wilsvertrouwensleer gerechtvaardigd vertrouwen, artikel 3:35 BW
Voorwaarden:
1) Schijn gewekt
2) Subjectief vertrouwen van wederpartij
3) Objectief (gerechtvaardigd) vertrouwen
Bij twijfel of groot nadeel voor de ander:
Onderzoeksplicht: anders niet te goeder trouw
Artikel 3:11 BW > geen beroep op artikel 3:35 BW toegestaan
College 1: Begrippen, totstandkoming en vertegenwoordiging
Kernbegrippen van het verbintenissenrecht
- Verbintenis
- Overeenkomst
- Rechtshandeling
Wat is een verbintenis
- Klassieke betekenis:
Vermogensrechtelijke rechtsbetrekking: tussen twee of meer bepaalde personen
waarbij de een tot een bepaalde prestatie is gerechtigd waartoe de ander verplicht is.
Verplichting Vorderingsrecht = opeisbaar! Dus belangrijk!
Behalve de natuurlijke verbintenis, zie artikel 6:3 BW
- Kale verplichting: geen verbintenis
Tegenover verplichting van de een staat geen (privaatrechtelijk) vorderingsrecht van
de ander
Hoe ontstaat een verbintenis?
, Totstandkoming overeenkomst, artikel 6:217 BW
Rechtshandeling
- Artikel 3:33 BW: wil + verklaring, artikel 3:37 BW
Maar er kan sprake zijn van discrepantie wil en verklaring:
1) Wil en verklaring stemmen niet met elkaar overeen.
2) Wil en verklaren stemmen op het moment van sluiten wel overeen maar dat
komt door een geestelijke stoornis.
1) Discrepantie wil en verklaring
- Wil is niet gelijk aan verklaring: rechtshandeling is nietig
Inhoud van verklaring berust op verspreking
Inhoud wordt onjuist overgebracht
Inhoud van de verklaring wordt door partijen verschillend opgevat (misverstand)
Arrest: HR Bunde/Erckens + criteria
Verklaring richt zich op een verkeerd persoon (afdwaling)
Rechtsgevolg = nietige rechtshandeling
Tenzij wederpartij een beroep kan doen op artikel 3:35 BW = gerechtvaardigd vertrouwen
2) Discrepantie wil en verklaring
- Geestelijke stoornis, artikel 3:34 BW
1) Bestaan geestelijke stoornis
2) Verband tussen de stoornis en de verklaring
Stoornis belette een redelijke waardering van de belangen, of
De verklaring is onder invloed van de stoornis gedaan
Nadeel dat te voorzien was
Gevolg = Rechtshandeling is vernietigbaar
Let op artikel 3:35 BW = gerechtvaardigd vertrouwen
Wilsvertrouwensleer gerechtvaardigd vertrouwen, artikel 3:35 BW
Voorwaarden:
1) Schijn gewekt
2) Subjectief vertrouwen van wederpartij
3) Objectief (gerechtvaardigd) vertrouwen
Bij twijfel of groot nadeel voor de ander:
Onderzoeksplicht: anders niet te goeder trouw
Artikel 3:11 BW > geen beroep op artikel 3:35 BW toegestaan