Inleiding strafprocesrecht samenvatting
College 1: Strafrecht algemeen
Strafrecht algemeen:
- Verhouding burgers en staat
- Doel van straffen:
Vergelding: iemand die de straf verdient moet hem ook krijgen
Preventie: het beveiligen van de samenleving/ maatschappij & voorkomen ten opzichte
van de vermoedelijke dader ((nog) iets pleegt).
- Materieel en formeel strafrecht
Materieel: zijn de normen die je niet mag overtreden, wetboek van strafrecht
Formeel: wetboek van strafvordering
- Commuun en bijzonder strafrecht:
Commuun: Algemene regels (wetboek van strafvordering & strafrecht)
Bijzonder: De bijzondere wetten (Wet Economische Delicten, Opiumwet), gemaakt buiten
het boek van strafrecht om, hebben een bepaald onderwerp.
Strafrecht algemeen: kenmerken en beginselen:
- Opportuniteitsbeginsel
Officier van Justitie bepaald of iemand vervolgd wordt of niet
- Nemo tenetur en zwijgrecht
Verdachte hoeft niet mee te werken aan zijn eigen veroordeling en hij mag zwijgen
- Onschuldpresumptie
Onschuldig tot tegendeel bewezen
- Rechterlijke onpartijdigheid en onafhankelijkheid
Rechter moet onpartijdig en onafhankelijk zijn
- Rechten voor verdachte, onder andere op rechtsbijstand, processtukken en vertaling
Dit zijn enkele van de rechten van de verdachte
- Ne bis in idem
Niemand mag tweemaal voor hetzelfde strafbare feit worden vervolgd
Het legaliteitsbeginsel (Sr en Sv)
- Artikel 1 Sr en Artikel 1 Sv
- Artikel 1 Sr = lex scripta-beginsel (moet geschreven zijn)
= lex-certa (moet duidelijk zijn)
= verbod van analogie (geen ruime interpretatie)
= terugwerkende kracht (als vandaag niet strafbaar, dan op het andere moment
ook niet)
- Artikel 1 Sv = Het handelen van politie en justitie mag alleen plaatsvinden als het zodanig in
de wet staat.
- In art. 1 Sv, maar ook in art. 10 lid 1 Gw en art. 8 lid 2 EVRM
- Arrest Muilkorf (HR, 12 April 1897, 6954)
, Strafproces
- Wat zijn de belangrijkste taken of rol van de deelnemers?
Artikel 348 en 349 Sv.
- 8 verschillende uitspraken
Ze zijn onderverdeeld in 4 voorvragen / formele vragen en in 4 hoofdvragen / materiële
vragen
Voorvragen / formele vragen, art 348 + antwoorden in 349 Sv:
De geldigheid der dagvaarding
Antwoord: Nietigheid der dagvaarding
Hare bevoegdheid tot kennisneming van het telastegelegde feit (hare = de rechter)
Antwoord: Hare onbevoegdheid
De ontvankelijkheid van den Officier van Justitie
Antwoord: De niet-ontvankelijkheid van den officier van justitie
Zijn er redenen voor schorsing der vervolging (vb. ernstige ziekte)
Antwoord: De schorsing der vervolging
Handiger opgeschreven:
1. Is de dagvaarding geldig?
Ja, ga naar vraag 2
Nee, nietigheid der dagvaarding (349 Sv)
2. Is de rechter bevoegd?
Ja, ga naar vraag 3
Nee, onbevoegdheid van de rechter (349 Sv)
3. Is het OM ontvankelijk in zijn vervolging?
Ja, ga naar vraag 4
Nee, niet ontvankelijkheid OM (349 Sv)
4. Moet de vervolging geschorst worden?
Ja, schorsing der vervolging (349 Sv)
Nee, ga naar de materiële vragen.
Hoofdvragen / materiële vragen, art. 350 + 351 + 352 Sv (zie je altijd terug in het vonnis)
Of bewezen is dat het feit door den verdachte is begaan
Antwoord: Dan spreekt ze hem vrij
Welk strafbaar feit het bewezen verklaarde volgens de wet oplevert
Antwoord: Ontslaat zij hem van alle rechtsvervolging
Dan beraadslaagt de rechtbank over de strafbaarheid van den verdachte
Antwoord: Ontslaat zij hem van alle rechtsvervolging
Over de oplegging van straf of maatregel
Antwoord: Dan legt zij op de straf of den maatregel, op het feit gesteld
College 1: Strafrecht algemeen
Strafrecht algemeen:
- Verhouding burgers en staat
- Doel van straffen:
Vergelding: iemand die de straf verdient moet hem ook krijgen
Preventie: het beveiligen van de samenleving/ maatschappij & voorkomen ten opzichte
van de vermoedelijke dader ((nog) iets pleegt).
- Materieel en formeel strafrecht
Materieel: zijn de normen die je niet mag overtreden, wetboek van strafrecht
Formeel: wetboek van strafvordering
- Commuun en bijzonder strafrecht:
Commuun: Algemene regels (wetboek van strafvordering & strafrecht)
Bijzonder: De bijzondere wetten (Wet Economische Delicten, Opiumwet), gemaakt buiten
het boek van strafrecht om, hebben een bepaald onderwerp.
Strafrecht algemeen: kenmerken en beginselen:
- Opportuniteitsbeginsel
Officier van Justitie bepaald of iemand vervolgd wordt of niet
- Nemo tenetur en zwijgrecht
Verdachte hoeft niet mee te werken aan zijn eigen veroordeling en hij mag zwijgen
- Onschuldpresumptie
Onschuldig tot tegendeel bewezen
- Rechterlijke onpartijdigheid en onafhankelijkheid
Rechter moet onpartijdig en onafhankelijk zijn
- Rechten voor verdachte, onder andere op rechtsbijstand, processtukken en vertaling
Dit zijn enkele van de rechten van de verdachte
- Ne bis in idem
Niemand mag tweemaal voor hetzelfde strafbare feit worden vervolgd
Het legaliteitsbeginsel (Sr en Sv)
- Artikel 1 Sr en Artikel 1 Sv
- Artikel 1 Sr = lex scripta-beginsel (moet geschreven zijn)
= lex-certa (moet duidelijk zijn)
= verbod van analogie (geen ruime interpretatie)
= terugwerkende kracht (als vandaag niet strafbaar, dan op het andere moment
ook niet)
- Artikel 1 Sv = Het handelen van politie en justitie mag alleen plaatsvinden als het zodanig in
de wet staat.
- In art. 1 Sv, maar ook in art. 10 lid 1 Gw en art. 8 lid 2 EVRM
- Arrest Muilkorf (HR, 12 April 1897, 6954)
, Strafproces
- Wat zijn de belangrijkste taken of rol van de deelnemers?
Artikel 348 en 349 Sv.
- 8 verschillende uitspraken
Ze zijn onderverdeeld in 4 voorvragen / formele vragen en in 4 hoofdvragen / materiële
vragen
Voorvragen / formele vragen, art 348 + antwoorden in 349 Sv:
De geldigheid der dagvaarding
Antwoord: Nietigheid der dagvaarding
Hare bevoegdheid tot kennisneming van het telastegelegde feit (hare = de rechter)
Antwoord: Hare onbevoegdheid
De ontvankelijkheid van den Officier van Justitie
Antwoord: De niet-ontvankelijkheid van den officier van justitie
Zijn er redenen voor schorsing der vervolging (vb. ernstige ziekte)
Antwoord: De schorsing der vervolging
Handiger opgeschreven:
1. Is de dagvaarding geldig?
Ja, ga naar vraag 2
Nee, nietigheid der dagvaarding (349 Sv)
2. Is de rechter bevoegd?
Ja, ga naar vraag 3
Nee, onbevoegdheid van de rechter (349 Sv)
3. Is het OM ontvankelijk in zijn vervolging?
Ja, ga naar vraag 4
Nee, niet ontvankelijkheid OM (349 Sv)
4. Moet de vervolging geschorst worden?
Ja, schorsing der vervolging (349 Sv)
Nee, ga naar de materiële vragen.
Hoofdvragen / materiële vragen, art. 350 + 351 + 352 Sv (zie je altijd terug in het vonnis)
Of bewezen is dat het feit door den verdachte is begaan
Antwoord: Dan spreekt ze hem vrij
Welk strafbaar feit het bewezen verklaarde volgens de wet oplevert
Antwoord: Ontslaat zij hem van alle rechtsvervolging
Dan beraadslaagt de rechtbank over de strafbaarheid van den verdachte
Antwoord: Ontslaat zij hem van alle rechtsvervolging
Over de oplegging van straf of maatregel
Antwoord: Dan legt zij op de straf of den maatregel, op het feit gesteld