Aardrijkskunde H3 en H4
Klimaatverandering in perspectief
Gedurende heel de geschiedenis van de aarde hebben er klimaatveranderingen plaatsgevonden.
Hiervoor zijn veel verklaringen aan te wijzen. In het verleden was de veranderende ligging van
de continenten, plaattektoniek, een oorzaak. Nu spelen de Milankovitch-variabelen een
belangrijke rol. Ook heeft de invloed van mensen en een aantal natuurlijke factoren de laatste
decennia (vanaf 1978 sterke stijging) meer effect waardoor de klimaatveranderingen sneller
gaan. Mensen maken zich daarom zorgen.
Natuurlijke factoren
o Externe variabelen = factoren die het klimaatsysteem van buitenaf beïnvloeden
o Voorbeeld vulkaanuitbarstingen: stofdeeltjes in de lucht die zonlicht reflecteren
verkoeling (op langere termijn)
o Voorbeeld: zonneactiviteit : een actieve zon heeft veel (donkere)
zonvlekkenmeer straling meer warmte op aarde
o Interne variabelen = invloeden op het klimaat die tijdelijk zijn
o Voorbeeld: zeestromen
El Nino, elke 2-7 jaar wordt koud, zuurstofrijk water beïnvloed door
warmer water ongunstig voor visstand
La Nina, het zeewater is kouder gunstig voor visstand
Broeikasgassen = de gassen koolstofdioxide, methaan, stikstofdioxide en waterdamp in
de atmosfeer die ervoor zorgen dat de gemiddelde temperatuur op aarde 15 graden
blijft het natuurlijke broeikaseffect
Aan het begin van de jaartelling was het aantal moleculen in de broeikasgassen
constant, toen kwam er meer hygiëne daling sterftecijfer bevolkingsgroei meer
voeding nodig natuurlijke gebieden verdwijnen en landbouwgrond neemt toe
natte rijstvelden (onder andere) en meer vee meer methaan uitstoot versterkt
broeikaseffect
Demografische factoren =
Groei van de bevolking Industriële Revolutie (19 e eeuw) meer gebruik van fossiele
brandstoffen: verbranding van steenkool, olie en gas uitvinding stoommachine
meer CO2 uitstoot
o In steden: verkeer, fabrieken, airco, verwarming, verlichting, technologie,
verstening (stenen houden warmte langer vast) en regenwater (wordt snel
afgevoerd, waardoor het weinig kans heeft te verdampen door de straling van
de zon, die hierdoor dus in warmte voelbaar is en de temperatuur laat stijgen)
o Op het platteland: minder verstening, meer verdamping, groter albedo (op open
vlaktes) waardoor zonnestraling wordt teruggekaatst
Pas na 2035 denkt men dat de consumptie van fossiele brandstoffen iets zal afnemen. Nu is er
eerder een opkomst door industrielanden als China en India en door bevolkingstoenamen .
Terwijl er nog veel klimaatonderzoek nodig is worden er al vrij goede prognoses gemaakt. Er
zijn 4 scenario’s, deze vormen de basis om risico’s naar waarden in te schatten (zoals de
hockeystickgrafiek van Michael Mann die suggereert dat temperatuurstijging leidt tot
zeespiegelstijging). De algemene conclusie is een mondiale temperatuurstijging van 1-4 ˚C rond
het jaar 2100.
Klimaatverandering in perspectief
Gedurende heel de geschiedenis van de aarde hebben er klimaatveranderingen plaatsgevonden.
Hiervoor zijn veel verklaringen aan te wijzen. In het verleden was de veranderende ligging van
de continenten, plaattektoniek, een oorzaak. Nu spelen de Milankovitch-variabelen een
belangrijke rol. Ook heeft de invloed van mensen en een aantal natuurlijke factoren de laatste
decennia (vanaf 1978 sterke stijging) meer effect waardoor de klimaatveranderingen sneller
gaan. Mensen maken zich daarom zorgen.
Natuurlijke factoren
o Externe variabelen = factoren die het klimaatsysteem van buitenaf beïnvloeden
o Voorbeeld vulkaanuitbarstingen: stofdeeltjes in de lucht die zonlicht reflecteren
verkoeling (op langere termijn)
o Voorbeeld: zonneactiviteit : een actieve zon heeft veel (donkere)
zonvlekkenmeer straling meer warmte op aarde
o Interne variabelen = invloeden op het klimaat die tijdelijk zijn
o Voorbeeld: zeestromen
El Nino, elke 2-7 jaar wordt koud, zuurstofrijk water beïnvloed door
warmer water ongunstig voor visstand
La Nina, het zeewater is kouder gunstig voor visstand
Broeikasgassen = de gassen koolstofdioxide, methaan, stikstofdioxide en waterdamp in
de atmosfeer die ervoor zorgen dat de gemiddelde temperatuur op aarde 15 graden
blijft het natuurlijke broeikaseffect
Aan het begin van de jaartelling was het aantal moleculen in de broeikasgassen
constant, toen kwam er meer hygiëne daling sterftecijfer bevolkingsgroei meer
voeding nodig natuurlijke gebieden verdwijnen en landbouwgrond neemt toe
natte rijstvelden (onder andere) en meer vee meer methaan uitstoot versterkt
broeikaseffect
Demografische factoren =
Groei van de bevolking Industriële Revolutie (19 e eeuw) meer gebruik van fossiele
brandstoffen: verbranding van steenkool, olie en gas uitvinding stoommachine
meer CO2 uitstoot
o In steden: verkeer, fabrieken, airco, verwarming, verlichting, technologie,
verstening (stenen houden warmte langer vast) en regenwater (wordt snel
afgevoerd, waardoor het weinig kans heeft te verdampen door de straling van
de zon, die hierdoor dus in warmte voelbaar is en de temperatuur laat stijgen)
o Op het platteland: minder verstening, meer verdamping, groter albedo (op open
vlaktes) waardoor zonnestraling wordt teruggekaatst
Pas na 2035 denkt men dat de consumptie van fossiele brandstoffen iets zal afnemen. Nu is er
eerder een opkomst door industrielanden als China en India en door bevolkingstoenamen .
Terwijl er nog veel klimaatonderzoek nodig is worden er al vrij goede prognoses gemaakt. Er
zijn 4 scenario’s, deze vormen de basis om risico’s naar waarden in te schatten (zoals de
hockeystickgrafiek van Michael Mann die suggereert dat temperatuurstijging leidt tot
zeespiegelstijging). De algemene conclusie is een mondiale temperatuurstijging van 1-4 ˚C rond
het jaar 2100.