100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Geschiedenis Historische Contexten

Rating
-
Sold
-
Pages
62
Uploaded on
16-06-2021
Written in
2020/2021

Uitgebreide samenvatting van het boek 'Training voor het examen met historische contexten Havo vanaf 2021'

Level
Course













Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Secondary school
Level
Course
School year
5

Document information

Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
June 16, 2021
Number of pages
62
Written in
2020/2021
Type
Summary

Subjects

Content preview

Hoofdstuk 1: het examenprogramma

Geschreven en ongeschreven bronnen
Voor historici vormen geschreven bronnen verreweg de belangrijkste bron van
informatie over het verleden. Er zijn verschillende soorten geschreven bronnen:
geschiedt wetenschappelijke literatuur, populair-wetenschappelijke literatuur,
ego-documenten (dagboeken, brieven, autobiografieën), kranten, historische
romans, officiële documenten van instellingen (vonnissen van rechtbanken of
partijprogramma’s).
Er bestaan ook ongeschreven bronnen (mondelinge overlevering, stilstaand beeld
en vooral radio-,film- en televisie-programma’s).
Uit het verleden zijn er veel meer geschreven dan ongeschreven bronnen bewaard
gebleven. Van geschreven bronnen valt meestal beter na te gaan wanneer, waar en
door wie ze zijn geschreven. Ook onthullen ze over het algemeen beter dan andere
bronnen wat individuele mensen dachten en deden. Elke soort bron heeft een eigen
aard en kenmerken waarmee rekening moet worden gehouden bij de interpretatie
ervan. In geschiedwetenschappelijk literatuur bestaat meer kans dat de werkelijkheid
recht wordt gedaan dan in populair wetenschappelijke literatuur. In dagboeken zijn
mensen doorgaans eerlijker en daardoor meer betrouwbaar dan in een
autobiografie.

Primaire en secundaire bronnen
Een primaire bron is te omschrijven als een bron die de meest directe informatie
geeft over wat je bestudeert. Een secundaire bron is indirect, geeft informatie over
en is een bewerking van een primaire bron. Wat als primaire of secundaire bron is
aan te duiden, hangt af van het onderwerp dat je bestudeert en het uitgangspunt dat
hierbij wordt aangenomen. Wil je bijvoorbeeld de Opstand van de Republiek tegen
Spanje bestuderen, dan zijn bepaalde gegevens uit die tijd zelfs als primaire bron te
beschouwen en wat bijvoorbeeld een 18de-eeuwse geschiedschrijver erover heeft
geschreven, als secundaire bron.

Bewust en onbewust vastgelegde bronnen
Bij het kritisch onderzoeken van een bron moet je ook opletten of er sprake is van
een bewust of onbewust vastgestelde bron. Bewust (opzettelijk) vastgelegde
bronnen zijn bronnen waarbij de maker bewust als doel voor ogen heeft gestaan dat
zijn werk als bron van informatie voor tijdgenoten en/of voor het nageslacht zou
fungeren (bijv. verslagen van een vergadering).
Bij onbewust (onopzettelijk) vastgelegde bronnen, bijvoorbeeld een persoonlijke
brief, is dat niet het geval. Een bewust vastgelegde bron moet met andere ogen
worden bekeken dan een onbewust vastgelegde.

,Bedoelde en onbedoelde gevolgen
In de tijd waarin de gebeurtenissen plaatsvinden, is vaak niet te voorzien wat de
gevolgen zullen zijn. Verwachte of bedoelde gevolgen blijven soms uit en
onverwachte of onbedoelde gevolgen treden op. Naast bedoelde en onbedoelde
gevolgen is er ook sprake van gewilde en ongewilde gevolgen. Het verschil tussen
gewilde en bedoelde gevolgen kan als volgt worden opgevat. Een bedoeld gevolg
gaat uit van degene die iets in gang heeft gezet. Bij een gewild gevolg hoeft dat niet
het geval te zijn. Iemand anders kan iets met een bepaald gevolg voor ogen in gang
gezet hebben, maar ook anderen kunnen het beoogde gevolg willen. Een voorbeeld:
Chamberlain bedoelde met het Verdrag van München vrede te bewerkstelligen. Veel
West-Europeanen wilden dat hij gelijk zou krijgen.

Direct optredende gevolgen en gevolgen op de langere termijn
Sommige gevallen worden direct zichtbaar, andere dienen zich pas later aan.
Sommige direct optredende gevolgen zijn op het moment zelf voor tijdgenoten heel
belangrijk (zoals materiële schade), maar blijken voor latere generaties van minder
belang. Bij de uitvinding van de auto viel in het begin niet volledig te voorzien welke
belangrijke gevolgen op lange termijn deze uitvinding zou hebben.

Gevolgen van meer en van minder belang
Bij het bepalen van het belang van gevolgen kunnen de volgende maatstaven
worden gebruikt:
- Hoeveel mensen waren erbij betrokken?
- In welke mate waren zij er - al dan niet per groep - bij betrokken?
- Hoe lang duurde voor hen die betrokkenheid

Het begrip interpretatie
Wat mensen over het verleden vertellen of schrijven, is de niet dé werkelijkheid,
maar hun interpretatie ervan. De interpretatie (ook wel ‘beeld’ of ‘visie’ genoemd)
kan als een soort ‘tweede werkelijkheid’ worden gezien.

,Gebruik en misbruik van de geschiedenis
Geschiedschrijvers hebben alleen tot taak uit te zoeken wat er in het verleden is
gebeurd en waarom mensen deden wat ze deden of zich afzijdig hielden. Het is niet
hun taak mensen te be- en veroordelen op grond van hun gedrag in het verleden.
Maar in de politieke en in de pers is geschiedenis bij uitstek het middel om de
tegenstander aan te klagen en het eigen gelijk binnen te halen. Als gevolg daarvan
wordt geschiedenis op tal van manieren vaker misbruikt dan gebruikt.
Hier volgen enige aandachtspunten om mogelijk misbruik te onderkennen:
● Anachronismen: Een anachronisme is iets dat niet past in de historische
context waarin het wordt gebruikt. Een voorbeeld: in onze tijd zijn de rechten
van de mens in de westerse wereld uitgangspunt van beleid. Slavernij wordt
nu algemeen scherp veroordeeld. In de tijd van de slavernij lag dat echter
anders. Wie de slavernij en de betrokkenen in die tijd beschrijft vanuit
waarden in onze tijd, is anachronistisch bezig en misbruikt het verleden.
● ‘Schuld denken’ in plaats van causaal denken: Zoeken naar oorzaken ergens
van is ingewikkelder dan het aanwijzen van een schuldige. Schuldigen
benoemen nog voordat oorzaken goed zijn onderzocht, leidt meestal tot
vertekening van het verleden.
● ‘Zwart-wit denken’: Bij het schrijven over het verleden ontkomt niemand aan
de noodzaak tot vereenvoudigen. Maar daarbij komt het nogal eens tot een
verminking van het verleden. Bijvoorbeeld als iemand de Tweede
Wereldoorlog voorstelt als een strijd van democratie tegenover fascisme.
● Geschiedenis en identiteit: Het gebruik van geschiedenis om de identiteit van
het eigen volk, de eigen etnische, godsdienstige of ideologische groep te
onderscheiden van andere groepen gaat vaak - bewust of onbewust -
geplaatst met vertekeningen van het verleden. Iedere identiteit kan alleen
inhoudt worden gegeven als het verleden hierbij betrokken wordt. Dit geldt in
de eerste plaats voor de persoonlijke identiteit. Iedere persoon is zich immers
bewust als iemand met een bepaalde identiteit, die inhoudt kreeg door
ervaringen en invloeden in zijn of haar verleden → (onbewust) interpretatie of
beleving. Wat voor de persoonlijke identiteit geldt, geldt ook voor collectieve
identiteiten als volken en etnische of godsdienstige groeperingen. Als we
bijvoorbeeld spreken over het Engels, Franse, Duitse, Chinese of Russische
volk, dan zijn hier bepaalde identiteiten in het gelding.

, Hoofdstuk 2: Het Britse rijk (1620-1900)

Groot-Brittannië koloniseert Amerika en begint Driehoekshandel
(1585-1833)

Britten en andere Europeanen trekken naar Amerika
Vanaf het einde van de 16de eeuw groeide het aantal Europeanen dat naar Amerika
trok en zich er als kolonist vestigde gestaag.
- De Britse regering zocht een extra uitvalsbasis in de strijd met het katholieke
Spanje en om er een kolonie te vestigen
Veel Engelsen en ook andere Europeanen hadden eigen motieven:
- Het zoeken van politieke en religieuze vrijheid
In de tijd waarin de Engelse en andere Europese vorsten streefden naar het
absolutisme, ontvluchtten vele uit vrees voor vervolgingen hun land. In de 17de en
18de eeuw werden overal in Europa mensen vervolgd om hun geloof. Vooral
protestanten, maar ook katholieken en joden trokken naar Amerika in de hoop er in
vrijheid hun geloof te kunnen belijden
- Het zoeken naar betere bestaansmogelijkheden
In Engeland raakten veel boeren in de 17de eeuw zonder werk door herverkaveling
van landbouwgronden. Uit het Duitse rijk trokken veel boeren weg als gevolg van de
verwoestingen op het platteland tijdens de Dertigjarige Oorlog (1618-1648). Ook
andere boeren en arme stedelingen in Europa die hadden te lijden onder het stijgen
van de prijzen in Europa emigreerden. Het merendeel bezat onvoldoende geld voor
de overtocht en tekende contracten net handelsondernemingen of particulieren en
verplichtte zich als contractarbeiders in ruil voor de overtocht vier tot zeven jaar
zonder loon te werken voor degenen die de overtocht betaalden.

Britten beginnen lucratieve driehoekshandel
De driehoekshandel, waarvoor de Engelsen in 1660 de Royal African Company
(RAC) oprichtten, was lucratief. De Compagnie kreeg het monopolie op de handel
langs de Westkust van Afrika. Hoofddoel was in het begin goudwinning langs de
Gambia Rivier. Maar al spoedig werd de handel in slaven en in suiker belangrijker. In
de jaren 80’ van de 17de eeuw werden door de RAC jaarlijks tussen de 5000 en
7000 slaven naar Amerika vervoerd: in totaal waren dat ongeveer 3,4 miljoen slaven
naar Noord- en Midden-Amerika.
Van de producten die van Amerika naar Engeland werden vervoerd, bracht suiker
het meest op. Ook katoen en tabak waren belangrijke producten. Tot de belangrijkste
producten die vanuit Engeland naar West-Afrika werden vervoerd, behoorden
geweren en munitie voor de slavenhandelaren. Daarnaast ook kleding, rum,
werktuigen en snuisterijen.

,Britse driehoekshandel.

India wordt na 1783 de belangrijkste kolonie
India ging na het ontstaan van de VS het zwaartepunt van het Britse wereldrijk
vormen. De Britten behielden nog wel hun Canadese en Caraïbische koloniën, maar
door het verlies van hun andere koloniën in Noord-Amerika was de economische
betekenis van Amerika voor Groot-Brittannië sterk verminderd.
De Britse regering liet het gezag in India aanvankelijk in handen van de East India
Company. Pas in 1858, na het neerslaan van de Grote Opstand (1857-1858)
besloten de Britten India niet meer te besturen in naam van de Mogolkeizer en het
gezag zelf in handen te nemen.

De Pilgrim Fathers en King Philip’s War
Ten tijde van koning Jacobus (1566-1625) heerste er in Engeland een religieuze
onverdraagzaamheid. De Pilgrim Fathers, een groep protestanten, besloot toen
Engeland te ontvluchten. Zij hadden gebroken met de Engelse staatskerk, omdat die
in hun ogen een te gematigd protestantse koers voer. In 1608 trokken zij naar de
Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, omdat daar mee religieuze
verdraagzaamheid heerste. Zij vestigden zich in Leiden. Een deel van deze groep
vond de Republiek te werelds en vreesde haar Engelse en protestantse identiteit te
verliezen. Zij kozen ervoor in Amerika een kolonie te stichten en daar naar eigen
godsdienstige inzichten een nieuwe samenleving op te bouwen. In 1620 voeren zij
via Engeland op hun schip Mayflower naar Amerika. Daar stichtten zij de Plymouth
Kolonie in wat nu Massachusetts is. De bekendste kolonie was van de Pilgrim
Fathers. Steeds meer kolonisten gingen zich in het gebied vestigen en gingen meer
eisen stellen waaraan de Indianen niet wilden voldoen. Het gevolg was de King
Philip’s War. Van 1675 tot 1678 duurde de oorlog. Een groot deel van de Indiaanse
volken die zich verzetten, werd uitgeroeid, overlevenden werden als slaaf verkocht.

, §2.1 De Britten koloniseren Amerika

Terwijl de Spanjaarden en de Fransen met weinig mensen enorme oppervlakten van
Noord-Amerika in beslag nemen, vestigden de Engelse kolonisten zich met een in
grote aantal in een smal gebied langs de oostkust van Noord-Amerika, waar zij
dertien koloniën stichtten.

De noordelijke koloniën in Noord-Amerika
In de noordelijke koloniën ontstonden veel vestigingskoloniën, gericht op landbouw,
visserij, handel en nijverheid en in de 19de eeuw ook op de industrie. Er ontstond
een uitgebreide handel overzee, waaraan niet alleen Europese schepen, maar ook
door de kolonisten gebouwde en bemande schepen deelnamen. In deze noordelijke
koloniën vestigden zich eerst vooral calvinistische immigranten onder leiding van
dominees. In de loop van de jaren kwamen echter zeer veel verschillend denkende
migranten de koloniën binnen. En dat betekende een grotere verdraagzaamheid en
meer democratische verhoudingen.

De zuidelijke koloniën in Noord-Amerika
De zuidelijke koloniën (de koloniën ten zuiden van Pennsylvania en Delaware)
ontwikkelden zich steeds meer tot plantage-economieën. Er vestigden zich ook veel
kleine boeren in deze koloniën, maar de plantages waar producten als tabak, rijst en
later ook katoen voor de export werd verbouwd, waren economisch veel belangrijker.
De invloedrijkste personen in deze koloniën waren de plantagehouders. De
meerderheid van de blanke bevolking werd gevormd door boeren met kleine
bedrijven, arbeiders, kooplieden en ambachtslieden. Geheel onderaan in de
samenleving stonden de slaven die het werk op de plantages deden.

De plantagekoloniën in het Caraïbisch gebied
Naast de dertien koloniën aan de oostkust van Noord-Amerika koloniseerden de
Britten ook enige eilanden in het Caraïbisch gebied waarvan Barbados en Jamaica
de grootste waren. Zij vestigden daar plantage-economieën die winstgevender
werden dan de koloniën in Noord-Amerika. Daarbij ging het vooral om suiker en
verder ook tabak, rum en koffie.

Britse kolonisatie botst in Noord-Amerika met de Franse
Gedurende het grootste deel van de 18de eeuw (tot 1763) streden Engeland en
Frankrijk om het bezit van delen van Noord-Amerika. Tijdens de Zevenjarige Oorlog
(1756-1763) werd deze strijd in het voordeel van het Britse rijk beslist. De meeste
Indiaanse volkeren kozen in deze strijd de zijde van de Fransen. De Franse
kolonisatie was meer gericht op het vestigen van handelsposten en het onderhouden
van goede betrekkingen met de Indianen dan op het ontginnen van land ten
behoeve van akkerbouw en veeteelt. De Britten versloegen de Fransen in 1763
beslissend. Bij de Vrede van Parijs stond Frankrijk zijn bezittingen in Noord-Amerika
aan de Engelsen af.
$6.58
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
Nimma

Get to know the seller

Seller avatar
Nimma
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
0
Member since
4 year
Number of followers
0
Documents
10
Last sold
-

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their exams and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can immediately select a different document that better matches what you need.

Pay how you prefer, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card or EFT and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions