Engels Grammatica overzicht
Stof:
★ simple past (unit 1, 2, 3, 4)
★ present perfect (unit 1, 2, 3, 4)
★ past continuous (unit 2, 4)
★ past perfect (unit 2)
★ Gerund (unit 3)
★ Future (unit 4)
★ Word order (unit 4)
★ ‘s possession (unit 4)
★ Making questions and negative sentences (unit 1, 2)
★ Irregular Verbs (list on page 160 - 162)
, Simple past
Vorm:
Regelmatige werkwoorden + ed
Onregelmatige werkwoorden 2e rijtje
Wanneer:
Als iets in het verleden is gebeurd en voorbij is.
Signaalwoorden:
Tijdsaanduidingen zoals:
- Yesterday
- This morning
- A week ago
- Last year
- In 2011
Voorbeeld:
They worked very hard yesterday
Present perfect
Vorm:
Have/has + voltooid deelwoord (= ww + ed of 2e rijtje)
Wanneer:
Om aan te geven dat iets in het verleden is gebeurd en op dit moment
doorgaat of het gevolgen heeft in het heden.
Signaalwoorden:
Always, ever, never, just, yet, already
Voorbeeld:
Have you understood what I said?
Extra:
Als er meerdere werkwoorden in de zin staan gebruik je de eerste om
de zin ontkennend of een vraag zin van te maken.
Stof:
★ simple past (unit 1, 2, 3, 4)
★ present perfect (unit 1, 2, 3, 4)
★ past continuous (unit 2, 4)
★ past perfect (unit 2)
★ Gerund (unit 3)
★ Future (unit 4)
★ Word order (unit 4)
★ ‘s possession (unit 4)
★ Making questions and negative sentences (unit 1, 2)
★ Irregular Verbs (list on page 160 - 162)
, Simple past
Vorm:
Regelmatige werkwoorden + ed
Onregelmatige werkwoorden 2e rijtje
Wanneer:
Als iets in het verleden is gebeurd en voorbij is.
Signaalwoorden:
Tijdsaanduidingen zoals:
- Yesterday
- This morning
- A week ago
- Last year
- In 2011
Voorbeeld:
They worked very hard yesterday
Present perfect
Vorm:
Have/has + voltooid deelwoord (= ww + ed of 2e rijtje)
Wanneer:
Om aan te geven dat iets in het verleden is gebeurd en op dit moment
doorgaat of het gevolgen heeft in het heden.
Signaalwoorden:
Always, ever, never, just, yet, already
Voorbeeld:
Have you understood what I said?
Extra:
Als er meerdere werkwoorden in de zin staan gebruik je de eerste om
de zin ontkennend of een vraag zin van te maken.