H.7 De tijd van de pruiken & revoluties (1700-1800)
7.1:
Rationalisme & optimisme:
De wetenschappelijke revolutie leidde tot de algemene revolutie, de verlichting. Van de
duisternis (onwetendheid, domheid en intolerantie) → naar licht (kennis, inzicht en
verdraagzaamheid). Rationalisme zou leiden tot algehele vooruitgang. Voor Aanhangers
van de verlichting was vrijheid een voorwaarde voor vooruitgang.
De verlichting begon eind 17e eeuw in Engeland en Nederland, waar relatief veel vrijheid
was. In de 18e eeuw sloeg het over naar landen als Duitsland, Frankrijk en Amerika.
Parijs werd het centrum van de verlichting, rijke dames stelde hun huizen open voor de
verlichte denkers. In 1772 kwam de eerste encyclopedie uit die gemaakt was door
verschillende filosofen die geloofden dan met kennis rationalisme beter toepasbaar was.
Godsdienst:
Bij de verlichting kwam ook veel kritiek op godsdienstige intolerantie. Sommige filosofen
werden atheïstisch (mensen die denken dat god niet bestaat) en andere werden deïstisch
(god heeft de wereld geschapen maar doet nu niks meer).
Sociale verhoudingen:
In de 18e eeuw was er een standenmaatschappij. Na 1760 meenden steeds meer verlichte
denkers dat verschillen, die niet gebaseerd waren op prestaties moesten verdwijnen.
Politiek:
De verlichte denkers ontwikkelden ook nieuwe politieke ideeën. ze stelde bijvoorbeeld dat de
koning en de regering hun soevereiniteit niet van god had gekregen, maar van het volk
(volkssoevereiniteit). Het volk leverde een deel van hun rechten in in ruil voor hun
veiligheid en te zorgen voor de mensenrechten, zoals recht op leven, vrijheid en bezit.
In deze tijd bedacht de franse filosoof Montesquieu ook de term trias politica.
Economie:
De bekendste econoom van die tijd was Adam smith die de wet van vraag en aanbod
bedacht. Hij vond dat de overheid moest zorgen voor eerlijke spelregels, maar zich verder
niet met de economie moest bemoeien.
7.2:
De Franse samenleving:
Frankrijk was hét land van de verlichting, maar ook het land van onvrijheid. Er werden
bijvoorbeeld veel boeken verboden. Ancien régime was het bestuur van voor de
democratische revolutie.
De hoge standen in de samenleving genoten van hun luxe levens terwijl grotendeel van de
samenleving een arme boer was die 70% van hun opbrengsten moesten afstaan aan de
kerk en de overheid.
Verlicht absolutisme:
7.1:
Rationalisme & optimisme:
De wetenschappelijke revolutie leidde tot de algemene revolutie, de verlichting. Van de
duisternis (onwetendheid, domheid en intolerantie) → naar licht (kennis, inzicht en
verdraagzaamheid). Rationalisme zou leiden tot algehele vooruitgang. Voor Aanhangers
van de verlichting was vrijheid een voorwaarde voor vooruitgang.
De verlichting begon eind 17e eeuw in Engeland en Nederland, waar relatief veel vrijheid
was. In de 18e eeuw sloeg het over naar landen als Duitsland, Frankrijk en Amerika.
Parijs werd het centrum van de verlichting, rijke dames stelde hun huizen open voor de
verlichte denkers. In 1772 kwam de eerste encyclopedie uit die gemaakt was door
verschillende filosofen die geloofden dan met kennis rationalisme beter toepasbaar was.
Godsdienst:
Bij de verlichting kwam ook veel kritiek op godsdienstige intolerantie. Sommige filosofen
werden atheïstisch (mensen die denken dat god niet bestaat) en andere werden deïstisch
(god heeft de wereld geschapen maar doet nu niks meer).
Sociale verhoudingen:
In de 18e eeuw was er een standenmaatschappij. Na 1760 meenden steeds meer verlichte
denkers dat verschillen, die niet gebaseerd waren op prestaties moesten verdwijnen.
Politiek:
De verlichte denkers ontwikkelden ook nieuwe politieke ideeën. ze stelde bijvoorbeeld dat de
koning en de regering hun soevereiniteit niet van god had gekregen, maar van het volk
(volkssoevereiniteit). Het volk leverde een deel van hun rechten in in ruil voor hun
veiligheid en te zorgen voor de mensenrechten, zoals recht op leven, vrijheid en bezit.
In deze tijd bedacht de franse filosoof Montesquieu ook de term trias politica.
Economie:
De bekendste econoom van die tijd was Adam smith die de wet van vraag en aanbod
bedacht. Hij vond dat de overheid moest zorgen voor eerlijke spelregels, maar zich verder
niet met de economie moest bemoeien.
7.2:
De Franse samenleving:
Frankrijk was hét land van de verlichting, maar ook het land van onvrijheid. Er werden
bijvoorbeeld veel boeken verboden. Ancien régime was het bestuur van voor de
democratische revolutie.
De hoge standen in de samenleving genoten van hun luxe levens terwijl grotendeel van de
samenleving een arme boer was die 70% van hun opbrengsten moesten afstaan aan de
kerk en de overheid.
Verlicht absolutisme: