Zaal 1: Beeldhouwkunst
In de renaissance werden de beelden geheel vrijstaand, je kan er helemaal omheen
lopen. De beelden kregen een losse, beweeglijke en menselijke houding. De gezichten
van de beelden kregen een gezichtsuitdrukking. De kennis van de anatomie en
verhoudingen zag je ook terug in de beeldhouwkunst. Dit beeld David is gemaakt door
Donatello in 1440, is een van de eerste vrijstaande bronzen beelden en is een duidelijk
voorbeeld
Zaal 2: Wetenscha
Tijdens de renaissance werd de invloed van de geestelijken minder. Er werden
universiteiten gesticht en mensen gingen zich bezig houden met wiskunde, natuurkunde,
sterrenkunde, anatomie, loso e enz. Ook het menselijk lichaam was erg interessant,
niemand wist nog hoe alles precies in elkaar zat. Ze gingen mensen ontleden en
haalden hun organen eruit. Een van de eerste mensen die zich hier mee bezig hield was
Andreas Vesalius, hij schreef het eerste boek over het menselijk lichaam, de Humani
corporis fabrica libri septem
Zie volgende bladzijde voor vervol
.
p
fi
.
fi g
In de renaissance werden de beelden geheel vrijstaand, je kan er helemaal omheen
lopen. De beelden kregen een losse, beweeglijke en menselijke houding. De gezichten
van de beelden kregen een gezichtsuitdrukking. De kennis van de anatomie en
verhoudingen zag je ook terug in de beeldhouwkunst. Dit beeld David is gemaakt door
Donatello in 1440, is een van de eerste vrijstaande bronzen beelden en is een duidelijk
voorbeeld
Zaal 2: Wetenscha
Tijdens de renaissance werd de invloed van de geestelijken minder. Er werden
universiteiten gesticht en mensen gingen zich bezig houden met wiskunde, natuurkunde,
sterrenkunde, anatomie, loso e enz. Ook het menselijk lichaam was erg interessant,
niemand wist nog hoe alles precies in elkaar zat. Ze gingen mensen ontleden en
haalden hun organen eruit. Een van de eerste mensen die zich hier mee bezig hield was
Andreas Vesalius, hij schreef het eerste boek over het menselijk lichaam, de Humani
corporis fabrica libri septem
Zie volgende bladzijde voor vervol
.
p
fi
.
fi g