Ethiek: Nadenken over goed en kwaad
Beroepscode: Dit is de ethiek van de verpleegkundige.
WETEN VOOR DE TOETS: Normen en waarden
1.Waarde is iets wat je belangrijk vindt. (Schrijf 1 woord/begrip op in plaats van een zin
omdat je anders spreekt van een argument). Zoals: eerlijkheid, empathie, welzijn,
gezondheid, privacy, hygiëne en veiligheid. Een waarde is dus altijd 1 woord.
2. Norm is gedragsregel die je opstelt, om een waarde te verkrijgen/behalen. Moeten of niet
mogen zit vaak aan een norm. Uit normen volgt gedrag. Kenmerk van gedrag is altijd
zichtbaar.
Beroepscode:
Professionele standaard: als verpleegkundige behoor je..
o Beroepscode
o Wetten zoals de Arbowet en WGBO
o Protocollen
o Beleid instelling.
Beauchamp en Childress (b&c):
Er zijn 4 principes waaraan je moet voldoen:
1. Je moet goed doen
2. Je mag niet schaden (voordelen moeten groter zijn dan nadelen)
3. Autonomie/respect: Autonomie; wilt de patiënt het wel, respect bijvoorbeeld bij
iemand in coma. Het gaat hier vooral om zelfbeschikking.
4. Rechtvaardigheid: Zorg moet voor iedereen beschikbaar zijn. Iedereen heeft gelijke
rechten.
Aristoteles: Voor de gemeenschap.
4 Waardes en 4 Deugden; deugden zijn karaktereigenschappen die je toe eigent.
1. Matigheid/grenzen stellen. (Lijf)
2. Moed; Over welke drempel moet ik? (Hart)
3. Rechtvaardigheid; Wat moet ik jou gunnen? (Analyse)
4. Wijsheid: Nadenken over je leven. (Filosofie)