Mechanische afweer:
Huid (barrière). Dekweefsel en hoornlaag beschermen tegen indringers.
Fysiologische afweer:
Keelholte (Ring van Waldeyer; lymfeknopen)
Mondholte (enzymen in speeksel, lysozym dat bacteriën onschadelijk maakt)
Vagina (melkzuur, Lactobacillen, lage ph)
De huid (temperatuur, ph van talg, vochtigheid)
Luchtwegen (trilhaarepitheel)
Darmwand (plaques van Peyers, lymfatisch weefsel, darmbacteriën, beweeglijkheid)
Maag (zuurtegraad van het maagsap).
Bekende micro-organismes:
1. Bacteriën 2. Virussen 3. Gisten en schimmels.
Virus
Heeft een levende cel (host) nodig om te kunnen overleven. Op het moment dat dit is
gelukt gaat deze zich met de levende cel vermenigvuldigen. Dan barst de cel open
met virus en verspreidt zich door het lichaam (afkomstig buiten en over te dragen).
Incubatietijd:
Landing (moet wel passen)
Ontmanteling
Nieuwe DNA uit cel inhoud maken
Nieuwe virussen komen vrij
De bestrijding is moeilijk=intracellulair. Interferon=virus remmend medicijn.
Bacterie
Een bacterie is een zeer klein eencellig levend micro-organisme dat zich vermenigvuldigd
door celdeling in allerlei voedingsbodems. Ze kunnen dus overal voorkomen.
Kokken, bacillen, vibronen, spirillen.
Virulentie=aanvalskracht
Scheidt toxinen uit=antigeen=eiwit
Bestrijding via antibiotica
Resistentie en resistentiebepaling –
petrischaal (schaal met voedingsbodem)
MRSA-bacterie; besmettelijke bacterie.
Sepsis: Aanwezigheid of vermeerdering van
bacteriën in bloedbaan.
Schimmels/gisten:
Kunnen overal groeien (huid en slijmvliezen).
Aandoeningen zijn langzaam en chronisch
Slaan toe bij verzwakt immuunsysteem
(verminderde weerstand)
Bestrijding: Antischimmelmiddelen.