Hoofdstuk 2 petrochemie
§1 fossiele brandstoffen
Aardolie en aardgas ontstaan uit plankton. Fossiele brandstoffen zijn vele miljoenen jaren
geleden ontstaan door het afsterven van levende organismen. Aardolie is een mengsel van
koolwaterstoffen. Aardolie wordt gescheiden door gefractioneerde destillatie, er ontstaan
verschillende fracties met verschillende kooktrajecten. Destillatie vindt plaats in
destillatietorens, onderin → temperatuur het hoogst. Stoffen met een laagste kookpunt
komen aan de bovenkant eruit. Voorraad fossiele brandstoffen is oneindig.
Koolwaterstoffen zijn gassen met de formule → CxHy (koolstof en waterstof)
Stoffen met lichtere moleculen hebben zwakkere vanderwaalsbindingen en de stoffen
hebben een laag kookpunt→ explosief en brandbaar
Zwaardere moleculen zijn minder brandbaar
Blokschema is een schematische weergave van een (chemisch) proces.
In een blok→ handeling
Pijl→ stof na de handeling (wordt stof toegevoegd/afgevoerd)
Na het scheiden kan een stof teruggevoerd worden in de reactor = recirculeren
continuproces = proces wordt niet stilgelegd en stofstroom wordt niet onderbroken (één
specifiek product wordt geproduceerd).
batchproces = één hoeveelheid per keer gemaakt, reactor gevuld en na reactie weer
leeggehaald en voor ander product klaargemaakt.
§2 alkanen en cycloalkanen
Alkanen zijn een speciale groep koolwaterstoffen. De algemene formule van alkanen→
CnH2n+2. Iedere volgende stof uit de reeks moleculen is een CH2 groep groter dus
het is een homologe reeks.
Aantal alkanen:
Methaan - Ethaan - Propaan - Butaan - Pentaan - Hexaan - Heptaan - Octaan -
Nonaan - Decaan
Structuurformule geeft aan op welke manier de atomen aan
elkaar zitten. Bij een koolstofskelet teken je alleen de C-atomen.
Bij een molecuulformule kan je soms verschillende
structuurformules tekenen, dit noem je isomerie. Stoffen met
dezelfde molecuulformule maar andere structuurformules noem je
isomeren. Deze hebben ook verschillende namen.
Op grond van structuurformule geef je de systematische naam →
1. zoek de hoofdketen : dit is de langste keten en dit bepaald de stamnaam
2. zijgroepen krijgen naam, nummer en numeriek voorvoegsel (di, tri, tetra, etc.)
plaatsnummer zo klein mogelijk
3. zijgroepen voor stamnaam plaatsen, zijgroepen:
CH3 = methyl
CH2 - CH3 = ethyl
CH2 - CH2 - CH3 = propyl
Cycloalkanen zijn koolwaterstoffen met een ringstructuur, algemene formule = CnH2n
§1 fossiele brandstoffen
Aardolie en aardgas ontstaan uit plankton. Fossiele brandstoffen zijn vele miljoenen jaren
geleden ontstaan door het afsterven van levende organismen. Aardolie is een mengsel van
koolwaterstoffen. Aardolie wordt gescheiden door gefractioneerde destillatie, er ontstaan
verschillende fracties met verschillende kooktrajecten. Destillatie vindt plaats in
destillatietorens, onderin → temperatuur het hoogst. Stoffen met een laagste kookpunt
komen aan de bovenkant eruit. Voorraad fossiele brandstoffen is oneindig.
Koolwaterstoffen zijn gassen met de formule → CxHy (koolstof en waterstof)
Stoffen met lichtere moleculen hebben zwakkere vanderwaalsbindingen en de stoffen
hebben een laag kookpunt→ explosief en brandbaar
Zwaardere moleculen zijn minder brandbaar
Blokschema is een schematische weergave van een (chemisch) proces.
In een blok→ handeling
Pijl→ stof na de handeling (wordt stof toegevoegd/afgevoerd)
Na het scheiden kan een stof teruggevoerd worden in de reactor = recirculeren
continuproces = proces wordt niet stilgelegd en stofstroom wordt niet onderbroken (één
specifiek product wordt geproduceerd).
batchproces = één hoeveelheid per keer gemaakt, reactor gevuld en na reactie weer
leeggehaald en voor ander product klaargemaakt.
§2 alkanen en cycloalkanen
Alkanen zijn een speciale groep koolwaterstoffen. De algemene formule van alkanen→
CnH2n+2. Iedere volgende stof uit de reeks moleculen is een CH2 groep groter dus
het is een homologe reeks.
Aantal alkanen:
Methaan - Ethaan - Propaan - Butaan - Pentaan - Hexaan - Heptaan - Octaan -
Nonaan - Decaan
Structuurformule geeft aan op welke manier de atomen aan
elkaar zitten. Bij een koolstofskelet teken je alleen de C-atomen.
Bij een molecuulformule kan je soms verschillende
structuurformules tekenen, dit noem je isomerie. Stoffen met
dezelfde molecuulformule maar andere structuurformules noem je
isomeren. Deze hebben ook verschillende namen.
Op grond van structuurformule geef je de systematische naam →
1. zoek de hoofdketen : dit is de langste keten en dit bepaald de stamnaam
2. zijgroepen krijgen naam, nummer en numeriek voorvoegsel (di, tri, tetra, etc.)
plaatsnummer zo klein mogelijk
3. zijgroepen voor stamnaam plaatsen, zijgroepen:
CH3 = methyl
CH2 - CH3 = ethyl
CH2 - CH2 - CH3 = propyl
Cycloalkanen zijn koolwaterstoffen met een ringstructuur, algemene formule = CnH2n