Bloedsuikerbepaling:
- Glucosemeter accu check.
- Teststroken.
- Twee niet steriele gaasjes.
- Lancetten en prikpen voor bloed.
- Pleister.
- Naaldencontainer.
- Lauwwarm water.
- Handdoek
- Handschoenen.
Capillair
- Nuchter glucose: 4-7 mmol/l.
- 2 uur na maaltijd: minder dan 9 mmol/l.
- Schommelingen treden op door: voeding, beweging, emoties, infecties, medicijnen.
Veneus plasma
- Ader: 4,5-8 mmol/l.
- Twee uur na de maaltijd minder dan 9 mmol/l.
Vingerprik aandachtpunten:
- Je mag niet knijpen en stuwen.
- Zorg dat de vinger warm is.
- Prik aan zijkant van vingertop.
- Prik in pink, middel of ringvinger.
- Handen met water en zeep wassen.
- Zorg ervoor dat zorgvrager handen heeft gewassen.
Extra interventies bij iemand met een slechte doorbloeding:
- Hand lager dan het hart houden.
- Wassen met warm water.
- Arm omlaag laten hangen en vuist maken.
- Vinger zachtjes masseren.
- Flink knijpen met een vuist.
Insuline:
- Heldere en troebele insuline.
- De insulineoplossing wordt geleverd in een sterkte van 100 IE/ml.
- Er zijn kortwerkende insuline, langwerkende insuline en mengsels van kort en
langwerkende.
- Bewaar insuline bij een temperatuur tussen 2 en 8 graden in de koelkast.
Wat heb je nodig:
- Insulinepen
- Door aan de gegroefde huls te draaien kan je het aantal eenheden instellen.
- Bij de meeste pennen kan de insuline ampul worden verwisseld.