Economie Hoofdstuk 5
Leerdoelen
Leerdoelen 5.1
- Je kan uitleggen hoe een arbeidsovereenkomst in stand komt
- Je kan uitleggen welke dienstverbanden er mogelijk zijn
- Je kan uitleggen wat de wet regelt om de werknemer te beschermen
Leerdoelen 5.2
- Je kan uitleggen welke ondernemingsvormen er zijn
- Je kan uitleggen hoe een bedrijf georganiseerd is
- Je kan uitleggen in welke sectoren je kunt werken
Leerdoelen 5.3
- Je kan uitleggen hoe de arbeidsmarkt eruitziet
- Je kan uitleggen wanneer je bij de beroepsbevolking hoort
- Je kan uitleggen welk werk meetelt inde economische cijfers
Leerdoelen 5.4
- Je kan uitleggen wat het betekent om werkloos te zijn
- Je kan uitleggen wat de oorzaken van werkloosheid kunnen zijn
- Je kan uitleggen welke soorten werkloosheid er zijn
Samenvattingen
Samenvatting 5.1
Als je een baan krijgt, sluit je een arbeidsovereenkomst met je werkgever. De meeste
afspraken daarin zijn overgenomen uit de cao (collectieve arbeidsovereenkomst) die voor de
hele bedrijfstak geldt. Veel mensen hebben een vaste baan, maar je kunt ook een flexibele
baan hebben, bijvoorbeeld via een uitzendbureau. Je spreekt af hoeveel het brutoloon is dat
je gaat verdienen. Als daar belasting en premies afgehaald zijn, blijft het nettoloon over. De
Arbeidstijdenwet geeft regels over werk- en rusttijden. In de Arbowet staan regels over
veilige en gezonde arbeidsomstandigheden. Werknemers moeten minimaal het
minimumloon verdienen.
Samenvattingen 5.2
Je werkt om geld te verdienen maar er zijn ook andere arbeidsmotieven. Je kunt werken in
loondienst of als zelfstandige je eigen onderneming hebben. Bedrijven kiezen zelf een
bepaalde ondernemingsvorm. Ben jij de eigenaar, dan heb je een eenmanszaak. Een vof
heeft twee of meer eigenaren die samen de leiding hebben. Een Nv en Bv zijn eigendom van
aandeelhouders. Daar heeft een directeur de leiding. In een organisatie is er
arbeidsverdeling als medewerkers verschillende taken hebben. In een organigram kun je
zien hoe de taken en verantwoordelijkheden verdeeld zijn. Alle arbeid en productie vind
plaats in een van de vier productiesectoren.
Leerdoelen
Leerdoelen 5.1
- Je kan uitleggen hoe een arbeidsovereenkomst in stand komt
- Je kan uitleggen welke dienstverbanden er mogelijk zijn
- Je kan uitleggen wat de wet regelt om de werknemer te beschermen
Leerdoelen 5.2
- Je kan uitleggen welke ondernemingsvormen er zijn
- Je kan uitleggen hoe een bedrijf georganiseerd is
- Je kan uitleggen in welke sectoren je kunt werken
Leerdoelen 5.3
- Je kan uitleggen hoe de arbeidsmarkt eruitziet
- Je kan uitleggen wanneer je bij de beroepsbevolking hoort
- Je kan uitleggen welk werk meetelt inde economische cijfers
Leerdoelen 5.4
- Je kan uitleggen wat het betekent om werkloos te zijn
- Je kan uitleggen wat de oorzaken van werkloosheid kunnen zijn
- Je kan uitleggen welke soorten werkloosheid er zijn
Samenvattingen
Samenvatting 5.1
Als je een baan krijgt, sluit je een arbeidsovereenkomst met je werkgever. De meeste
afspraken daarin zijn overgenomen uit de cao (collectieve arbeidsovereenkomst) die voor de
hele bedrijfstak geldt. Veel mensen hebben een vaste baan, maar je kunt ook een flexibele
baan hebben, bijvoorbeeld via een uitzendbureau. Je spreekt af hoeveel het brutoloon is dat
je gaat verdienen. Als daar belasting en premies afgehaald zijn, blijft het nettoloon over. De
Arbeidstijdenwet geeft regels over werk- en rusttijden. In de Arbowet staan regels over
veilige en gezonde arbeidsomstandigheden. Werknemers moeten minimaal het
minimumloon verdienen.
Samenvattingen 5.2
Je werkt om geld te verdienen maar er zijn ook andere arbeidsmotieven. Je kunt werken in
loondienst of als zelfstandige je eigen onderneming hebben. Bedrijven kiezen zelf een
bepaalde ondernemingsvorm. Ben jij de eigenaar, dan heb je een eenmanszaak. Een vof
heeft twee of meer eigenaren die samen de leiding hebben. Een Nv en Bv zijn eigendom van
aandeelhouders. Daar heeft een directeur de leiding. In een organisatie is er
arbeidsverdeling als medewerkers verschillende taken hebben. In een organigram kun je
zien hoe de taken en verantwoordelijkheden verdeeld zijn. Alle arbeid en productie vind
plaats in een van de vier productiesectoren.