Geomorfologie Hoorcollege:
Deeltoets 1:
Actualiteitsprincipe (uniformitarianism): Dezelfde (geologische) processen en
natuurwetten die we tegenwoordig observeren hebben sinds het ontstaan van de
aarde altijd gewerkt.
Geologische processen zijn:
- Endogene krachten; vulkanisme, tektonische activiteit.
- Exogene krachten; verwering, erosie, transport en sedimentatie.
Verwering maakt erosie mogelijk.
Moho: De grens tussen de mantel en de korst.
Lithosfeer: De korst en het bovenste deel van de mantel, vast en breekbaar.
Asthenosfeer: Het onderste deel van de mantel, vloeibaar en plastisch.
Structuur van de aarde: isostasie; de lithosfeer drijft op de asthenosfeer.
Doordat de Rijn bij ons stroomt wordt de lithosfeer dikker en daardoor daalt het land.
In 1915 oppert Alfred Wegener het idee dat continenten ooit aan elkaar vast zaten.
Hij noemde dat continental drift.
Oceanische spreading is het ontstaan van een nieuwe oceanische korst. Het is een
divergente plaatgrens waar vulkanisme ontstaat. Dit is ook wel een midoceanische
rug. Hierdoor konden de continenten zich verschuiven.
, Waar nieuwe oceaankorst wordt gevormd, moet ook ergens oceaankorst verdwijnen.
Dat gebeurd bij subductiezones. De oceanische plaat is zwaarder dan de
continentale plaat. Dat komt door de verschillende samenstelling van de gesteentes.
Als twee continenten tegen elkaar botsen dan ontstaat er orogenese
(gebergtevorming). Dat komt bijna altijd door convergentie.
Zwaartekracht is de motor achter de platentektoniek. Subductietrekkracht (slab pull)
trekt de lithosferische platen in beweging.
Rugduwkracht (ridge push) bij midoceanische rug duwt de lithosfeer weg.
Gesteente:
- De bouwstenen van gesteenten zijn elementen.
- Verschillende elementen vormen samen een mineraal (ook wel kristal
genoemd).
- Verschillende mineralen vormen samen een gesteente.
Je hebt drie hoofdgroepen van gesteenten:
- Stollingsgesteente; je hebt diepte of ganggesteente (intrusive) graniet, grote
kristallen. Ook heb je uitvloeiingsgesteente (extrusive) basalt, kleine kristallen.
- Sedimentgesteente; Je hebt drie typen sedimentgesteente. De eerste is
klastisch (korreltjes van andere gesteenten). De tweede is chemisch. En de
derde is organisch.
- Metamorfgesteente;
Je hebt verschillende massabewegingen, dit zijn:
- Rockfall (vallend gesteente); onderaan ligt vaak een puinhelling.
- Landslide (aardverschuiving);
- Earthflow (aardstroom); langzame vervloeiing van de helling.
- Debris flow (puinstroming); komt als gevolg van vulkanische activiteit (Lahar)
en extreme regenval.
- Mudflow (modderstroom);
- Creep (kruip); het kruipen van een helling, gaat heel erg langzaam. Is niet
waarneembaar met het oog.
Verwering: vorming van regoliet (=verweringslaag wat zich heeft opgestapeld)
Verwering + zwaartekracht → massabeweging → landschapsvormen
Je hebt verschillende vormen van verwering:
Deeltoets 1:
Actualiteitsprincipe (uniformitarianism): Dezelfde (geologische) processen en
natuurwetten die we tegenwoordig observeren hebben sinds het ontstaan van de
aarde altijd gewerkt.
Geologische processen zijn:
- Endogene krachten; vulkanisme, tektonische activiteit.
- Exogene krachten; verwering, erosie, transport en sedimentatie.
Verwering maakt erosie mogelijk.
Moho: De grens tussen de mantel en de korst.
Lithosfeer: De korst en het bovenste deel van de mantel, vast en breekbaar.
Asthenosfeer: Het onderste deel van de mantel, vloeibaar en plastisch.
Structuur van de aarde: isostasie; de lithosfeer drijft op de asthenosfeer.
Doordat de Rijn bij ons stroomt wordt de lithosfeer dikker en daardoor daalt het land.
In 1915 oppert Alfred Wegener het idee dat continenten ooit aan elkaar vast zaten.
Hij noemde dat continental drift.
Oceanische spreading is het ontstaan van een nieuwe oceanische korst. Het is een
divergente plaatgrens waar vulkanisme ontstaat. Dit is ook wel een midoceanische
rug. Hierdoor konden de continenten zich verschuiven.
, Waar nieuwe oceaankorst wordt gevormd, moet ook ergens oceaankorst verdwijnen.
Dat gebeurd bij subductiezones. De oceanische plaat is zwaarder dan de
continentale plaat. Dat komt door de verschillende samenstelling van de gesteentes.
Als twee continenten tegen elkaar botsen dan ontstaat er orogenese
(gebergtevorming). Dat komt bijna altijd door convergentie.
Zwaartekracht is de motor achter de platentektoniek. Subductietrekkracht (slab pull)
trekt de lithosferische platen in beweging.
Rugduwkracht (ridge push) bij midoceanische rug duwt de lithosfeer weg.
Gesteente:
- De bouwstenen van gesteenten zijn elementen.
- Verschillende elementen vormen samen een mineraal (ook wel kristal
genoemd).
- Verschillende mineralen vormen samen een gesteente.
Je hebt drie hoofdgroepen van gesteenten:
- Stollingsgesteente; je hebt diepte of ganggesteente (intrusive) graniet, grote
kristallen. Ook heb je uitvloeiingsgesteente (extrusive) basalt, kleine kristallen.
- Sedimentgesteente; Je hebt drie typen sedimentgesteente. De eerste is
klastisch (korreltjes van andere gesteenten). De tweede is chemisch. En de
derde is organisch.
- Metamorfgesteente;
Je hebt verschillende massabewegingen, dit zijn:
- Rockfall (vallend gesteente); onderaan ligt vaak een puinhelling.
- Landslide (aardverschuiving);
- Earthflow (aardstroom); langzame vervloeiing van de helling.
- Debris flow (puinstroming); komt als gevolg van vulkanische activiteit (Lahar)
en extreme regenval.
- Mudflow (modderstroom);
- Creep (kruip); het kruipen van een helling, gaat heel erg langzaam. Is niet
waarneembaar met het oog.
Verwering: vorming van regoliet (=verweringslaag wat zich heeft opgestapeld)
Verwering + zwaartekracht → massabeweging → landschapsvormen
Je hebt verschillende vormen van verwering: