Inhoud
BMW Weefsels – HC2/3 Epitheelweefsel ............................................................................................... 2
BMW Weefsels – HC4/5 Bindweefsel ..................................................................................................... 7
BMW Weefsels – HC6 Pathologie & Adaptaties.................................................................................... 11
BMW Weefsels – HC7 – Tumorpathologie ............................................................................................ 14
BMW Weefsels – HC 8 – Inleiding Immunologie ................................................................................... 16
BMW Weefsels – HC 9 – Aangeboren afweer ...................................................................................... 20
BMW Weefsels – HC 10 – Receptoren van het adaptieve immuunsysteem ....................................... 23
BMW Weefsels – HC11 – T-cellen en MHC-moleculen ......................................................................... 27
BMW Weefsels – HC12 – Antigeen presentatie in context ................................................................... 30
BMW Weefsels – HC13 – Primair Lymfoïd weefsel ............................................................................... 34
BMW Weefsels – HC14 – Secundair Lymfoïd weefsel........................................................................... 37
BMW Weefsels – HC13 – Mucosaal immuunsysteem .......................................................................... 43
BMW Weefsels – Overzicht van immuunrespons tegen bacterie......................................................... 45
BMW Weefsels – Overzicht van antivirale respons .............................................................................. 46
1
,BMW Weefsels – HC2/3
Epitheelweefsel
Epitheelweefsel = dekweefsel dat een afgrenzende laag
vormt van aaneengesloten cellen
o Het is heel divers en komt voor in verschillende
plaatsen in het lichaam, heeft verschillende
functies en er zijn verschillende typen
o Heeft verschillende klassificaties
(eenlagig/meerlagig) gebasseerd op basis van
het aantal cellagen en de celvorm
o Herkomst is van de drie verschillende embryologische kiemlagen
o Epitheelcellen hebben een polariteit door de apicale en basale kant
o Bevat veel cellen en weinig matrix → veel kernen bij elkaar waardoor het compact is
o Hechten allemaal aan het basale membraan via hemidesmosomen
• Functies:
➢ Fysieke/afgrenzende bescherming van onderliggende weefsels (huid)
➢ Absorptie (dunne darm)
➢ Secretie (klieren) / excretie (nieren)
➢ Opname en afgifte van stoffen
➢ Selectieve diffusie (longen)
• Specialisaties:
✓ Locatie: lichaamsoppervlak (huid), voortzettingen buiten/binnenkant lichaam
(luchtwegen, urinewegen, spijsverteringskanaal) en bekleding van interne
holtes/organen/afvoerbuizen
(bloedvaten, borstholte, blaas)
➢ Cilia – transport
➢ Microvili – oppervlaktevergroting voor
absorptie
➢ Tight junctions – afgrenzing
• Kenmerken:
➢ Cellen dicht tegen elkaar
➢ Weinig intercellulaire ruimte
➢ Cellen hechten op basale lamina via
hemidesmosoom
➢ Cellen zijn aan elkaar gehecht via intercellulaire verbindingen (junctions)
➢ Cellen zijn veelal polair
➢ Er is geen doorbloeding en is mitotisch erg actief
Basale membraan = membraan vlak onder de epitheellaag cellen (basale lamina + lamina reticularis)
Basale lamina = netwerk van verbindende eiwitten en membraan dat deel is van het basale membraan
Lamina Propa = bindweefsel onder het basale membraan
Integrines = eiwitten die uit de celmembraan steken en dienen als ankerpunt voor andere eiwitten, die
aanwezig zijn in de basale lamina, en hiermee een verbinding aangaan
Hemidesmosoom = plaats waar cellen hechten aan basale lamina
Apicale kant = buitenkant
Basale kant = onderkant tegen het basale membraan
2
, Intercellulaire junctions
Soort Tight Junctions Adherens Junctions Desmosomen Hemidesmosomen Gap junctions
Functie Afsluiting Cel-Cel verbinding Cel-Cel Cel-Basale Cel-cel communicatie
buitenste milieu verbinding membraan
van binnenste verbinding
milieu
Kenmerken Aan de Zonula Adherens = aan de Verbinding Halve desmosoom Kleine kanaaltjes
bovenkant van onderkant, waar actine tussen
de cel filamenten gebonden zijn die intermediaire
cellen aan elkaar hechten keratine
filamenten
Voorbeelden - - - - Spiercellen
3
, Classificaties - Soorten epitheelweefsel
[1] Eenlagig Epitheel weefsel
Soort Kenmerken Functie Voorbeeld Afbeelding
Plaveisel - plaveiselcellen = platte, - bekleding / -Endotheellaag
epitheel dunne cellen bescherming - bloedvatwand
- cellen hechten aan - diffusie - alveoli
basale lamina - barrière
- willekeurige vorm, wel
plat
Kubisch - kubische cellen = cellen - -Afvoergang
epitheel even hoog als breed klier
- niet alle cellen hechten - verzamelbuis
aan basale lamina nier
Cilindrisch - cilindrische cellen = - bescherming - darm
epitheel cellen hoger dan breed - bekleding - maag
- alle cellen hechten aan - opname stoffen - grote
basale lamina verzamelbuis in
- heeft bepaalde nieren
specialisaties aan het
apicale membraan:
~Microvilli
~Slijmbekercellen
~Cilia
4