Hoofdstuk 1
Reclasseringsmethodiek
De reclassering werkt met cliënten die veroordeeld zijn door de rechter. De reclasseringsmethodiek
is een samenwerking tussen de cliënt, reclassering en de rechter.
3 kaders die voor de methodiek belangrijk zijn
Wetenschappelijk kader in dit kader wordt de effectiviteit van reclasseringsinterventies
onderzocht
Organisatorische kader
Justitieel kader hierbij gaat het om risicobeheersing, begeleiding en gedragsverandering
3 fundamenten van de methodiek
Legitimeren van macht
Onvrijwillige transactie tussen cliënt en reclassering
Het cognitief-gedragsmatige veranderingsmodel
Hoofdstuk 2:
Effectieve reclasseringsinterventies: het wetenschappelijke kader
Evidence-based practice: Interventies zijn getoetst en de reclasseringsmethodiek is gebaseerd op de
wetenschappelijke inzichten.
Practice-based: Er wordt gekeken naar de resultaten vanuit de praktijk.
Empirisch: Hierbij wordt getoetst of dat de werkelijkheid klopt.
Vier niveaus van effectiviteit:
Niveau van de samenleving Wat is het maatschappelijke probleem die we moeten
aanpakken? Als de criminaliteit afneemt, krijgt de samenleving een groter gevoel van
veiligheid.
Niveau van de reclassering als organisatie Wanneer is de reclassering effectief?
De verwachtingen van de reclassering moeten reëel zijn.
Niveau van de individuele werker Wanneer is de reclasseringswerker effectief?
De reclasseringswerker controleert of dat de cliënt zich houdt aan de opgelegde bijzondere
voorwaarden (bv. de cliënt moet zich iedere week melden). Ook is het kijken naar de
criminogene factoren belangrijk. Door deze factoren te beïnvloeden, kan de kans op recidive
afnemen.
Niveau van de cliënt Welke bijdrage heeft de cliënt aan het slagen van de
reclassering/begeleiding?
Het resultaat van het reclasseringstoezicht is afhankelijk van de cliënt en van de
reclasseringswerker. Voor een effectieve reclasseringsinterventie moet de cliënt:
- aanwezig zijn bij de opgelegde activiteiten
- positief deelnemen aan deze activiteiten
- de opgelegde activiteiten afmaken
Justitie bepaalt de intensiteit van het reclasseringstoezicht. Dit bepalen zij na aanleiding van de
risicofactoren.
1
,What Works
De effectiviteit van de reclasseringsinterventies hangt samen met een aantal principes:
Risicoprincipe hoe hoger het risico is, hoe meer je mag doen. Als iemand een hoog risico
heeft op recidive, moet er strenger gecontroleerd worden.
Behoefteprincipe criminogene factoren (factoren die bijdragen aan het criminele gedrag
b.v gezinssituatie, buurt, psychische stoornis, lage impulsbeheersing)
Principe van responsiviteit (mate waarin iemand kan beantwoorden)
Inhoud interventie afstemmen
cliënt hebben die ontvankelijk is
Aansluiten bij vaardigheden en motivatie
Match tussen werker en cliënt
Principe van programma-integriteit
Theoretisch goed doordacht
Uitvoeren zoals het bedoeld is
Wat werkt niet
Je moet per cliënt bekijken hoe je de begeleiding vormgeeft. Als een cliënt een kleine kans heeft op
recidive, moet je geen intensieve begeleiding bieden. Dit kan de kans op recidive vergroten. Nog een
aantal voorbeelden zijn:
Afschrikkingprogramma’s programma’s waarin veel discipline komt kijken. Dit werkt
averechts.
Gebrekkige aansluiting bij risicofactoren als je aandacht besteed aan de niet-criminogene
factoren, dan heeft het geen invloed op de kans dat hij nieuwe delicten pleegt.
Hoofdstuk 3:
Toezicht: het organisatorische kader
Werkproces van de reclassering
1. Intake
2. Diagnose Je stelt een indicatie vast voor intensiteit op basis van het vastgestelde risico op
recidive en letselschade
3. Plan van Aanpak in het plan van aanpak wordt beschreven hoe de toezicht eruit gaat zien.
Ook staat hierin welke mogelijke risico’s er zijn met betrekking tot recidive
4. Uitvoeren van het plan van aanpak hierbij moet je ook kijken of dat de cliënt zich aan de
afspraken houdt. Ook is het signaleren van mogelijke toename op recidive belangrijk
5. Risicomanagement De vrijheid van de delictpleger kan worden beperkt door de bijzondere
voorwaarden die de rechter heeft opgelegd. De toezichthouder kijkt of dat de cliënt zich aan
de afspraken houdt. Risicomanagement is gaat over het controleaspect van de
reclasseringswerker
6. Toeleiding zorg
7. Gedragsinterventies er wordt gekeken welke programma’s de cliënt kan volgen
Het gaat bij de programma’s om het vergroten van de maatschappelijke zelfredzaamheid
bij schade. Deze programma’s zijn gericht op specifieke risicofactoren en vaardigheden.
8. Tussentijds evalueren als de cliënt zich niet houdt aan de bijzondere voorwaarden en als
er toenemend recidiverisico is, moet dit doorgegeven worden aan justitie. Zo nodig pas je
het plan van aanpak aan
9. Afsluiten van het traject Soms is het noodzakelijk om tussentijd het traject af te sluiten.
10. Verantwoorden traject moet verantwoord worden. Er moet vaststaan wat er is gebeurd in
het traject.
2
, Tijdens het onderzoeksproces stelt de reclasseringswerker de criminogene factoren vast met behulp
van de RISC. Die criminogene factoren kunnen leiden tot het delictgedrag. Er zijn 2 soorten risico’s:
Risico van recidive: Je gaat kijken naar hoe groot het risico kan zijn dat iemand opnieuw een delict
pleegt.
Risico op letselschade: Er wordt gekeken naar hoe ernstig het letsel is dat de cliënt heeft
toegebracht. Vormt de cliënt een bedreiging voor zichzelf of voor anderen?
RISC schalen
Schaal 1: Delictengeschiedenis
Schaal 2: Analyse huidig delict
Schaal 3: Huisvesting en wonen
Schaal 4: Opleiding, werk en leren
Schaal 5: Inkomen en omgaan met geld
Schaal 6: Relatie met partner, gezin en familie
Schaal 7: Sociaal functioneren
Schaal 8: Druggebruik
Schaal 9: Alcoholgebruik
Schaal 10: Emotioneel welzijn
Schaal 11: Denkpatronen, gedrag en vaardigheden
Schaal 12: Houding
Schaal 13: Aanvullende informatie
Functie van de RISc schaal:
Risico op recidive vaststellen
Risico op letselschade vaststellen
Criminogene factoren vaststellen
Responsiviteit inschatten
Hoofdstuk 4
Het justitiële kader: risicomanagement als onderdeel van toezicht
Reclasseringstoezicht kent 2 functies:
het managen van risico’s voor de samenleving
het begeleiden van de cliënt
De reclassering heeft een controlerende taak en een begeleidende taak.
Het doel van de controlerende taak is om vanaf de start van het traject het recidiverisico te beperken
tijdens het toezicht.
Het doel van de begeleidende taak is om de controlerende taak te ondersteunen. Het is gericht op
het verkleinen van de kans op recidive na afloop van het toezicht.
Functies van de verschillende vormen van toezicht
Toezicht als vorm van risicobeheersing
Hierbij heb je de rol van de bewaker en controleur. De reclassering ondersteunt de cliënt bij het zich
houden aan bijzondere voorwaarden. De afspraken die met de cliënt zijn gemaakt, zijn afgestemd op
de risicofactoren.
Toezicht als kader voor begeleiding en gedragsbeïnvloeding
Dit is een kader voor begeleiding en gedragsbeïnvloeding. Het gedwongen karakter van toezicht is
een extra hulpmiddel om cliënten ertoe te bewegen reclasseringsbegeleiding te aanvaarden en vol te
houden. Deze functie geldt wel voor cliënten die gemotiveerd zijn.
3
Reclasseringsmethodiek
De reclassering werkt met cliënten die veroordeeld zijn door de rechter. De reclasseringsmethodiek
is een samenwerking tussen de cliënt, reclassering en de rechter.
3 kaders die voor de methodiek belangrijk zijn
Wetenschappelijk kader in dit kader wordt de effectiviteit van reclasseringsinterventies
onderzocht
Organisatorische kader
Justitieel kader hierbij gaat het om risicobeheersing, begeleiding en gedragsverandering
3 fundamenten van de methodiek
Legitimeren van macht
Onvrijwillige transactie tussen cliënt en reclassering
Het cognitief-gedragsmatige veranderingsmodel
Hoofdstuk 2:
Effectieve reclasseringsinterventies: het wetenschappelijke kader
Evidence-based practice: Interventies zijn getoetst en de reclasseringsmethodiek is gebaseerd op de
wetenschappelijke inzichten.
Practice-based: Er wordt gekeken naar de resultaten vanuit de praktijk.
Empirisch: Hierbij wordt getoetst of dat de werkelijkheid klopt.
Vier niveaus van effectiviteit:
Niveau van de samenleving Wat is het maatschappelijke probleem die we moeten
aanpakken? Als de criminaliteit afneemt, krijgt de samenleving een groter gevoel van
veiligheid.
Niveau van de reclassering als organisatie Wanneer is de reclassering effectief?
De verwachtingen van de reclassering moeten reëel zijn.
Niveau van de individuele werker Wanneer is de reclasseringswerker effectief?
De reclasseringswerker controleert of dat de cliënt zich houdt aan de opgelegde bijzondere
voorwaarden (bv. de cliënt moet zich iedere week melden). Ook is het kijken naar de
criminogene factoren belangrijk. Door deze factoren te beïnvloeden, kan de kans op recidive
afnemen.
Niveau van de cliënt Welke bijdrage heeft de cliënt aan het slagen van de
reclassering/begeleiding?
Het resultaat van het reclasseringstoezicht is afhankelijk van de cliënt en van de
reclasseringswerker. Voor een effectieve reclasseringsinterventie moet de cliënt:
- aanwezig zijn bij de opgelegde activiteiten
- positief deelnemen aan deze activiteiten
- de opgelegde activiteiten afmaken
Justitie bepaalt de intensiteit van het reclasseringstoezicht. Dit bepalen zij na aanleiding van de
risicofactoren.
1
,What Works
De effectiviteit van de reclasseringsinterventies hangt samen met een aantal principes:
Risicoprincipe hoe hoger het risico is, hoe meer je mag doen. Als iemand een hoog risico
heeft op recidive, moet er strenger gecontroleerd worden.
Behoefteprincipe criminogene factoren (factoren die bijdragen aan het criminele gedrag
b.v gezinssituatie, buurt, psychische stoornis, lage impulsbeheersing)
Principe van responsiviteit (mate waarin iemand kan beantwoorden)
Inhoud interventie afstemmen
cliënt hebben die ontvankelijk is
Aansluiten bij vaardigheden en motivatie
Match tussen werker en cliënt
Principe van programma-integriteit
Theoretisch goed doordacht
Uitvoeren zoals het bedoeld is
Wat werkt niet
Je moet per cliënt bekijken hoe je de begeleiding vormgeeft. Als een cliënt een kleine kans heeft op
recidive, moet je geen intensieve begeleiding bieden. Dit kan de kans op recidive vergroten. Nog een
aantal voorbeelden zijn:
Afschrikkingprogramma’s programma’s waarin veel discipline komt kijken. Dit werkt
averechts.
Gebrekkige aansluiting bij risicofactoren als je aandacht besteed aan de niet-criminogene
factoren, dan heeft het geen invloed op de kans dat hij nieuwe delicten pleegt.
Hoofdstuk 3:
Toezicht: het organisatorische kader
Werkproces van de reclassering
1. Intake
2. Diagnose Je stelt een indicatie vast voor intensiteit op basis van het vastgestelde risico op
recidive en letselschade
3. Plan van Aanpak in het plan van aanpak wordt beschreven hoe de toezicht eruit gaat zien.
Ook staat hierin welke mogelijke risico’s er zijn met betrekking tot recidive
4. Uitvoeren van het plan van aanpak hierbij moet je ook kijken of dat de cliënt zich aan de
afspraken houdt. Ook is het signaleren van mogelijke toename op recidive belangrijk
5. Risicomanagement De vrijheid van de delictpleger kan worden beperkt door de bijzondere
voorwaarden die de rechter heeft opgelegd. De toezichthouder kijkt of dat de cliënt zich aan
de afspraken houdt. Risicomanagement is gaat over het controleaspect van de
reclasseringswerker
6. Toeleiding zorg
7. Gedragsinterventies er wordt gekeken welke programma’s de cliënt kan volgen
Het gaat bij de programma’s om het vergroten van de maatschappelijke zelfredzaamheid
bij schade. Deze programma’s zijn gericht op specifieke risicofactoren en vaardigheden.
8. Tussentijds evalueren als de cliënt zich niet houdt aan de bijzondere voorwaarden en als
er toenemend recidiverisico is, moet dit doorgegeven worden aan justitie. Zo nodig pas je
het plan van aanpak aan
9. Afsluiten van het traject Soms is het noodzakelijk om tussentijd het traject af te sluiten.
10. Verantwoorden traject moet verantwoord worden. Er moet vaststaan wat er is gebeurd in
het traject.
2
, Tijdens het onderzoeksproces stelt de reclasseringswerker de criminogene factoren vast met behulp
van de RISC. Die criminogene factoren kunnen leiden tot het delictgedrag. Er zijn 2 soorten risico’s:
Risico van recidive: Je gaat kijken naar hoe groot het risico kan zijn dat iemand opnieuw een delict
pleegt.
Risico op letselschade: Er wordt gekeken naar hoe ernstig het letsel is dat de cliënt heeft
toegebracht. Vormt de cliënt een bedreiging voor zichzelf of voor anderen?
RISC schalen
Schaal 1: Delictengeschiedenis
Schaal 2: Analyse huidig delict
Schaal 3: Huisvesting en wonen
Schaal 4: Opleiding, werk en leren
Schaal 5: Inkomen en omgaan met geld
Schaal 6: Relatie met partner, gezin en familie
Schaal 7: Sociaal functioneren
Schaal 8: Druggebruik
Schaal 9: Alcoholgebruik
Schaal 10: Emotioneel welzijn
Schaal 11: Denkpatronen, gedrag en vaardigheden
Schaal 12: Houding
Schaal 13: Aanvullende informatie
Functie van de RISc schaal:
Risico op recidive vaststellen
Risico op letselschade vaststellen
Criminogene factoren vaststellen
Responsiviteit inschatten
Hoofdstuk 4
Het justitiële kader: risicomanagement als onderdeel van toezicht
Reclasseringstoezicht kent 2 functies:
het managen van risico’s voor de samenleving
het begeleiden van de cliënt
De reclassering heeft een controlerende taak en een begeleidende taak.
Het doel van de controlerende taak is om vanaf de start van het traject het recidiverisico te beperken
tijdens het toezicht.
Het doel van de begeleidende taak is om de controlerende taak te ondersteunen. Het is gericht op
het verkleinen van de kans op recidive na afloop van het toezicht.
Functies van de verschillende vormen van toezicht
Toezicht als vorm van risicobeheersing
Hierbij heb je de rol van de bewaker en controleur. De reclassering ondersteunt de cliënt bij het zich
houden aan bijzondere voorwaarden. De afspraken die met de cliënt zijn gemaakt, zijn afgestemd op
de risicofactoren.
Toezicht als kader voor begeleiding en gedragsbeïnvloeding
Dit is een kader voor begeleiding en gedragsbeïnvloeding. Het gedwongen karakter van toezicht is
een extra hulpmiddel om cliënten ertoe te bewegen reclasseringsbegeleiding te aanvaarden en vol te
houden. Deze functie geldt wel voor cliënten die gemotiveerd zijn.
3