Samenvatting Praktisch Strafrecht
Voorwaarden voor een strafbaar feit:
- menselijke gedraging doen of nalaten
- binnen een delictsomschrijving
- wederrechtelijk in strijd met het recht
- aan schuld te wijten (verwijtbaar)
Bestanddelen zijn opgenomen in de delictsomschrijving.
Elementen worden verondersteld aanwezig te zijn.
Formele delicten stellen een activiteit strafbaar, materiële delicten stellen het intreden van
een gevolg strafbaar.
Commissiedelict: handelen
Omissiedelict: nalaten
Gronddelict: bepaalde gedraging wordt strafbaar gesteld.
Gekwalificeerd delict: zwaarder dan gronddelict.
Geprivilegieerd delict: lichter dan gronddelict.
Boos opzet: verdachte wist dat hij de wet overtrad en heeft dat ook gewild.
Kleurloos opzet: verdachte heeft willens en wetens gehandeld.
Opzet als bedoeling: (zwaarste vorm van opzet)
Een verdachte heeft een bepaalde bedoeling en daarom pleegt hij het strafbaar feit. Hij wil
dat het gevolg intreedt. Het is niet vereist dat het gewilde gevolg ook daadwerkelijk intreedt.
Deze vorm van opzet is te herkennen aan het woordje ‘oogmerk’.
Opzet als zekerheidsbewustzijn:
De verdachte weet zeker dat het gevolg in zal treden.
Opzet als waarschijnlijkheidsbewustzijn:
De gevolgen van het handelen van een verdachte zullen waarschijnlijk intreden.
Voorwaardelijke opzet: (lichtste vorm van opzet)
HR Cicero, HR Porsche, HR Ronde Klip
‘zich willens en wetens blootstellen aan de aanmerkelijke kans dat een bepaald gevolg
intreedt en dat gevolg op de koop toenemen’
Schuld: ‘de aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid’
Garantenstellung: omdat iemand een bepaalde deskundigheid bezit, worden er strengere
eisen aan die persoon gesteld mbt de onvoorzichtigheid.
Bewuste schuld: gedacht dat de afloop goed zou zijn, ipv slecht.
Onbewuste schuld: niet nadenken over de gevolgen van een handeling, terwijl dit wel zou
moeten.
Strafuitsluitingsgronden
Rechtvaardigingsgronden:
*overmacht noodtoestand (40 Sr): maatschappelijke plicht weegt zwaarder dan de wettelijke
Voorwaarden voor een strafbaar feit:
- menselijke gedraging doen of nalaten
- binnen een delictsomschrijving
- wederrechtelijk in strijd met het recht
- aan schuld te wijten (verwijtbaar)
Bestanddelen zijn opgenomen in de delictsomschrijving.
Elementen worden verondersteld aanwezig te zijn.
Formele delicten stellen een activiteit strafbaar, materiële delicten stellen het intreden van
een gevolg strafbaar.
Commissiedelict: handelen
Omissiedelict: nalaten
Gronddelict: bepaalde gedraging wordt strafbaar gesteld.
Gekwalificeerd delict: zwaarder dan gronddelict.
Geprivilegieerd delict: lichter dan gronddelict.
Boos opzet: verdachte wist dat hij de wet overtrad en heeft dat ook gewild.
Kleurloos opzet: verdachte heeft willens en wetens gehandeld.
Opzet als bedoeling: (zwaarste vorm van opzet)
Een verdachte heeft een bepaalde bedoeling en daarom pleegt hij het strafbaar feit. Hij wil
dat het gevolg intreedt. Het is niet vereist dat het gewilde gevolg ook daadwerkelijk intreedt.
Deze vorm van opzet is te herkennen aan het woordje ‘oogmerk’.
Opzet als zekerheidsbewustzijn:
De verdachte weet zeker dat het gevolg in zal treden.
Opzet als waarschijnlijkheidsbewustzijn:
De gevolgen van het handelen van een verdachte zullen waarschijnlijk intreden.
Voorwaardelijke opzet: (lichtste vorm van opzet)
HR Cicero, HR Porsche, HR Ronde Klip
‘zich willens en wetens blootstellen aan de aanmerkelijke kans dat een bepaald gevolg
intreedt en dat gevolg op de koop toenemen’
Schuld: ‘de aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid’
Garantenstellung: omdat iemand een bepaalde deskundigheid bezit, worden er strengere
eisen aan die persoon gesteld mbt de onvoorzichtigheid.
Bewuste schuld: gedacht dat de afloop goed zou zijn, ipv slecht.
Onbewuste schuld: niet nadenken over de gevolgen van een handeling, terwijl dit wel zou
moeten.
Strafuitsluitingsgronden
Rechtvaardigingsgronden:
*overmacht noodtoestand (40 Sr): maatschappelijke plicht weegt zwaarder dan de wettelijke