Belastingen in de verschillende boxen.
Box 1
Inkomen uit werk en woning worden progressief belast
1. + Tel de volgende elementen bij elkaar op (Art. 3.1 Wet IB):
a) winst uit onderneming
b) loon uit tegenwoordige en vroegere dienstbetrekking
c) resultaat uit overige werkzaamheden
d) periodieke uitkeringen en verstrekkingen
e) inkomsten uit de eigen woning
WOZ- WOZ- Eigenwoningforfait
waarde waarde
meer dan niet meer
dan
- € 12.500 0%
€ 12.500 € 25.000 0,20%
€ 25.000 € 50.000 0,30%
€ 50.000 € 75.000 0,40%
€ 75.000 € 1.110.000 0,50%
€ 1.110.000 - € 5.550 + 2,35% van de waarde van de
woning boven € 1.110.000
2. – Trek de box 1 gerelateerde aftrekposten en verliezen van dit bedrag af (Art 3.120 Wet IB)
a) rente over de schuld waarmee de woning is gefinancierd, oftewel: de
hypotheekrente (let op: niet de schuld zelf en niet de aflossing op de schuld);
b) periodieke betalingen voor gebruik van andermans grond, zoals erfpachtcanons.
3. – Trek de persoonsgebonden aftrekposten er vanaf (Deze kan niet tot een negatief bedrag
leiden. Een eventueel restant komt in mindering op box 3 respectievelijk box 2) (art. 6.1 jo.
6.2 Wet IB)
4. % Je hebt nu het belastbaar inkomen uitgerekend, nu kan je met de schijven de belasting
uitrekenen (art. 2.10 Wet IB)
Tarieven (art. 2.10 Wet IB)
Schij Belastbaar inkomen Tarief
f
1 t/m € 68.507 37,10%
2 meer dan € 68.507 49,5%