Hoorcollege 6
Geheugen en aandacht (info verwerken, opslaan en ophalen)
- Cognitieve psychologie maakt veel gebruik van de computermetafoor
o Dit is handig, maar ook verraderlijk: het bepaalt de manier waarop we over
het brein/ gedrag denken
Verwerken van informatie: een simpel model:
- 3 soorten:
o Sensorisch geheugen
o Kortetermijngeheugen en werkgeheugen
o Langetermijngeheugen
- Verschillen:
o Functie
o Capaciteit
o Duur
Sensorisch geheugen
o (iemand zegt wat tegen je)
o Je verstaat het niet goed en vraag: ‘Wat zeg je?’
o Opeens realiseer je je wat er tegen je is gezegd!
- Dit is sensorisch geheugen!
- Info voor een korte tijd in het geheugen (niet-selectief)
- Functie: selectie voor doorgang naar kortetermijngeheugen
- Duur: Zeer kort (1-3 sec)
- Capaciteit: groot
- Sensorisch geheugen voor geluiden: Echoic memory
- Sensorisch geheugen voor beelden: iconic memory
Het kortetermijngeheugen
- Functie: hier houden we binnengekomen informatie voor korte tijd vast
o Min of meer passief
o Voorportaal langetermijngeheugen
- Voorbeeld: onthouden van gedicteerd telefoonnummer, lezen van een zin
- Duur: kort (aantal seconden tot minuten)
- Capaciteit: klein (7 +/- 2 items)
Het werkgeheugen
- Functie: hier bewerken we informatie
o Informatie komt uit langetermijngeheugen en wordt in het WG bewerkt
o Minder passief vgl. met kortetermijngeheugen
- Voorbeeld: 287 gedeeld door 13 is?
- Duur: kort (aantal seconden tot een aantal minuten)
- Capaciteit: beperkt
, Het langetermijngeheugen
- Functie: opslaan van informatie voor later gebruik
- Capaciteit: groot
- Duur: lang
- Voorbeeld: je eerste jeugdherinnering
- Vergelijk: de harde schrijf van je laptop
Het informatie-verwerkingsproces
- 1. Aandacht: selecteren van informatie uit sensorisch geheugen en
kortetermijngeheugen
o Vb: was het erg irritant dat je buurman er doorheen praatte?
- 2. Codering: verwerken van informatie om daarna te worden vastgelegd in LTG
o Vb: Wat heb je gedaan om de items te onthouden? (Herhaling, verbanden?)
- 3. Retrieval: het ophalen van informatie uit het LTG
o Vb: Kun je de items op de slide reproduceren?
Aandacht:
- Aandacht: selecteren van informatie voor verwerking
- Deels onbewust/ bepaald door de stimulus (bottom-up); pre-attentive processing
- Deels bewust/ bepaald door kennis (top down!)
o Waar je naar kijkt/ je aandacht op richt hangt af van de instructie
o Dit kan alleen als je weet waar je naar moet kijken (=kennis): top down
processing
- Aandacht = selectie van te verwerken informatie
o Selectief luisteren:
Cocktail-party phenomenon: tussen alle herrie kun je toch een gesprek
voeren (maar van de rest krijg je niets mee)
o Selectief kijken:
- Moraal: selectief richten van aandacht = negeren van andere informatie
Gedwongen verwerking van informatie
- ‘’Probeer dit niet te lezen!’’
- Dit is wat we noemen ‘obligatory processing’.
- Ander voorbeeld: de Stroop taak
Aandacht en het brein
- 2 globale conclusies uit onderzoek:
1. Ook als je geen aandacht schenkt aan stimuli activeren ze de
sensorische/waarnemingsgebieden in het brein
2. Aandacht versterkt de activiteit in relevante sensorische/perceptuele gebieden, maar
inhibeert niet-relevante gebieden
Geheugen en aandacht (info verwerken, opslaan en ophalen)
- Cognitieve psychologie maakt veel gebruik van de computermetafoor
o Dit is handig, maar ook verraderlijk: het bepaalt de manier waarop we over
het brein/ gedrag denken
Verwerken van informatie: een simpel model:
- 3 soorten:
o Sensorisch geheugen
o Kortetermijngeheugen en werkgeheugen
o Langetermijngeheugen
- Verschillen:
o Functie
o Capaciteit
o Duur
Sensorisch geheugen
o (iemand zegt wat tegen je)
o Je verstaat het niet goed en vraag: ‘Wat zeg je?’
o Opeens realiseer je je wat er tegen je is gezegd!
- Dit is sensorisch geheugen!
- Info voor een korte tijd in het geheugen (niet-selectief)
- Functie: selectie voor doorgang naar kortetermijngeheugen
- Duur: Zeer kort (1-3 sec)
- Capaciteit: groot
- Sensorisch geheugen voor geluiden: Echoic memory
- Sensorisch geheugen voor beelden: iconic memory
Het kortetermijngeheugen
- Functie: hier houden we binnengekomen informatie voor korte tijd vast
o Min of meer passief
o Voorportaal langetermijngeheugen
- Voorbeeld: onthouden van gedicteerd telefoonnummer, lezen van een zin
- Duur: kort (aantal seconden tot minuten)
- Capaciteit: klein (7 +/- 2 items)
Het werkgeheugen
- Functie: hier bewerken we informatie
o Informatie komt uit langetermijngeheugen en wordt in het WG bewerkt
o Minder passief vgl. met kortetermijngeheugen
- Voorbeeld: 287 gedeeld door 13 is?
- Duur: kort (aantal seconden tot een aantal minuten)
- Capaciteit: beperkt
, Het langetermijngeheugen
- Functie: opslaan van informatie voor later gebruik
- Capaciteit: groot
- Duur: lang
- Voorbeeld: je eerste jeugdherinnering
- Vergelijk: de harde schrijf van je laptop
Het informatie-verwerkingsproces
- 1. Aandacht: selecteren van informatie uit sensorisch geheugen en
kortetermijngeheugen
o Vb: was het erg irritant dat je buurman er doorheen praatte?
- 2. Codering: verwerken van informatie om daarna te worden vastgelegd in LTG
o Vb: Wat heb je gedaan om de items te onthouden? (Herhaling, verbanden?)
- 3. Retrieval: het ophalen van informatie uit het LTG
o Vb: Kun je de items op de slide reproduceren?
Aandacht:
- Aandacht: selecteren van informatie voor verwerking
- Deels onbewust/ bepaald door de stimulus (bottom-up); pre-attentive processing
- Deels bewust/ bepaald door kennis (top down!)
o Waar je naar kijkt/ je aandacht op richt hangt af van de instructie
o Dit kan alleen als je weet waar je naar moet kijken (=kennis): top down
processing
- Aandacht = selectie van te verwerken informatie
o Selectief luisteren:
Cocktail-party phenomenon: tussen alle herrie kun je toch een gesprek
voeren (maar van de rest krijg je niets mee)
o Selectief kijken:
- Moraal: selectief richten van aandacht = negeren van andere informatie
Gedwongen verwerking van informatie
- ‘’Probeer dit niet te lezen!’’
- Dit is wat we noemen ‘obligatory processing’.
- Ander voorbeeld: de Stroop taak
Aandacht en het brein
- 2 globale conclusies uit onderzoek:
1. Ook als je geen aandacht schenkt aan stimuli activeren ze de
sensorische/waarnemingsgebieden in het brein
2. Aandacht versterkt de activiteit in relevante sensorische/perceptuele gebieden, maar
inhibeert niet-relevante gebieden