Begrippen praktisch burgerlijk procesrecht
Hoofdstuk 1
Wraking: Bezwaar maken tegen deelneming van een rechter aan de
berechti ng van een bepaalde zaak.
Verschoning: Het zich ontt rekken aan verplichte verrichti ngen bij de
rechtspleging.
Lijdelijkheid: Het zich beperken tot door parti jen voorgedragen
geschilpunten.
Openbaarheid: Openheid van besluiten van overheidsorganen in het belang
van goede en democrati sche bedrijfsvoering.
Burgerlijk procesrecht: Geheel van rechtsregels voor het voeren van een civiel
proces.
Publiek recht: Al het recht vat de verordening van het gemeenschapsleven
en de daarmee samenhangende belangen ten doel heeft .
Materieel burgerlijk recht: Rechtsregels om situati es, rechtsverhoudingen en
handelingen juridisch te defi niëren en te kwalifi ceren.
Privaatrecht: Al het recht dat ziet op de rechtsverhouding tussen burgers
of personen.
Hoofdstuk 2
Cassati e: Rechtsmiddel; uitspraken van lagere rechters door de Hoge
Raad beoordeeld op schending van het recht of verzuim van
vormen.
Advocaat: Juridisch gekwalifi ceerd persoon die in die hoedanigheid
staat ingeschreven in een bepaald arrondissement.
Gerechtsdeurwaarder: Door de Kroon benoemd openbaar ambtenaar met offi ciële
ambtstaken.
Griffi e: Gerechtelijke administrati e.
Ressort: Ambtsgebied.
Enkelvoudige kamer: Alleensprekende rechter.
Prejudiciële vraag: Een rechtsvraag van een rechter aan de Hoge Raad over de
uitleg van een rechtsregel.
Gerechtshof: De tweede feitenrechter van Nederland.
Hoofdstuk 1
Wraking: Bezwaar maken tegen deelneming van een rechter aan de
berechti ng van een bepaalde zaak.
Verschoning: Het zich ontt rekken aan verplichte verrichti ngen bij de
rechtspleging.
Lijdelijkheid: Het zich beperken tot door parti jen voorgedragen
geschilpunten.
Openbaarheid: Openheid van besluiten van overheidsorganen in het belang
van goede en democrati sche bedrijfsvoering.
Burgerlijk procesrecht: Geheel van rechtsregels voor het voeren van een civiel
proces.
Publiek recht: Al het recht vat de verordening van het gemeenschapsleven
en de daarmee samenhangende belangen ten doel heeft .
Materieel burgerlijk recht: Rechtsregels om situati es, rechtsverhoudingen en
handelingen juridisch te defi niëren en te kwalifi ceren.
Privaatrecht: Al het recht dat ziet op de rechtsverhouding tussen burgers
of personen.
Hoofdstuk 2
Cassati e: Rechtsmiddel; uitspraken van lagere rechters door de Hoge
Raad beoordeeld op schending van het recht of verzuim van
vormen.
Advocaat: Juridisch gekwalifi ceerd persoon die in die hoedanigheid
staat ingeschreven in een bepaald arrondissement.
Gerechtsdeurwaarder: Door de Kroon benoemd openbaar ambtenaar met offi ciële
ambtstaken.
Griffi e: Gerechtelijke administrati e.
Ressort: Ambtsgebied.
Enkelvoudige kamer: Alleensprekende rechter.
Prejudiciële vraag: Een rechtsvraag van een rechter aan de Hoge Raad over de
uitleg van een rechtsregel.
Gerechtshof: De tweede feitenrechter van Nederland.