Samenvatting boek met leerdoelen van de module
+
Voorbeeld examenvragen
Zelf heb ik met het dit uittreksel het examen behaald met een 8,0 in 2021.
De voorbeeld examenvragen bevatten 25 van de 50 meerkeuzevragen zoals ik
ze kan herinneren van het afgelegde examen.
,Voorbeelden
Examenvragen
• Ziekenhuis X verbruikt op de kraamafdeling speciale babyluiers van 1,50 euro per stuk,
maandelijks gemiddeld 2000 stuks. Onder welke kosten vallen deze luiers?
o Antwoord: Directe, variabele kosten
• In welke fase van de planning en controlcyclus worden waarnemingen gemeten en worden
meetresultaten vastgelegd?
o Antwoord: monitoring
• Een manager besluit volgend jaar 200 uren meer in te zetten aan personeel op de afdeling X, hoe
noem je deze beslissing?
o Antwoord: Investeringsbeslissing
Samenvatting met leerdoelen
de drie financiële overzichten van een instelling toelichten (2 en 3);
• Balans: De vermogenspositie van een instelling = een momentopname
o Activa: Bezittingen (debet)
§ Vast; voor langere tijd vastgelegd
o Immateriële vaste activa: goodwill, patenten, licentiepakket,
ontwikkelingskosten nieuwe medicijnen bij farmaceut
o Materiële vaste activa: gebouwen, inventaris (gaat 10jr mee)
o Financiële vaste activa: verstrekte leningen aan iemand,
aandelen, beleggingen
§ Vlottend: is geld of wordt binnenkort geld
o Voorraden: medicijnen, verbandmiddelen, grondstoffen
o Vorderingen; openstaande bedragen die nog ontvangen moeten
worden van ziektekostenverzekeraar of overheid
o Liquide middelen; de bankrekening
o Passiva: (credit)
§ Schulden (VV= Vreemd Vermogen)
o Kortlopend; moet <1jr afgelost worden: crediteuren, rekening
courant, huurkoop
o Langlopend: resterende looptijd > 1jaar: hypotheek, obligaties
o Voorzieningen: geschatte schulden bv pensioenvoorziening
(Voorziening is vreemd vermogen)
§ Eigen vermogen (EV)
o Profit: lang vermogen, geschonken door eigenaren
o Non-profit: kent geen vermogen, wel kapitaal en reserves
de basisbegrippen van financieel management uitleggen (2);
Analyse jaarrekening:
• Financiële positie organisatie
o Liquiditeit: mate waarin op korte termijn (< 1 jaar) aan betalingsverplichtingen kan
worden voldaan
§ Current ratio (norm 1,2 a 1,3) = toestand op een bepaald moment
Berekening: alle vlottende activa (voorraden, vorderingen en liquide middelen)
/kort vreemd vermogen ( =crediteuren, rekening courant)
§ Quick ratio als Current ratio alleen zonder voorraden bij vlottende activa
§ Netto werkkapitaal = vlottende activa – vlottende passiva
o Solvabiliteit: mate waarin voldaan kan worden aan verplichtingen tegenover verschaffers
vreemd vermogen= lange termijn (>1 jaar)
§ Berekening: eigen vermogen/ totaal vermogen (balanstotaal, totaal passiva) x 100
Norm 25-40%
§ Debt ratio: vreemd vermogen (lang en kort) / totaal vermogen (balanstotaal,
vreemd en eigen)
Norm <65 a 70%
§ Non-profit: Weerstandsvermogen norm 20%
Berekening: Eigen vermogen/ omzet (totaal bedrijfsopbrengsten) x 100=
, Inhoudsopgave
Algemene leerdoelen module
De relevante kostenbenaderingen in de zorg benoemen;
De financiële structuur binnen zorgorganisaties verklaren;
Ontwikkelingen op de balans, resultatenrekening en het kasstroomoverzicht toepassen;
Op basis van kostenindelingen kostprijsberekeningen in de zorg uitvoeren;
Een investeringsvoorstel door middel van een stappenplan toetsen;
Prestatiemaatstaven voor zorgonderdelen opstellen;
Begroting en budgetten vanuit de plannings- en controlcyclus verklaren.
Les 1 – Hoofdstuk 1 Boek
de verschillende zorgsectoren benoemen (1);
de invloed van verschillende stakeholders op de financiering van zorginstellingen benoemen (1);
de ontwikkelingen in de zorgsector benoemen (1);
de financiering van de zorgsector uitleggen (1).
Les 2 – Hoofdstuk 2 en 3 Boek
uitleggen wat de relatie tussen strategie en financieel management is (2);
de basisbegrippen van financieel management uitleggen (2);
de drie financiële overzichten van een instelling toelichten (2 en 3);
de veranderingen op de drie financiële overzichten toepassen (3).
Les 3 – Hoofdstuk 4 en 5 Boek
een investeringsvoorstel beoordelen (5);
bepalen hoe een investering bedrijfseconomisch beoordeeld wordt (5);
de kenmerken van eigen vermogen benoemen (3);
de kenmerken van vreemd vermogen benoemen (3).
Les 4 – Hoofdstuk 6 Boek
Kunt u de verschillende kostensoorten lees Karakters uitleggen (4);
Kunt u verschillende kostprijsmethoden toepassen (4);
Kunt u met behulp van de break-evenmethode berekeningen uitvoeren (4);
Kunt u verschillende mogelijkheden benoemen om de kosten te beïnvloeden (4).
Les 5 – Hoofdstuk 7 Boek
Kunt u de planning- en control cyclus uitleggen (7)
Kunt u de verschillende begrotingen uitleggen (7)
Kunt als budgethouder begrijpen welke delen van een begroting beïnvloedbaar zijn (7)
Kun u uitleggen hoe een budget uit een begroting afgeleid kan worden (7)
Kunt omgaan met budgetteren (6)
Les 6 – Hoofdstuk 8 Boek
De relevante kengetallen analyseren (3);
De eisen van prestatiemeting uitleggen (6);
Voorbeelden opstellen van financiële - en niet-financiële prestatie-indicatoren (6);
Uitleggen wat de Balanced Scorecard is (6).