BIO h6
Aantal termen in deze set (37)
Zijn zeer kleine, eencellige organismen die geen celkern
Bacteriën hebben. Om iedere cel zit een celwand, er zijn geen
bladgroenkorrels.
Zijn eencellige of meercellige organismen waarvan de cellen
Schimmels kernen hebben. Een schimmelcel heeft een celwand, maar
geen bladgroenkorrels.
Kunnen eencellig of meercellig zijn. De cellen hebben een
Planten celkern en een celwand. Ze bestaan geheel of gedeeltelijk uit
cellen die er groen uitzien omdat er bladgroenkorrels in zitten.
Kunnen eencellig of meercellig zijn. Cellen van een dier
Dieren hebben een celkern, maar geen celwand. Dierlijke cellen
hebben geen bladgroenkorrels.
Lijst met vragen om er achter te komen bij welke soort een
Determineertabellen
plant of dier hoort.
Een groep individuen van één soort die in een bepaald gebied
Populatie leeft. Ze kunnen zich onderling voorplanten. Een soort bestaat
uit één of meer populaties.
Die individuen van één ras hebben bepaalde kenmerken
waaraan je ze herkent. Een paar van twee verschillende rassen
Rassen
kunnen zich voortplanten, want ze behoren tot één soort. Een
soort kan dus uit meerdere rassen bestaan.
Komen voor bij insecten. Het zijn kleine vertakte kanaaltjes die
Tracheeën vanuit openingen (stigma's) van het chitinepantser het lichaam
ingaan.
Priemsnavel om een prooi uit diepe natte bodem te halen.
Haaksnavel Bij roofvogels om de prooi te verscheuren.
Kegelsnavel Bij zangvogels die zaden eten.
BIO h6
https://quizlet.com/nl/592634885/bio-h6-flash-cards/?new 1/3