Par 1:
> Een (v,t)-diagram maken:
-> ook wel (snelheid,tijd)-diagram
-> langs de horizontale as staat de tijd (t) en langs de verticale as de snelheid (v)
-> versneld = de snelheid word steeds groter, van t= 0 s naar t=4,0 s
-> eenparig = de snelheid is constant, blijft ongv op t= 4,0 s
> De eenparig versnelde beweging:
-> eenparig versneld = een beweging waarvan de snelheid gelijkmatig groter wordt
-> versnelling = de snelheidsverandering per seconde (= a)
> De versnelling berekenen:
-> snelheidsverandering (∆v) bereken je door de beginsnelheid min de eindsnelheid te doen
-> ∆v = ve – vb
-> vgem = s
t
-> versnelling bereken je door de snelheidsverandering te delen door de benodigde tijd
-> a = ∆v
∆t
-> van km/h naar m/s omrekenen
x3,6
-> m/s km/h
:3,6
> De afgelegde afstand bepalen:
-> bepaal je met een (v,t)-diagram
-> s = v · t
-> s = oppv ABCD + oppv BCE
Par 2:
> voortstuwende en tegenwerkende krachten:
-> 2 belangrijkste krachten: luchtwrijving en rolwrijving
-> luchtwrijving = je moet de lucht voor je steeds opzij duwen
-> hoe sneller je beweegt, hoe meer luchtwrijving je ondervindt
-> kleiner maken door je frontale oppervlak(oppv van voren gezien) kleiner te maken, je hoeft
dan minder lucht opzij te duwen
-> rolwrijving = t vervormen van de banden en de ondergrond tijdens het fietsen
-> hoe groter de vervorming, des te groter is de rolwrijving
-> kleiner maken door je banden keihard op re pompen
> De resultante:
-> op een auto(die geduwd word) werken 4 krachten: de zwaartekracht (Fz), de normaalkracht (Fn),
de duwkracht (Fduw) en de wrijvingskracht (Fw)
-> allemaal vanuit zwaartepunt Z, zo kun je gemakkelijker de resultante bepalen
-> Z -> Fres
-> de Fz en Fn heffen elkaar op: ze zijn even groot en tegengesteld gericht
-> de Fduw en Fw heffen elkaar niet op: Fduw is duidelijk groter dan Fw
-> Fres gaat dus naar rechts(in de bewegingsrichting van de auto)