natuurkunde H1 (nova)
§1 - krachten
soorten krachten
Als je een stuk elastiek uitrekt, voel je het stuk elastiek aan je handen trekken. Deze kracht
noem je veerkracht Fv (de F komt van force).
Als je een deur dicht doet, oefenen je handen een kracht uit op de deurklink. In dit geval
gebruik je spierkracht Fsp.
Als je een pen op de grond laat vallen. De valbeweging is het gevolg van een aantrekkende
kracht die de aarde uitoefent. Deze kracht noem je zwaartekracht Fz.
eenheid van kracht
De eenheid van kracht is newton (N). Om een liter melk vast te houden heb je een kracht
nodig van ongeveer 10 N.
Fz = m x 9,8 (Fz in N & m in kg)
krachten tekenen
Krachten kun je in een tekening of foto aangeven door pijlen te tekenen. Zo’n pijl wordt ook
wel vector genoemd. Voor het tekenen van krachten gelden de volgende regels:
1) De richting van de vector geeft aan in welke richting de kracht werkt.
2) De plaats waar me de vector laat beginnen, het aangrijpingspunt, geeft de plaats
aan waar de kracht wordt uitgeoefend.
3) De lengte van de vector geeft aan hoe groot de kracht is. Je gebruikt bij het tekenen
een krachtenschaal. Bijvoorbeeld 1 cm ≙ 50 N.
krachten optellen
Meestal werken er meer krachten tegelijk op een voorwerp. De kracht die hetzelfde gevolg
heeft als alle krachten samen, noem je de nettokracht of resultante. (p. 9 + 10)
Op pagina 10 die je ook een de parallellogram-methode. Bij deze methode leg je de
aangrijpingspunten van beide vectoren op elkaar.
plus - de kop-staart methode
Naast de parallellogram-methode is er een andere methode waarmee ook de resultante kunt
bepalen. Deze heet de kop-staart methode. (p. 10)
§2 - zwaartekracht, gewicht en stabiliteit
zwaartekracht en gewicht
Zwaartekracht en gewicht zijn verschillende krachten. De zwaartekracht werkt altijd op het
voorwerp, terwijl het gewicht een kracht is die door het voorwerp wordt uitgeoefend op de
ondergrond. Gewicht is dus een kracht en niet hetzelfde als massa. De grootte van de
zwaartekracht en het gewicht in zijn rustsituatie is gelijk. En de vectoren zijn even lang.
zwaartekracht en massa
Alle voorwerpen oefenen een aantrekkende kracht op elkaar uti. Deze aantrekkingskracht is
groter:
1) als de massa’s van de voorwerpen groter zijn;
2) als de voorwerpen zich dichter bij elkaar bevinden.
De zwaartekracht die jij ondervindt, is een voorbeeld van de aantrekkingskracht tussen twee
massa’s.
het zwaartepunt
1
§1 - krachten
soorten krachten
Als je een stuk elastiek uitrekt, voel je het stuk elastiek aan je handen trekken. Deze kracht
noem je veerkracht Fv (de F komt van force).
Als je een deur dicht doet, oefenen je handen een kracht uit op de deurklink. In dit geval
gebruik je spierkracht Fsp.
Als je een pen op de grond laat vallen. De valbeweging is het gevolg van een aantrekkende
kracht die de aarde uitoefent. Deze kracht noem je zwaartekracht Fz.
eenheid van kracht
De eenheid van kracht is newton (N). Om een liter melk vast te houden heb je een kracht
nodig van ongeveer 10 N.
Fz = m x 9,8 (Fz in N & m in kg)
krachten tekenen
Krachten kun je in een tekening of foto aangeven door pijlen te tekenen. Zo’n pijl wordt ook
wel vector genoemd. Voor het tekenen van krachten gelden de volgende regels:
1) De richting van de vector geeft aan in welke richting de kracht werkt.
2) De plaats waar me de vector laat beginnen, het aangrijpingspunt, geeft de plaats
aan waar de kracht wordt uitgeoefend.
3) De lengte van de vector geeft aan hoe groot de kracht is. Je gebruikt bij het tekenen
een krachtenschaal. Bijvoorbeeld 1 cm ≙ 50 N.
krachten optellen
Meestal werken er meer krachten tegelijk op een voorwerp. De kracht die hetzelfde gevolg
heeft als alle krachten samen, noem je de nettokracht of resultante. (p. 9 + 10)
Op pagina 10 die je ook een de parallellogram-methode. Bij deze methode leg je de
aangrijpingspunten van beide vectoren op elkaar.
plus - de kop-staart methode
Naast de parallellogram-methode is er een andere methode waarmee ook de resultante kunt
bepalen. Deze heet de kop-staart methode. (p. 10)
§2 - zwaartekracht, gewicht en stabiliteit
zwaartekracht en gewicht
Zwaartekracht en gewicht zijn verschillende krachten. De zwaartekracht werkt altijd op het
voorwerp, terwijl het gewicht een kracht is die door het voorwerp wordt uitgeoefend op de
ondergrond. Gewicht is dus een kracht en niet hetzelfde als massa. De grootte van de
zwaartekracht en het gewicht in zijn rustsituatie is gelijk. En de vectoren zijn even lang.
zwaartekracht en massa
Alle voorwerpen oefenen een aantrekkende kracht op elkaar uti. Deze aantrekkingskracht is
groter:
1) als de massa’s van de voorwerpen groter zijn;
2) als de voorwerpen zich dichter bij elkaar bevinden.
De zwaartekracht die jij ondervindt, is een voorbeeld van de aantrekkingskracht tussen twee
massa’s.
het zwaartepunt
1