GESCHIEDENIS SAMENVATTING
Kenmerkende aspecten 3
§1 - Het leven van jagers en verzamelaars 5
§2 - De opkomst van de landbouw 5
HOOFDSTUK 2 - De tijd van Grieken en Romeinen 7
§1 - Wetenschap en politiek in de Griekse stadstaat 7
§2 - Cultuur in het Romeinse Rijk 8
§3 - Jodendom en christendom 9
§4 - Romeinen en Germanen 10
HOOFDSTUK 3 - De tijd van monniken en ridders 11
§1 - De opkomst van de Islam 11
§2 - Hofstelsel en horigheid 11
§3 - Het feodale stelsel 12
§4 - Christendom in Europa 13
HOOFDSTUK 4 - De tijd van Steden en staten 13
§1 - De opkomst van steden 13
§2 - De stedelijke burgerij 14
§3 - Staatsvorming en centralisatie 15
§4 - kerk en staat 15
§5 - Christelijke Europa en de buitenwereld 16
HOOFDSTUK 5 - De tijd van ontdekkers en hervormers 16
§1 - De renaissance 16
§2 - De Europese expansie 18
§3 - De Reformatie 18
§4 - De Nederlandse opstand 19
HOOFDSTUK 6 - De tijd van regenten en vorsten 20
§1 - Een wereldeconomie 20
§2 - De gouden eeuw van Nederland 22
§3 - Het absolutisme 23
§4 - De wetenschappelijke revolutie 23
HOOFDSTUK 7 - De tijd van pruiken en revoluties 24
§1 - De verlichting 24
§2 - Het ancien régime 25
§3 - De democratische revoluties 25
§4 - Kolonialisme en slavernij 26
HOOFDSTUK 8 - De tijd van burgers en stoommachines 27
§1 - De industriële revolutie 27
§3 - Democratisering 29
§4 - De emancipatiebewegingen 31
§5 - De sociale kwestie 32
§6 - Het moderne imperialisme 33
HOOFDSTUK 9 - De tijd van de wereldoorlogen 34
§1 - De Eerste Wereldoorlog 34
, §2 - De economische wereldcrisis 36
§3 - De totalitaire systemen 38
§4 - Propaganda en communicatie 40
§5 - De Tweede Wereldoorlog 40
§6 - De holocaust 41
§7 - De bezetting van Nederland 42
§8 - Verzet tegen het kolonialisme 43
HOOFDSTUK 10 - Tijd van televisie en computer 43
§1 - Dekolonisatie 43
§2 - De koude oorlog 44
§3 - Welvaart en cultuur 44
§4 - Eenheid en verdeeldheid in Europa 44
§5 - Pluriforme en multiculturele samenlevingen 45
§6 - Naar de wereld van nu 45
Begrippen 45
2
,Kenmerkende aspecten
Tijdvak 1
De tijd van jagers en boeren - Prehistorie
● De levenswijze van jager-verzamelaars.
● Het ontstaan van landbouw en landbouw stedelijke samenlevingen.
● Het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen.
Tijdvak 2
De tijd van Grieken en Romeinen - Oudheid
● De ontwikkeling van wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en politiek in
de Griekse stadstaat.
● De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur.
● De groei van het Romeinse imperium waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa
verspreidde.
● De confrontatie tussen de Grieks-Romeinse cultuur en de Germaanse cultuur van
Noordwest-Europa.
● De ontwikkeling van het jodendom en het christendom als de eerste monotheïstische
godsdiensten.
Tijdvak 3
De tijd van monniken en ridders - Middeleeuwen
● De verspreiding van het christendom in geheel Europa.
● Ontstaan en verspreiding van de Islam.
● De vrijwel volledige vervanging in het West-Europa van de agrarische cultuur, georganiseerd
via hofstelsel en horigheid.
● Het ontstaan van feodale verhoudingen in het bestuur.
Tijdvak 4
De tijd van steden en staten - Middeleeuwen
● De opkomst van handel en ambacht die de basis legde voor het herleven van een
agrarisch-urbane samenleving.
● De opkomst van de stedelijke burgerij en de toenemende zelfstandigheid van steden.
● Het conflict in de christelijke wereld over de vraag of de wereldlijke dan wel de geestelijke
macht het primaat behoorde te hebben.
● De expansie van de christelijke wereld naar buiten toe, onder andere in de vorm van de
kruistochten.
● Het begin van staatsvorming en centralisatie.
Tijdvak 5
De tijd van ontdekkers en hervormers - Vroegmoderne tijd
● Het veranderende mens- en wereldbeeld van de renaissance en het begin van een nieuwe
wetenschappelijke belangstelling.
● Het hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de klassieke oudheid.
● Het begin van de Europese overzeese expansie.
● De protestantse Reformatie die splitsing van de christelijke kerk in West-Europa tot gevolg
had.
● Het conflict in de Nederlanden dat resulteerde in de stichting van een Nederlandse staat.
Tijdvak 6
De tijd van regenten en vorsten - Vroegmoderne tijd
● Het streven van vorsten naar absolute macht.
● De bijzondere plaats in staatkundig opzicht en de bloei in economisch en cultureel opzicht
van de Nederlandse Republiek.
● Wereldwijde handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie.
● De wetenschappelijke revolutie.
3
, Tijdvak 7
De tijd van pruiken en revoluties - Vroegmoderne tijd
● Rationeel optimisme en ‘verlicht denken’ dat werd toegepast op alle terreinen van de
samenleving: godsdienst, politiek, economie en sociale verhoudingen.
● Voortbestaan van het ancien régime met pogingen om het vorstelijk bestuur op eigentijdse
verlichte wijze vorm te geven (verlicht absolutisme).
● Uitbouw van de Europese overheersing, met name in de vorm van plantagekoloniën en de
daarmee verbonden transatlantische slavenhandel, en de opkomst van het abolitionisme.
● De democratische revoluties in westerse landen met als gevolg discussies over grondwetten,
grondrechten en staatsburgerschap.
Tijdvak 8
De tijd van burgers en stoommachines - Moderne tijd
● De industriële revolutie die in de westerse wereld de basis legde voor een industriële
samenleving.
● Discussies over de ‘sociale kwestie’.
● De moderne vorm van imperialisme die verband hield met de industrialisatie.
● De opkomst van emancipatiebewegingen.
● Voortschrijdende democratisering, met deelname van steeds meer mannen en vrouwen aan
het politieke proces.
● De opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen: liberalisme, nationalisme, socialisme,
confessionnalisme en feminisme.
Tijdvak 9
De eerste helft van de Twintigste Eeuw - Moderne tijd
● De rol van moderne propaganda- en communicatiemiddelen en vormen van
massaorganisatie.
● Het in praktijk brengen van de totalitaire ideologieën communisme en fascisme /
nationaalsocialisme.
● De crisis van het wereldkapitalisme.
● Het voeren van twee wereldoorlogen.
● Racisme en discriminatie die leidden tot genocide, in het bijzonder op de joden.
● De Duitse bezetting van Nederland.
● Verwoestingen op niet eerder vertoonde schaal door massavernietigingswapens en de
betrokkenheid van de burgerbevolking bij oorlogvoering.
● Vormen van verzet tegen het West-Europese imperialisme.
Tijdvak 10
Tijd van televisie en computers - Moderne tijd
● De verdeling van de wereld in twee ideologische blokken in de greep van een wapenwedloop
en de daaruit voortvloeiende dreiging van een atoomoorlog.
● De dekolonisatie die een eind maakte aan de westerse hegemonie in de wereld.
● De eenwording van Europa.
● De toenemende westerse welvaart die vanaf de jaren zestig van de twintigste eeuw
aanleiding gaf tot ingrijpende sociaal-culturele veranderingsprocessen.
● De ontwikkeling van pluriforme en multiculturele samenlevingen.
Landen afkortingen
FR = Frankrijk
NL = Nederland
RU = Rusland
DU = Duisland
GB = Groot-Brittannië
O-H = Oost-Hongarije
JA = Japan
SU = Sovjet-Unie
4
Kenmerkende aspecten 3
§1 - Het leven van jagers en verzamelaars 5
§2 - De opkomst van de landbouw 5
HOOFDSTUK 2 - De tijd van Grieken en Romeinen 7
§1 - Wetenschap en politiek in de Griekse stadstaat 7
§2 - Cultuur in het Romeinse Rijk 8
§3 - Jodendom en christendom 9
§4 - Romeinen en Germanen 10
HOOFDSTUK 3 - De tijd van monniken en ridders 11
§1 - De opkomst van de Islam 11
§2 - Hofstelsel en horigheid 11
§3 - Het feodale stelsel 12
§4 - Christendom in Europa 13
HOOFDSTUK 4 - De tijd van Steden en staten 13
§1 - De opkomst van steden 13
§2 - De stedelijke burgerij 14
§3 - Staatsvorming en centralisatie 15
§4 - kerk en staat 15
§5 - Christelijke Europa en de buitenwereld 16
HOOFDSTUK 5 - De tijd van ontdekkers en hervormers 16
§1 - De renaissance 16
§2 - De Europese expansie 18
§3 - De Reformatie 18
§4 - De Nederlandse opstand 19
HOOFDSTUK 6 - De tijd van regenten en vorsten 20
§1 - Een wereldeconomie 20
§2 - De gouden eeuw van Nederland 22
§3 - Het absolutisme 23
§4 - De wetenschappelijke revolutie 23
HOOFDSTUK 7 - De tijd van pruiken en revoluties 24
§1 - De verlichting 24
§2 - Het ancien régime 25
§3 - De democratische revoluties 25
§4 - Kolonialisme en slavernij 26
HOOFDSTUK 8 - De tijd van burgers en stoommachines 27
§1 - De industriële revolutie 27
§3 - Democratisering 29
§4 - De emancipatiebewegingen 31
§5 - De sociale kwestie 32
§6 - Het moderne imperialisme 33
HOOFDSTUK 9 - De tijd van de wereldoorlogen 34
§1 - De Eerste Wereldoorlog 34
, §2 - De economische wereldcrisis 36
§3 - De totalitaire systemen 38
§4 - Propaganda en communicatie 40
§5 - De Tweede Wereldoorlog 40
§6 - De holocaust 41
§7 - De bezetting van Nederland 42
§8 - Verzet tegen het kolonialisme 43
HOOFDSTUK 10 - Tijd van televisie en computer 43
§1 - Dekolonisatie 43
§2 - De koude oorlog 44
§3 - Welvaart en cultuur 44
§4 - Eenheid en verdeeldheid in Europa 44
§5 - Pluriforme en multiculturele samenlevingen 45
§6 - Naar de wereld van nu 45
Begrippen 45
2
,Kenmerkende aspecten
Tijdvak 1
De tijd van jagers en boeren - Prehistorie
● De levenswijze van jager-verzamelaars.
● Het ontstaan van landbouw en landbouw stedelijke samenlevingen.
● Het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen.
Tijdvak 2
De tijd van Grieken en Romeinen - Oudheid
● De ontwikkeling van wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en politiek in
de Griekse stadstaat.
● De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur.
● De groei van het Romeinse imperium waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa
verspreidde.
● De confrontatie tussen de Grieks-Romeinse cultuur en de Germaanse cultuur van
Noordwest-Europa.
● De ontwikkeling van het jodendom en het christendom als de eerste monotheïstische
godsdiensten.
Tijdvak 3
De tijd van monniken en ridders - Middeleeuwen
● De verspreiding van het christendom in geheel Europa.
● Ontstaan en verspreiding van de Islam.
● De vrijwel volledige vervanging in het West-Europa van de agrarische cultuur, georganiseerd
via hofstelsel en horigheid.
● Het ontstaan van feodale verhoudingen in het bestuur.
Tijdvak 4
De tijd van steden en staten - Middeleeuwen
● De opkomst van handel en ambacht die de basis legde voor het herleven van een
agrarisch-urbane samenleving.
● De opkomst van de stedelijke burgerij en de toenemende zelfstandigheid van steden.
● Het conflict in de christelijke wereld over de vraag of de wereldlijke dan wel de geestelijke
macht het primaat behoorde te hebben.
● De expansie van de christelijke wereld naar buiten toe, onder andere in de vorm van de
kruistochten.
● Het begin van staatsvorming en centralisatie.
Tijdvak 5
De tijd van ontdekkers en hervormers - Vroegmoderne tijd
● Het veranderende mens- en wereldbeeld van de renaissance en het begin van een nieuwe
wetenschappelijke belangstelling.
● Het hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de klassieke oudheid.
● Het begin van de Europese overzeese expansie.
● De protestantse Reformatie die splitsing van de christelijke kerk in West-Europa tot gevolg
had.
● Het conflict in de Nederlanden dat resulteerde in de stichting van een Nederlandse staat.
Tijdvak 6
De tijd van regenten en vorsten - Vroegmoderne tijd
● Het streven van vorsten naar absolute macht.
● De bijzondere plaats in staatkundig opzicht en de bloei in economisch en cultureel opzicht
van de Nederlandse Republiek.
● Wereldwijde handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie.
● De wetenschappelijke revolutie.
3
, Tijdvak 7
De tijd van pruiken en revoluties - Vroegmoderne tijd
● Rationeel optimisme en ‘verlicht denken’ dat werd toegepast op alle terreinen van de
samenleving: godsdienst, politiek, economie en sociale verhoudingen.
● Voortbestaan van het ancien régime met pogingen om het vorstelijk bestuur op eigentijdse
verlichte wijze vorm te geven (verlicht absolutisme).
● Uitbouw van de Europese overheersing, met name in de vorm van plantagekoloniën en de
daarmee verbonden transatlantische slavenhandel, en de opkomst van het abolitionisme.
● De democratische revoluties in westerse landen met als gevolg discussies over grondwetten,
grondrechten en staatsburgerschap.
Tijdvak 8
De tijd van burgers en stoommachines - Moderne tijd
● De industriële revolutie die in de westerse wereld de basis legde voor een industriële
samenleving.
● Discussies over de ‘sociale kwestie’.
● De moderne vorm van imperialisme die verband hield met de industrialisatie.
● De opkomst van emancipatiebewegingen.
● Voortschrijdende democratisering, met deelname van steeds meer mannen en vrouwen aan
het politieke proces.
● De opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen: liberalisme, nationalisme, socialisme,
confessionnalisme en feminisme.
Tijdvak 9
De eerste helft van de Twintigste Eeuw - Moderne tijd
● De rol van moderne propaganda- en communicatiemiddelen en vormen van
massaorganisatie.
● Het in praktijk brengen van de totalitaire ideologieën communisme en fascisme /
nationaalsocialisme.
● De crisis van het wereldkapitalisme.
● Het voeren van twee wereldoorlogen.
● Racisme en discriminatie die leidden tot genocide, in het bijzonder op de joden.
● De Duitse bezetting van Nederland.
● Verwoestingen op niet eerder vertoonde schaal door massavernietigingswapens en de
betrokkenheid van de burgerbevolking bij oorlogvoering.
● Vormen van verzet tegen het West-Europese imperialisme.
Tijdvak 10
Tijd van televisie en computers - Moderne tijd
● De verdeling van de wereld in twee ideologische blokken in de greep van een wapenwedloop
en de daaruit voortvloeiende dreiging van een atoomoorlog.
● De dekolonisatie die een eind maakte aan de westerse hegemonie in de wereld.
● De eenwording van Europa.
● De toenemende westerse welvaart die vanaf de jaren zestig van de twintigste eeuw
aanleiding gaf tot ingrijpende sociaal-culturele veranderingsprocessen.
● De ontwikkeling van pluriforme en multiculturele samenlevingen.
Landen afkortingen
FR = Frankrijk
NL = Nederland
RU = Rusland
DU = Duisland
GB = Groot-Brittannië
O-H = Oost-Hongarije
JA = Japan
SU = Sovjet-Unie
4