Hoofdstuk 1: Wat is gezondheid?
1.1 Wat is gezondheid? Veranderende perspectieven
Gezondheid heeft lichamelijke en geestelijke aspecten. Vroeger ziekte komt door kwade geesten.
Hippocrates ziekte door verstoord evenwicht van de humores (lichaamstoffen). Gelanus: ziekte
(lichamelijk als geestelijk) heeft een lichamelijke of pathologische basis. Etiologie: oorzaak van ziekte.
Middeleeuwen ziekte als straf van God. Daarna renaissance met veel verschillende theorieënen
individuele denken. Rene Descartes -> dualisme -> het idee dat lichaam en geest afzonderlijke
eenheden zijn. Materiële en niet-materiële zijn onafhankelijk van elkaar. Lichaam is een machine dat
alleen kon worden doorgrond in termen van zijn onderdelen en waarbij inzicht in ziekten werd
verkregen via het bestuderen van cellulaire en fysiologische processen. (mechanistische benadering:
een benadering die het gedrag reduceert tot het niveau van het orgaan of de lichamelijke functie).
Biomedisch ziektemodel: de opvatting dat ziekten en symptomen een achterliggende fysiologische
verklaring hebben en dat daarmee ook genezing mechanistisch en rechtlijnig werkt. Is
reductionistisch -> het reduceert de geest, het lichaam en het menselijk gedrag tot lichaamscellen of
tot neurale of biochemische activiteit, en verklaart problemen ook alleen op dit niveau. Bracken en
Thomas -> neurowetenschappen de ‘geest’ en zijn werking ‘objectief’ kunnen onderzoeken door de
toepassing van steeds geavanceerdere scanapparaten en metingen. Dualisme verloor terrein.
Sigmund Freud -> probleem van lichaam en geest opnieuw gedefinieerd als een probleem van
‘bewustzijn’. Hij postuleerde het bestaan van een ‘onbewuste geest’. Onbewuste conflicten
veroorzaken de lichamelijke aandoeningen.
Biopsychosociaal ziektemodel: Het standpunt dat ziekten en symptomen door een combinatie van
lichamelijke, sociale, culturele en psychologische factoren kunnen worden verklaard. Subjectief.
Model verrijkt het biomedisch ziektemodel. Machteld Huber: gezondheid is niet de afwezigheid van
ziekte, maar het vermogen van mensen om met de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van
het leven om te gaan en zo veel mogelijk eigen regie te voeren. Poisz, Capris en Lapré: onderscheid
tussen gezondheid als toestand en gezondheid als gedrag.
De levensverwachting stijgt. Algemeen werd geloofd dat de traditionele geneeskunde effectief was
en het vermogen had ziekten uit te roeien. Een groot deel van de daling van de mortalitiet
(overlijden) in de wereld vond plaats voorafgaand aan de grote vaccinatieprogramma’s, door
successen in het verbeteren van de volksgezondheid na veranderingen van de sociale
omstandigheden en de leefomgeving. Ons gedrag draagt aanzienlijk bij aan onze gezondheid en onze
kans om te overlijden.
1.2 Individuele, culturele en leeftijdgerelateerde perpectieven op gezondheid
Sociale representatie van gezondheid: datgene wat bepaalde groepen mensen onder gezondheid
verstaan. Onderzoek werd gedaan door Barbare Bauman die de vraag stelde wat is gezondheid voor
u? Drie antwoorden:
1) Gezondheid betekent ‘een overwegend gevoel van welzijn’
2) Gezondheid heeft te maken met ‘de afwezigheid van symptomen van ziekte’
3) Gezondheid is zichtbaar in ‘de handelingen waartoe een lichamelijk gezond persoon in staat
is.
50 jaar later -> mensen met een slechte/redelijke gezondheid baseerde de beoordeling van hun
gezondheid bijvoorbeeld op recente symptomen of indicatoren van een slechte gezondheid, terwijl
mensen met een goede gezondheid positievere indicatoren aangaven (gelukkig zijn).
Gezondheidsgedrag: Gedrag, ongeacht de gezondheidstoestand waarin men zich bevindt, dat is
bedoeld om de gezondheid te beschermen, te bevorderen of in stand te houden. Blaxter vond
verschillende opvattingen van gezondheid geïdentificeerd worden uit zijn onderzoek:
, Gezondheid als niet ziek.
Gezondheid als bezit: uit een sterke familie komen, snel herstellen na operaties
Gezondheid als gedrag
Gezondheid als lichamelijke fitheid en vitaliteit
Gezondheid als psychosociaal welzijn
Gezondheid als functie: het vermogen om taken te verrichten.
WHO -> gezondheid is een toestand van volledig lichamelijk, geestelijk en sociaal welzijn en niet
alleen als de afwezigheid van ziekte of invaliditeit. Heeft een gezondheid voor iedereen in 2000
gepubliceerd en Health fot all-in the 21st Century. Beide publicaties hadden tot doel het verzekeren
van een wereldwijde goede gezondheidszorg, gezondheidsgelijkheid, toegenomen
levensverwachting en toegang tot noodzakelijke gezondheidszorg voor iedereen. Bircher ->
gezondheid is een dynamische toestand van welzijn die wordt gekarakteriseerd door een lichamelijk
en geestelijk potentieel dat voldoet aan de eisen van het leven die passen bij de leeftijd, de cultuur
en de persoonlijke verantwoordelijkheid.
Wat beschouwd wordt als een ‘normale’ gezondheid verschilt per cultuur. Het is bovendien
afhankelijk van het economische en politieke klimaat van het tijdperk waarin de betrokkene leeft.
Westerse opvattingen over gezondheid verschillen sterk van die in overige samenlevingen. Chalmers
merkt op dat westerse mensen de geest, het lichaam en de ziel zodanig onderscheiden dat elk van
deze ‘terreinen’ aan afzonderlijke zorgverleners wordt toegewezen. Je hebt een collectivistische
benadering voor het in stand houden van de gezondheid en het vermijden van ziekte en een
individualistische. In culturen waarin wordt verkondigd dat individuen onderling afhankelijk zijn, is de
kans groter dat gezondheid wordt beschouwd in relatie tot het sociaal functioneren en niet
eenvoudigweg tot het persoonlijk functioneren. Ziekteattributie: toekenning van de oorzaak van een
ziekte. Het psychologisch welzijn en de sociale en emotionele gezondheid worden door het proces
van het ouder worden beïnvloed. Bij elke leeftijdsfase zal de opvatting van de eigen gezondheid
variëren. Gebreken van het cognitieve functioneren zijn van invloed op de mate waarin mensen
medische instructies begrijpen, de mate waarin zij kunnen praten over hun emoties of in hoeverre zij
de arts en verzorgers kunnen meedelen welke behoefte aan zorg zij hebben.’
Tijdens een normale ontwikkeling van kind tot volwassene groeit het verstandelijk vermogen om de
werkelijkheid te begrijpen. Piaget meende dat deze cognitieve ontwikkeling in een aantal
opeenvolgende, vaste stadia verloopt:
1. Sensomotorische stadium. Baby verkent de wereld door zintuigelijke waarnemingen en het
maken van bewegingen.
2. Preoperatieve stadium. Magische opvatting van de wereld maar nog geen sprake van het
leggen van concrete relaties. Hebben een zwart-wit kijk op gezondheid en ziekte.
3. Stadium van concrete bewerkingen. Kind kan relaties leggen tussen dingen.
4. Het stadium van de abstracte bewerkingen. Concrete aanwezigheid van dingen is niet meer
vereist.
In het algemeen kan gesteld worden dat kinderen jonger dan zeven jaar ziekte meestal op ‘magisch’
niveau verklaren, gebaseerd op associaties in plaats van kennis. Komt door:
Onbegrip
Fenomenalisme: sprake van een teken of geluid dat het kind op enig moment met de ziekte
in verband heeft gebracht maar er is weinig begrip voor oorzaak en gevolg
Aangestoken worden. Ziekte is meestal afkomstig van een persoon of voorwerp dat dichtbij
is, maar waarmee het kind niet contact heeft.
Bibace en Walsh beschrijven verklaringen van ziekte van kinderen rond het achtste tot elfde jaar als
concreter en gebaseerd op een logische reeks gebeurtenissen van oorzaak en gevolg:
, Besmetting. Kinderen begrijpen in deze fase dat ziekte verschillende symptomen kan hebben
en ze erkennen dat bacteriën of zelfs hun eigen gedrag ziekten kunnen veroorzaken.
Internalisatie: ziekte bevindt zich in het lichaam, maar het proces waardoor symptomen zich
voordoen, begrijpen ze slechts gedeeltelijk.
Voor een puber zijn, volgens Bibace en Walsh, de volgende verklaringen gebaseerd op interacties
tussen de persoon en zijn omgeving:
Fysiologisch: de meeste mensen kunnen ziekte nu definiëren in termen van specifieke
lichamelijke organen of functies.
Psychofysiologisch: meeste begrijpen de interactie tussen lichaam en geest, en begrijpen of
accepteren zij de rol van stress, tobben enz bij de verergering of zelfs ontstaan van ziekte.
Door de ouder wordende bevolking hebben we nu een epidemologie die laat zien dat de incidentie
van vele ziekten toeneemt met het ouder worden. Incidentie: het aantal gevallen van een ziekte
gedurende een specifieke tijdsinterval. Het zelfconcept blijft redelijk gelijk.
1.3 War is gezondheidspsychologie?
Empirisme: Het elementaire principe dat we de wereld via zintuigelijke waarneming kunnen leren
kennen. Empirische methoden gaan verder dan speculatie, inferentie en redeneren, en beogen een
feitelijke en systematische analyse van gegevens. Inferentie: redenering waarbij een conclusie wordt
afgeleid uit een of meer premissen.
Gezondheidspsychologie integreert cognitieve, ontwikkelings- en sociale theorieën en verklaringen
en past deze toe op gezondheid, ziekte en gezondheidszorg. Belangrijkste doelstellingen van de
gezondheidspsychologie, begrip ontwikkelen en vergroten van de bio psychologische factoren bij:
De bevordering en het in stand houden van de gezondheid
De verbetering van de gezondheidszorg en gezondheidsbeleid
De preventie en behandeling van ziekte
De oorzaken van ziekte.
Psychosomatisch -> lichaam en geest zijn betrokken bij ziekte. Tot 1960 was psychomatisch
onderzoek voornamelijk psychoanalytisch van aard; het concentreerde zich op de psychoanalytische
interpretaties van ziekteveroorzaking.
De gedragsgeneeskunde werd rond 1970 ontwikkeld en werden principes uit de gedragsleer
toegepast (dwz dat gedrag de resultante is van het leren via klassieke of operante conditionering) om
technieken van preventie en revalidatie experimenteel te evalueren en niet uitsluitend die van
behandelingen. Meestal is het aanpakken van zowel hoofd als lichaam belangrijk. Bijvoorbeeld bij
graded activity: gedragstherapie wordt gecombineerd met fysiotherapie.
Medische psychologie -> vechten de biologische basis van gezondheid en ziekte niet aan, maar
hebben een holistischer model aangenomen. Medisch psycholoog is een gezondheidsdeskundige die
in een medische setting werkt, die afgestudeerd psycholoog is en een gespecialiseerde
masteropleiding in heeft afgerond, gevolgd door een tweeejarige stage voor het verkrijgen van een
certificaat van algemeen psycholoog of een opleiding als klinisch psycholoog.
Medische sociologie -> gezondheid en ziekte worden bestudeerd in relatie tot sociale factoren die op
mensen van invloed kunnen zijn. Is meer gericht op de cognities en aannamen van het individu en op
zijn reacties op de buitenwereld en hanteert het uiteraard eerder een psychologisch dan een
sociologisch perspectief.
Klinisch psychologie houdt zich bezig met de geestelijke gezondheid en de diagnose en behandeling
van problemen met de geestelijke gezondheid.
Hoofdstuk 2 – sociale verschillen in ziekte en gezondheid
, 2.1 Gezondheidsverschillen
Individuele verschillen zoals persoonlijkheid zijn zeker van belang bij het bestuderen van
risicofactoren voor ziekte maar er is steeds meer bewijs dat de invloed van omgevingsfactoren en
van culturele en sociale factoren op onze gezondheid minstens even groot is. Er zijn duidelijke
gezondheidsverschillen tussen landen. In Afrika veel doodsoorzaken door gebrek aan schoon
drinkwater, slecht sanitair,diarree, dysenterie, inecties, ondergwewicht en malaria. Ook besmet met
HIV(human immunodeficiency virus) en aids. In westerse landen overlijd men meestal aan chronische
ziekte of gebruik van drugs en alcohol.
Ook landelijk zijn er gezondheidsverschillen. Mensen met een hoger inkomen en/of hoog opgeleid
leven langer en hebben minder kans op ziekten dan mensen met een laag inkomen. Verklaringen
voor de ongelijkheid tussen sociaaleconomische groepen:
Sociale causaliteitsmodel stelt dat een lage sociaaleconomische status
gezondheidsproblemen ‘veroorzaakt’. Social drift model stelt dat mensen die
gezondheidsklachten krijgen soms niet in staat zijn hun baan te behouden of niet genoeg
kunnen werken om hun levensstandaard in stand te houden. Sociaaleconomisch status blijkt
de toekomstige gezondheid te voorspelen, minder sterk is dat de gezondheidsstatus
toekomstige economische status voorspelt. Queteletindex (QI, ook BMIndex)
Ongezond gedrag lijkt de verklaring te zijn van veel gezondheidsklachten en het vroegtijdig
overlijden. Premature mortaliteit: overlijden voor de leeftijd waarop dit moment normaal
wordt verwacht.
Verschillen in gezondheidsgerelateerd gedrag verklaren weliswaar enkele van de
sociaaleconomische verschillen in gezondheid. 2/3 werd bepaald door gedrag 1/3 aan
sociaaleconomische status. De keuzes die we maken kunnen worden beperkt door de sociale
context waarin we leven.
RIZV en Dokters van de wereld hebben vijf geprioriteerde aanbevelingen om de
toegankelijkheid van de gezondheidszorg te verbeteren:
1. 1e Prioriteit was de toegankelijkheid te verbeteren voor mensen buiten het kader van de
ziekteverzekering vallen.
2. De derdebetalersregeling (Regeling waarbij de patiënt alleen zijn eigen deel van de kosten
aan de zorgverlener betaalt; hij schiet de ziekteverzekering niet voor) veralgemeniseren.
3. Investeren in preventie en gezondheidspromotie.
4. Een laagdrempelige ‘intermediaire’ zorglijn invoeren. Dus een multidisciplinaire
gezondheidszorgdienst tussen de nulde(de mantelzorgers) en de eerste lijn.
5. Het creëren van nieuwe beroepen in de ambulante sector om de patiënt beter te informeren
en te begrijpen.
Prevalentie: het percentage of aantal mensen op een gegeven moment in een bepaalde
populatie dat aan een bepaalde ziekte lijdt.
Mensen met een lagere economische status werken vaker in een gevaarlijke omgeving. Ook
hebben ze te maken met slechte huisvesting. Ook omgevingsfactoren kunnen leiden tot een
mindere gezondheid, bijvoorbeeld de sportfaciliteiten ver weg en slechte
milieuomstandigheden.
Stress. Veel mensen die lage zitten in de economische klasse ervaren meer stress dan
mensen met een hoge economische status en hebben minder persoonlijke hulpmiddelen om
hiermee om te gaan. Wilkinson -> hoe meer inkomensgelijkheid hoe meer ongezondheid.
hoe minder inkomensgelijkheid, hoe minder ongezondheid. Hij suggereerde een
’hiërarchische gezondheidshypothese’ -> alleen het bewustzijn van je positie in de hiërarchie
is al van invloed is op de gezondheid. Ook suggereerde hij dat grotere ongelijkheden in
1.1 Wat is gezondheid? Veranderende perspectieven
Gezondheid heeft lichamelijke en geestelijke aspecten. Vroeger ziekte komt door kwade geesten.
Hippocrates ziekte door verstoord evenwicht van de humores (lichaamstoffen). Gelanus: ziekte
(lichamelijk als geestelijk) heeft een lichamelijke of pathologische basis. Etiologie: oorzaak van ziekte.
Middeleeuwen ziekte als straf van God. Daarna renaissance met veel verschillende theorieënen
individuele denken. Rene Descartes -> dualisme -> het idee dat lichaam en geest afzonderlijke
eenheden zijn. Materiële en niet-materiële zijn onafhankelijk van elkaar. Lichaam is een machine dat
alleen kon worden doorgrond in termen van zijn onderdelen en waarbij inzicht in ziekten werd
verkregen via het bestuderen van cellulaire en fysiologische processen. (mechanistische benadering:
een benadering die het gedrag reduceert tot het niveau van het orgaan of de lichamelijke functie).
Biomedisch ziektemodel: de opvatting dat ziekten en symptomen een achterliggende fysiologische
verklaring hebben en dat daarmee ook genezing mechanistisch en rechtlijnig werkt. Is
reductionistisch -> het reduceert de geest, het lichaam en het menselijk gedrag tot lichaamscellen of
tot neurale of biochemische activiteit, en verklaart problemen ook alleen op dit niveau. Bracken en
Thomas -> neurowetenschappen de ‘geest’ en zijn werking ‘objectief’ kunnen onderzoeken door de
toepassing van steeds geavanceerdere scanapparaten en metingen. Dualisme verloor terrein.
Sigmund Freud -> probleem van lichaam en geest opnieuw gedefinieerd als een probleem van
‘bewustzijn’. Hij postuleerde het bestaan van een ‘onbewuste geest’. Onbewuste conflicten
veroorzaken de lichamelijke aandoeningen.
Biopsychosociaal ziektemodel: Het standpunt dat ziekten en symptomen door een combinatie van
lichamelijke, sociale, culturele en psychologische factoren kunnen worden verklaard. Subjectief.
Model verrijkt het biomedisch ziektemodel. Machteld Huber: gezondheid is niet de afwezigheid van
ziekte, maar het vermogen van mensen om met de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van
het leven om te gaan en zo veel mogelijk eigen regie te voeren. Poisz, Capris en Lapré: onderscheid
tussen gezondheid als toestand en gezondheid als gedrag.
De levensverwachting stijgt. Algemeen werd geloofd dat de traditionele geneeskunde effectief was
en het vermogen had ziekten uit te roeien. Een groot deel van de daling van de mortalitiet
(overlijden) in de wereld vond plaats voorafgaand aan de grote vaccinatieprogramma’s, door
successen in het verbeteren van de volksgezondheid na veranderingen van de sociale
omstandigheden en de leefomgeving. Ons gedrag draagt aanzienlijk bij aan onze gezondheid en onze
kans om te overlijden.
1.2 Individuele, culturele en leeftijdgerelateerde perpectieven op gezondheid
Sociale representatie van gezondheid: datgene wat bepaalde groepen mensen onder gezondheid
verstaan. Onderzoek werd gedaan door Barbare Bauman die de vraag stelde wat is gezondheid voor
u? Drie antwoorden:
1) Gezondheid betekent ‘een overwegend gevoel van welzijn’
2) Gezondheid heeft te maken met ‘de afwezigheid van symptomen van ziekte’
3) Gezondheid is zichtbaar in ‘de handelingen waartoe een lichamelijk gezond persoon in staat
is.
50 jaar later -> mensen met een slechte/redelijke gezondheid baseerde de beoordeling van hun
gezondheid bijvoorbeeld op recente symptomen of indicatoren van een slechte gezondheid, terwijl
mensen met een goede gezondheid positievere indicatoren aangaven (gelukkig zijn).
Gezondheidsgedrag: Gedrag, ongeacht de gezondheidstoestand waarin men zich bevindt, dat is
bedoeld om de gezondheid te beschermen, te bevorderen of in stand te houden. Blaxter vond
verschillende opvattingen van gezondheid geïdentificeerd worden uit zijn onderzoek:
, Gezondheid als niet ziek.
Gezondheid als bezit: uit een sterke familie komen, snel herstellen na operaties
Gezondheid als gedrag
Gezondheid als lichamelijke fitheid en vitaliteit
Gezondheid als psychosociaal welzijn
Gezondheid als functie: het vermogen om taken te verrichten.
WHO -> gezondheid is een toestand van volledig lichamelijk, geestelijk en sociaal welzijn en niet
alleen als de afwezigheid van ziekte of invaliditeit. Heeft een gezondheid voor iedereen in 2000
gepubliceerd en Health fot all-in the 21st Century. Beide publicaties hadden tot doel het verzekeren
van een wereldwijde goede gezondheidszorg, gezondheidsgelijkheid, toegenomen
levensverwachting en toegang tot noodzakelijke gezondheidszorg voor iedereen. Bircher ->
gezondheid is een dynamische toestand van welzijn die wordt gekarakteriseerd door een lichamelijk
en geestelijk potentieel dat voldoet aan de eisen van het leven die passen bij de leeftijd, de cultuur
en de persoonlijke verantwoordelijkheid.
Wat beschouwd wordt als een ‘normale’ gezondheid verschilt per cultuur. Het is bovendien
afhankelijk van het economische en politieke klimaat van het tijdperk waarin de betrokkene leeft.
Westerse opvattingen over gezondheid verschillen sterk van die in overige samenlevingen. Chalmers
merkt op dat westerse mensen de geest, het lichaam en de ziel zodanig onderscheiden dat elk van
deze ‘terreinen’ aan afzonderlijke zorgverleners wordt toegewezen. Je hebt een collectivistische
benadering voor het in stand houden van de gezondheid en het vermijden van ziekte en een
individualistische. In culturen waarin wordt verkondigd dat individuen onderling afhankelijk zijn, is de
kans groter dat gezondheid wordt beschouwd in relatie tot het sociaal functioneren en niet
eenvoudigweg tot het persoonlijk functioneren. Ziekteattributie: toekenning van de oorzaak van een
ziekte. Het psychologisch welzijn en de sociale en emotionele gezondheid worden door het proces
van het ouder worden beïnvloed. Bij elke leeftijdsfase zal de opvatting van de eigen gezondheid
variëren. Gebreken van het cognitieve functioneren zijn van invloed op de mate waarin mensen
medische instructies begrijpen, de mate waarin zij kunnen praten over hun emoties of in hoeverre zij
de arts en verzorgers kunnen meedelen welke behoefte aan zorg zij hebben.’
Tijdens een normale ontwikkeling van kind tot volwassene groeit het verstandelijk vermogen om de
werkelijkheid te begrijpen. Piaget meende dat deze cognitieve ontwikkeling in een aantal
opeenvolgende, vaste stadia verloopt:
1. Sensomotorische stadium. Baby verkent de wereld door zintuigelijke waarnemingen en het
maken van bewegingen.
2. Preoperatieve stadium. Magische opvatting van de wereld maar nog geen sprake van het
leggen van concrete relaties. Hebben een zwart-wit kijk op gezondheid en ziekte.
3. Stadium van concrete bewerkingen. Kind kan relaties leggen tussen dingen.
4. Het stadium van de abstracte bewerkingen. Concrete aanwezigheid van dingen is niet meer
vereist.
In het algemeen kan gesteld worden dat kinderen jonger dan zeven jaar ziekte meestal op ‘magisch’
niveau verklaren, gebaseerd op associaties in plaats van kennis. Komt door:
Onbegrip
Fenomenalisme: sprake van een teken of geluid dat het kind op enig moment met de ziekte
in verband heeft gebracht maar er is weinig begrip voor oorzaak en gevolg
Aangestoken worden. Ziekte is meestal afkomstig van een persoon of voorwerp dat dichtbij
is, maar waarmee het kind niet contact heeft.
Bibace en Walsh beschrijven verklaringen van ziekte van kinderen rond het achtste tot elfde jaar als
concreter en gebaseerd op een logische reeks gebeurtenissen van oorzaak en gevolg:
, Besmetting. Kinderen begrijpen in deze fase dat ziekte verschillende symptomen kan hebben
en ze erkennen dat bacteriën of zelfs hun eigen gedrag ziekten kunnen veroorzaken.
Internalisatie: ziekte bevindt zich in het lichaam, maar het proces waardoor symptomen zich
voordoen, begrijpen ze slechts gedeeltelijk.
Voor een puber zijn, volgens Bibace en Walsh, de volgende verklaringen gebaseerd op interacties
tussen de persoon en zijn omgeving:
Fysiologisch: de meeste mensen kunnen ziekte nu definiëren in termen van specifieke
lichamelijke organen of functies.
Psychofysiologisch: meeste begrijpen de interactie tussen lichaam en geest, en begrijpen of
accepteren zij de rol van stress, tobben enz bij de verergering of zelfs ontstaan van ziekte.
Door de ouder wordende bevolking hebben we nu een epidemologie die laat zien dat de incidentie
van vele ziekten toeneemt met het ouder worden. Incidentie: het aantal gevallen van een ziekte
gedurende een specifieke tijdsinterval. Het zelfconcept blijft redelijk gelijk.
1.3 War is gezondheidspsychologie?
Empirisme: Het elementaire principe dat we de wereld via zintuigelijke waarneming kunnen leren
kennen. Empirische methoden gaan verder dan speculatie, inferentie en redeneren, en beogen een
feitelijke en systematische analyse van gegevens. Inferentie: redenering waarbij een conclusie wordt
afgeleid uit een of meer premissen.
Gezondheidspsychologie integreert cognitieve, ontwikkelings- en sociale theorieën en verklaringen
en past deze toe op gezondheid, ziekte en gezondheidszorg. Belangrijkste doelstellingen van de
gezondheidspsychologie, begrip ontwikkelen en vergroten van de bio psychologische factoren bij:
De bevordering en het in stand houden van de gezondheid
De verbetering van de gezondheidszorg en gezondheidsbeleid
De preventie en behandeling van ziekte
De oorzaken van ziekte.
Psychosomatisch -> lichaam en geest zijn betrokken bij ziekte. Tot 1960 was psychomatisch
onderzoek voornamelijk psychoanalytisch van aard; het concentreerde zich op de psychoanalytische
interpretaties van ziekteveroorzaking.
De gedragsgeneeskunde werd rond 1970 ontwikkeld en werden principes uit de gedragsleer
toegepast (dwz dat gedrag de resultante is van het leren via klassieke of operante conditionering) om
technieken van preventie en revalidatie experimenteel te evalueren en niet uitsluitend die van
behandelingen. Meestal is het aanpakken van zowel hoofd als lichaam belangrijk. Bijvoorbeeld bij
graded activity: gedragstherapie wordt gecombineerd met fysiotherapie.
Medische psychologie -> vechten de biologische basis van gezondheid en ziekte niet aan, maar
hebben een holistischer model aangenomen. Medisch psycholoog is een gezondheidsdeskundige die
in een medische setting werkt, die afgestudeerd psycholoog is en een gespecialiseerde
masteropleiding in heeft afgerond, gevolgd door een tweeejarige stage voor het verkrijgen van een
certificaat van algemeen psycholoog of een opleiding als klinisch psycholoog.
Medische sociologie -> gezondheid en ziekte worden bestudeerd in relatie tot sociale factoren die op
mensen van invloed kunnen zijn. Is meer gericht op de cognities en aannamen van het individu en op
zijn reacties op de buitenwereld en hanteert het uiteraard eerder een psychologisch dan een
sociologisch perspectief.
Klinisch psychologie houdt zich bezig met de geestelijke gezondheid en de diagnose en behandeling
van problemen met de geestelijke gezondheid.
Hoofdstuk 2 – sociale verschillen in ziekte en gezondheid
, 2.1 Gezondheidsverschillen
Individuele verschillen zoals persoonlijkheid zijn zeker van belang bij het bestuderen van
risicofactoren voor ziekte maar er is steeds meer bewijs dat de invloed van omgevingsfactoren en
van culturele en sociale factoren op onze gezondheid minstens even groot is. Er zijn duidelijke
gezondheidsverschillen tussen landen. In Afrika veel doodsoorzaken door gebrek aan schoon
drinkwater, slecht sanitair,diarree, dysenterie, inecties, ondergwewicht en malaria. Ook besmet met
HIV(human immunodeficiency virus) en aids. In westerse landen overlijd men meestal aan chronische
ziekte of gebruik van drugs en alcohol.
Ook landelijk zijn er gezondheidsverschillen. Mensen met een hoger inkomen en/of hoog opgeleid
leven langer en hebben minder kans op ziekten dan mensen met een laag inkomen. Verklaringen
voor de ongelijkheid tussen sociaaleconomische groepen:
Sociale causaliteitsmodel stelt dat een lage sociaaleconomische status
gezondheidsproblemen ‘veroorzaakt’. Social drift model stelt dat mensen die
gezondheidsklachten krijgen soms niet in staat zijn hun baan te behouden of niet genoeg
kunnen werken om hun levensstandaard in stand te houden. Sociaaleconomisch status blijkt
de toekomstige gezondheid te voorspelen, minder sterk is dat de gezondheidsstatus
toekomstige economische status voorspelt. Queteletindex (QI, ook BMIndex)
Ongezond gedrag lijkt de verklaring te zijn van veel gezondheidsklachten en het vroegtijdig
overlijden. Premature mortaliteit: overlijden voor de leeftijd waarop dit moment normaal
wordt verwacht.
Verschillen in gezondheidsgerelateerd gedrag verklaren weliswaar enkele van de
sociaaleconomische verschillen in gezondheid. 2/3 werd bepaald door gedrag 1/3 aan
sociaaleconomische status. De keuzes die we maken kunnen worden beperkt door de sociale
context waarin we leven.
RIZV en Dokters van de wereld hebben vijf geprioriteerde aanbevelingen om de
toegankelijkheid van de gezondheidszorg te verbeteren:
1. 1e Prioriteit was de toegankelijkheid te verbeteren voor mensen buiten het kader van de
ziekteverzekering vallen.
2. De derdebetalersregeling (Regeling waarbij de patiënt alleen zijn eigen deel van de kosten
aan de zorgverlener betaalt; hij schiet de ziekteverzekering niet voor) veralgemeniseren.
3. Investeren in preventie en gezondheidspromotie.
4. Een laagdrempelige ‘intermediaire’ zorglijn invoeren. Dus een multidisciplinaire
gezondheidszorgdienst tussen de nulde(de mantelzorgers) en de eerste lijn.
5. Het creëren van nieuwe beroepen in de ambulante sector om de patiënt beter te informeren
en te begrijpen.
Prevalentie: het percentage of aantal mensen op een gegeven moment in een bepaalde
populatie dat aan een bepaalde ziekte lijdt.
Mensen met een lagere economische status werken vaker in een gevaarlijke omgeving. Ook
hebben ze te maken met slechte huisvesting. Ook omgevingsfactoren kunnen leiden tot een
mindere gezondheid, bijvoorbeeld de sportfaciliteiten ver weg en slechte
milieuomstandigheden.
Stress. Veel mensen die lage zitten in de economische klasse ervaren meer stress dan
mensen met een hoge economische status en hebben minder persoonlijke hulpmiddelen om
hiermee om te gaan. Wilkinson -> hoe meer inkomensgelijkheid hoe meer ongezondheid.
hoe minder inkomensgelijkheid, hoe minder ongezondheid. Hij suggereerde een
’hiërarchische gezondheidshypothese’ -> alleen het bewustzijn van je positie in de hiërarchie
is al van invloed is op de gezondheid. Ook suggereerde hij dat grotere ongelijkheden in