Cursus 10 Achttiende eeuw
1. Historische context
1.1 Opstand en revolutie
In 1775 begon de Amerikaanse vrijheidsoorlog en in juli 1776 werd de onafhankelijkheid van de VS
uitgeroepen in de ‘Declaration of Independence’. Frankrijk werd in de 18 e eeuw absolutistisch
geregeerd en op 14 juli 1789 startte de Franse Revolutie met de bestorming van de Bastille. De
revolutionairen waren in twee groepen verdeeld: Jacobijnen (dictatuur van gelijkheid) tegenover
gematigde Girondijnen. In 1799 greep generaal Napoleon Bonaparte de macht.
1.2 Pruikentijd
De burgerij in de Republiek wilde meer macht. Er waren 3 groeperingen met eigen opvattingen:
stadhouder en zijn aanhang (Oranjepartij), regenten tegen de stadhouder en macht wilden behouden
de patriotten (tegen stadhouder en regenten). De patriotten verwoordden de belangen van deonderwerpen
Belangrijke
emanciperende burgerij. Aan het eind van de 18e eeuw kwam de Bataafse revolutie in dezeontstond
en de
gedichtjes:
Bataafse Republiek. • studie-ijver
• oprechtheid en
Voor de Bataafse Republiek was er een regentenheerschappij (pruikentijd). Ze lieten
gehoorzaamheid
maatschappelijke verschillen duidelijk merken en de burgerij was tegen de verfransing.
• relatie tussen kind en
ouder
De Republiek liep achter met de Industriële Revolutie (bijv. uitvinding stoommachine door James
Watt) en daarom ging het economisch slecht. Deze achteruitgang werd versterkt door de
machtsovername in de handel en de beheersing van de zee en koloniën door Engeland. Hierdoor
werd de burgerij alleen maar meer ontevreden en wenste ze meer invloed op het bestuur.
2. Culturele context
2.1 Filosofie
Immanuel Kant:
• Wat kan ik weten? Wat moet ik weten?
• Kennis begint met zintuigelijke waarneming van afzonderlijke verschijnselen.
• Kant stelde grenzen aan menselijke kennis.
2.2 Verlichting
De Verlichting was een emancipatiebeweging van de burgerij die zich bevrijdde van traditionele visies
en belangen op het gebied van ethiek, geloof, politiek en rechtspraak. De basis was zelfstandig
kritisch nadenken (ratio). Justus van Effen maakte een reis naar Zweden waarover hij een verslag
schreef.
Onderwijs en verspreiden van kennis werd beschouwd tijdens de Verlichting als middel om
vooroordelen tegen te gaan. In de Republiek werd de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen opgericht
die zorgde voor scholing van de burgerij (→ opzetten scholen, bibliotheken, uitgeven goedkope
boeken).
Verlichtingsfilosofen pleitten voor verdraagzaamheid en godsdienstvrijheid en hadden kritiek op het
absolutisme.
• Montesquieu: trias politica (l’esprit des lois)
• Jean-Jacques Rousseau: mens was vervreemd van zichzelf en door maatschappij misvormd →
terug naar ‘natuur’ = oplossing. Rousseau maakte opvoeding tot een belangrijk Verlichtingsthema.
Verlichtingsfilosofen en -schrijvers maakten in hun teksten vaak gebruik van satire (= spottende
teksten die belerend en kritisch zijn bedoeld).
De Verlichting was een beweging door en voor de burgerij en de burgerij werd een bewuste sociale
klasse. Ze gingen zichzelf als individu ontwikkelen. De roman kwam vanaf ca. 1780 tot ontwikkeling en
bleek een geschikte literaire vorm voor deze ontwikkeling.
1. Historische context
1.1 Opstand en revolutie
In 1775 begon de Amerikaanse vrijheidsoorlog en in juli 1776 werd de onafhankelijkheid van de VS
uitgeroepen in de ‘Declaration of Independence’. Frankrijk werd in de 18 e eeuw absolutistisch
geregeerd en op 14 juli 1789 startte de Franse Revolutie met de bestorming van de Bastille. De
revolutionairen waren in twee groepen verdeeld: Jacobijnen (dictatuur van gelijkheid) tegenover
gematigde Girondijnen. In 1799 greep generaal Napoleon Bonaparte de macht.
1.2 Pruikentijd
De burgerij in de Republiek wilde meer macht. Er waren 3 groeperingen met eigen opvattingen:
stadhouder en zijn aanhang (Oranjepartij), regenten tegen de stadhouder en macht wilden behouden
de patriotten (tegen stadhouder en regenten). De patriotten verwoordden de belangen van deonderwerpen
Belangrijke
emanciperende burgerij. Aan het eind van de 18e eeuw kwam de Bataafse revolutie in dezeontstond
en de
gedichtjes:
Bataafse Republiek. • studie-ijver
• oprechtheid en
Voor de Bataafse Republiek was er een regentenheerschappij (pruikentijd). Ze lieten
gehoorzaamheid
maatschappelijke verschillen duidelijk merken en de burgerij was tegen de verfransing.
• relatie tussen kind en
ouder
De Republiek liep achter met de Industriële Revolutie (bijv. uitvinding stoommachine door James
Watt) en daarom ging het economisch slecht. Deze achteruitgang werd versterkt door de
machtsovername in de handel en de beheersing van de zee en koloniën door Engeland. Hierdoor
werd de burgerij alleen maar meer ontevreden en wenste ze meer invloed op het bestuur.
2. Culturele context
2.1 Filosofie
Immanuel Kant:
• Wat kan ik weten? Wat moet ik weten?
• Kennis begint met zintuigelijke waarneming van afzonderlijke verschijnselen.
• Kant stelde grenzen aan menselijke kennis.
2.2 Verlichting
De Verlichting was een emancipatiebeweging van de burgerij die zich bevrijdde van traditionele visies
en belangen op het gebied van ethiek, geloof, politiek en rechtspraak. De basis was zelfstandig
kritisch nadenken (ratio). Justus van Effen maakte een reis naar Zweden waarover hij een verslag
schreef.
Onderwijs en verspreiden van kennis werd beschouwd tijdens de Verlichting als middel om
vooroordelen tegen te gaan. In de Republiek werd de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen opgericht
die zorgde voor scholing van de burgerij (→ opzetten scholen, bibliotheken, uitgeven goedkope
boeken).
Verlichtingsfilosofen pleitten voor verdraagzaamheid en godsdienstvrijheid en hadden kritiek op het
absolutisme.
• Montesquieu: trias politica (l’esprit des lois)
• Jean-Jacques Rousseau: mens was vervreemd van zichzelf en door maatschappij misvormd →
terug naar ‘natuur’ = oplossing. Rousseau maakte opvoeding tot een belangrijk Verlichtingsthema.
Verlichtingsfilosofen en -schrijvers maakten in hun teksten vaak gebruik van satire (= spottende
teksten die belerend en kritisch zijn bedoeld).
De Verlichting was een beweging door en voor de burgerij en de burgerij werd een bewuste sociale
klasse. Ze gingen zichzelf als individu ontwikkelen. De roman kwam vanaf ca. 1780 tot ontwikkeling en
bleek een geschikte literaire vorm voor deze ontwikkeling.