Geschiedenis samenvattingen H7
7.1 De Verlichting
Kenmerkende aspect(en):
- Rationeel optimisme en ‘verlicht denken’ dat werd toegepast op alle terreinen van de samenleving:
godsdienst, politiek en sociale verhoudingen.
Samenvatting tekst 7.1:
Ancien Régime
De maatschappelijke ordening van de 17de en 18de eeuw heet het Ancien Régime. Er gold in deze tijd nog steeds
een standenmaatschappij maar omdat de 3de stand steeds meer economische macht verkreeg kwamen de sociale
verhoudingen onder druk te staan. De burgerij eiste bestuurlijke invloed. Soms kochten rijke burgers adellijke
titels en traden toe tot de adel om mee te kunnen profiteren van de privileges. Andere rijke burgers kochten een
baantje als pacht of belastinginner. Deze groep was zeer gehaat omdat ze meer belasting inden.
Vrijwel de gehele 3de stand was ontevreden door de belastingen en het in de weg staan van technische
vernieuwen en moderne en efficiëntere bedrijfsvoering door gilderegels. Boeren hadden geen eigen grond terwijl
de 1ste en 2de stand en de rijke burgers heel veel land bezette en daar landarbeiders als dagloners werken.
Kritiek op de standensamenleving
Men ging op een meer wetenschappelijke manier nadenken over maatschappelijke verhoudingen. Filosofen
wouden meer uitgaan van het verstand van de rede (rationalisme). Ze wilden daarnaast de samenleving
verbeteren. In de Verlichting bekritiseerde een aantal denkers dan ook de kerk. Welk nut hadden priesters, die
geen taak hadden in de zielzorg of kloosterlingen die niet in onderwijs of ziekenzorg werkten. Volgens filosoof en
schrijver Voltaire mocht ook geen enkel geloof zich boven een ander stellen. Het ongeschoolde volk was volgens
hem gelovig of bijgelovig en kerk en staat, geestelijkheid, koning en adel hielden mensen bewust onwetend: om
hun macht over het volk te handhaven. Er werden vragen gesteld over welk nut de adel had als hun taken werden
overgenomen en of de voorrechten wel terecht waren.
Kritiek op het absolute koningschap
Volgens John Locke was iedereen volgens de wet gelijk en mocht ook de koning die regels niet schenden. Voor de
Franse verlichte denkers was Engeland een voorbeeld want daar betaalde ook de geestelijkheid en de adel
belasting. Charles de Montesquieu vond dat er een splitsing van de machten moest komen in Frankrijk, de trias
politica: volk en vertegenwoordigers hebben wetgevende macht, koning en ministers hebben uitvoerende macht
en de rechterlijke macht opereert helemaal los daarvan.
Rousseau vond dat er volkssoevereiniteit gold en dat de koning door het volk was gekozen. De wil van de
meerderheid is het belangrijkst.
Verspreiding van de verlichte ideeën
Wetenschappers in de tijd van Pruiken en Revoluties schreven brieven naar elkaar om de nieuwe denkbeelden te
verspreiden . Alle eerdere verkregen kennis werd verzameld in de Encyclopédie. Kon je er niet een aanschaffen,
dan was die wel in de bibliotheek te vinden. Tijdschriften en kranten lagen in de salons en cafés ter lezing en
konden voor felle debatten zorgen. Ook door middel van toneelstukken werden denkbeelden verspreid
, 7.2 Verlicht absolutisme
Kenmerkende aspect(en)
- Voortbestaan van het Ancien Régime met pogingen om het vorstelijk bestuur op eigentijdse verlichte
wijze vorm te geven (verlicht absolutisme)
Samenvatting tekst 7.2:
Frederik de Grote en Voltaire
Koning Frederik de Grote van Pruisen was de grootste vertegenwoordiger van verlicht absolutisme, hij
correspondeerde met wetenschappers en verlichte filosofen voor de toepassing van denkbeelden, zo probeerde
hij het leven voor zijn onderdanen dragelijk te maken. Maar wanneer het ging om macht eiste hij alles op.
Hij had een goede vriendschap met Voltaire die hij uitnodigede in Potsdam, hij bood hem een goede baan aan
met een goed salaris. Gevolg was een uitbundige leefwijze waardoor hij schulden kreeg en de vriendschap met
Frederik de Grote afzwakte omdat Frederik zuinig leefde en omdat Voltaire zich op het gebied van denken
superieur achten naast de koning. Beide waren het er wel mee eens dat de mensen zich niet moesten bemoeien
over staatszaken.
Verlichting in de praktijk
Verdraagzaamheid tegenover mensen met een ander geloof werd ook door Frederik de Grote en Voltaire
geaccepteerd. Hierdoor vluchtte alle godsdienstvluchtelingen naar Pruisen en dit gaf Pruisen een enorme impuls
op het gebied van economie. Dit hadden de koningen door en vandaar kregen de hugenoten en de rooms-
katholieken het recht om in Berlijn kerken te bouwen. Frederik de Grote stimuleerde de economie. Om nieuwe
landbouwgrond te verkrijgen en de voedselproductie te vergroten liet hij moerassen droogleggen.
Oorlog
Frederik vond zich een modelvorst en vond dat hij als verlicht vorst zich niet met oorlogen bezig moest houden
omdat dit veel geld kostte. Door de Oostenrijkse Successieoorlog (1740-1748) en de Zevenjarige Oorlog (1756-
1763) was Pruisen aan het eind van de Tijd van pruiken en revoluties flink uitgebreid en gold het als een
mogendheid waarmee rekening gehouden moest worden.
7.1 De Verlichting
Kenmerkende aspect(en):
- Rationeel optimisme en ‘verlicht denken’ dat werd toegepast op alle terreinen van de samenleving:
godsdienst, politiek en sociale verhoudingen.
Samenvatting tekst 7.1:
Ancien Régime
De maatschappelijke ordening van de 17de en 18de eeuw heet het Ancien Régime. Er gold in deze tijd nog steeds
een standenmaatschappij maar omdat de 3de stand steeds meer economische macht verkreeg kwamen de sociale
verhoudingen onder druk te staan. De burgerij eiste bestuurlijke invloed. Soms kochten rijke burgers adellijke
titels en traden toe tot de adel om mee te kunnen profiteren van de privileges. Andere rijke burgers kochten een
baantje als pacht of belastinginner. Deze groep was zeer gehaat omdat ze meer belasting inden.
Vrijwel de gehele 3de stand was ontevreden door de belastingen en het in de weg staan van technische
vernieuwen en moderne en efficiëntere bedrijfsvoering door gilderegels. Boeren hadden geen eigen grond terwijl
de 1ste en 2de stand en de rijke burgers heel veel land bezette en daar landarbeiders als dagloners werken.
Kritiek op de standensamenleving
Men ging op een meer wetenschappelijke manier nadenken over maatschappelijke verhoudingen. Filosofen
wouden meer uitgaan van het verstand van de rede (rationalisme). Ze wilden daarnaast de samenleving
verbeteren. In de Verlichting bekritiseerde een aantal denkers dan ook de kerk. Welk nut hadden priesters, die
geen taak hadden in de zielzorg of kloosterlingen die niet in onderwijs of ziekenzorg werkten. Volgens filosoof en
schrijver Voltaire mocht ook geen enkel geloof zich boven een ander stellen. Het ongeschoolde volk was volgens
hem gelovig of bijgelovig en kerk en staat, geestelijkheid, koning en adel hielden mensen bewust onwetend: om
hun macht over het volk te handhaven. Er werden vragen gesteld over welk nut de adel had als hun taken werden
overgenomen en of de voorrechten wel terecht waren.
Kritiek op het absolute koningschap
Volgens John Locke was iedereen volgens de wet gelijk en mocht ook de koning die regels niet schenden. Voor de
Franse verlichte denkers was Engeland een voorbeeld want daar betaalde ook de geestelijkheid en de adel
belasting. Charles de Montesquieu vond dat er een splitsing van de machten moest komen in Frankrijk, de trias
politica: volk en vertegenwoordigers hebben wetgevende macht, koning en ministers hebben uitvoerende macht
en de rechterlijke macht opereert helemaal los daarvan.
Rousseau vond dat er volkssoevereiniteit gold en dat de koning door het volk was gekozen. De wil van de
meerderheid is het belangrijkst.
Verspreiding van de verlichte ideeën
Wetenschappers in de tijd van Pruiken en Revoluties schreven brieven naar elkaar om de nieuwe denkbeelden te
verspreiden . Alle eerdere verkregen kennis werd verzameld in de Encyclopédie. Kon je er niet een aanschaffen,
dan was die wel in de bibliotheek te vinden. Tijdschriften en kranten lagen in de salons en cafés ter lezing en
konden voor felle debatten zorgen. Ook door middel van toneelstukken werden denkbeelden verspreid
, 7.2 Verlicht absolutisme
Kenmerkende aspect(en)
- Voortbestaan van het Ancien Régime met pogingen om het vorstelijk bestuur op eigentijdse verlichte
wijze vorm te geven (verlicht absolutisme)
Samenvatting tekst 7.2:
Frederik de Grote en Voltaire
Koning Frederik de Grote van Pruisen was de grootste vertegenwoordiger van verlicht absolutisme, hij
correspondeerde met wetenschappers en verlichte filosofen voor de toepassing van denkbeelden, zo probeerde
hij het leven voor zijn onderdanen dragelijk te maken. Maar wanneer het ging om macht eiste hij alles op.
Hij had een goede vriendschap met Voltaire die hij uitnodigede in Potsdam, hij bood hem een goede baan aan
met een goed salaris. Gevolg was een uitbundige leefwijze waardoor hij schulden kreeg en de vriendschap met
Frederik de Grote afzwakte omdat Frederik zuinig leefde en omdat Voltaire zich op het gebied van denken
superieur achten naast de koning. Beide waren het er wel mee eens dat de mensen zich niet moesten bemoeien
over staatszaken.
Verlichting in de praktijk
Verdraagzaamheid tegenover mensen met een ander geloof werd ook door Frederik de Grote en Voltaire
geaccepteerd. Hierdoor vluchtte alle godsdienstvluchtelingen naar Pruisen en dit gaf Pruisen een enorme impuls
op het gebied van economie. Dit hadden de koningen door en vandaar kregen de hugenoten en de rooms-
katholieken het recht om in Berlijn kerken te bouwen. Frederik de Grote stimuleerde de economie. Om nieuwe
landbouwgrond te verkrijgen en de voedselproductie te vergroten liet hij moerassen droogleggen.
Oorlog
Frederik vond zich een modelvorst en vond dat hij als verlicht vorst zich niet met oorlogen bezig moest houden
omdat dit veel geld kostte. Door de Oostenrijkse Successieoorlog (1740-1748) en de Zevenjarige Oorlog (1756-
1763) was Pruisen aan het eind van de Tijd van pruiken en revoluties flink uitgebreid en gold het als een
mogendheid waarmee rekening gehouden moest worden.