Deel 5: Integument
Integument: huid + accessoire structuren (= derivaten) (bv. haar, nagels)
De huid (cutis):
1. Functies
• Bescherming tegen fysische en chemische invloeden
o Verhoorning: sterkere verhoorning op plaatsen die meer worden blootgesteld aan
wrijving
o Verdediging: nagels, klauwen, hoorn runderen
o Pigmentatie: bescherming tegen UV licht
• Thermoregulatie
o Regeling lichaamstemperatuur door bv. vacht, zweetklieren
• Relatie met buitenwereld
o Gevoelsreceptoren
o klieren
• Metabolische activiteit
o Synthese vitamine D
o Melksynthese
2. Opbouw: Epidermis
2.1 Algemeen
• Epidermis= opperhuid
• Ectodermale oorsprong
• epitheelgedeelte waar celproliferatie (groei) en -hernieuwing plaatsgrijpt
• epitheellagen avasculair à diffusie erg belangrijk
• Tussen de epitheelcellen kunnen vrije zenuwuiteinden
• sterk regenererend karakter: snel tempo nieuwe epidermiscellen aangemaakt (mitose!)
à belangrijk, want veel slijtage
2.2 Cellagen epidermis
Epidermis: verhoornd meerlagig plaveiselepitheel
A. Stratum basale
• Ligging: ligt tegen dermis aan
• Opbouw:
o bevat ‘stamcellen’ (keratinocyten) van de huid
o bestaat uit laag kubische keratinocyten
à d.m.v. hemidesmosomen aan de lamina basalis gehecht
(lamina basalis: lamina densa + lamina lucida)
o hemidesmosomen uit intracellulaire plaque (uit desmoplakines)
o zorgen dat keratinefilamentn aanhechten aan plaque
o transmembranaire verankeringseiwitten maken contact met onderliggende
extracellulaire matrix
• hier vindt veel mitotische activiteit plaats
• chemische, fysische factoren remmen celdeling af
Basaal membraan: lamina reticularis + lamina basalis (lamina densa + lamina lucida)
1
,B. Stratum spinosum
= ‘stekelcellaag’
• Cellen bevatten ‘uitsteeksels’ (= spina)
• Cellen verbonden via desmosomen
• LM: trapladdereffect à veroorzaakt door desmosomen + wijde intercellulaire ruimten
• onderste cellagen: vertonen ook mitotische activiteit
onderste cellagen + stratum basale = stratum germinativum
• intercellulaire bruggen= plasmodesmen
= plaatsen waarop desmosomen voorkomen die naast elkaar liggende huidcellen bij mekaar
houden
C. Stratum granulosum
• keratohyaliene korrels à bevatten eiwit filaggrine
à zorgt voor de aggregatie van tonofilamenten (= keratinefilamenten onder spanning)
• Keratinocyten: bevatten membrane-coating granules
à zorgen bij vrijstelling voor lipideachtige laag
à bovenliggende cellagen sterven af door geen voedingsstoffen, O2 meer
D. Stratum lucidum
• zichtbaar als de heldere band boven het stratum granulosum
• !! enkel te vinden in dikke, haarloze huid (bv. handpalm)
à in dunne huid (epidermis) is deze laag afwezig
à stratum granulosum kan ook in epidermis dun/weg zijn
• cellen sterk verhoornd + bevatten eleidinekorrels
(ander soort hoornstof)
• wordt soms bij stratum corneum gerekend
E. Stratum corneum
= hoornlaag
• Buitenste opp. van huid
• Keratinocyten: dood + volledig gevuld met keratinefilamenten
• Door restanten van desmosomen: cellen nog aan elkaar
• Buitenste deel vervelt continu
• “stratum disjunctivum”= afschilferingszone
2.3 Celtypes
A. Keratinocyten
• ontstaan door voortdurende mitose + schuiven op in de richting van het oppervlak +
slijten vervolgens af
• eindigen als dode cellen gevuld met keratine filamenten
B. Melanocyten
• Zorgen voor de pigmentatie van de huid
• Ontstaan uit cellen die afkomstig zijn van neurale lijst
• Produceren melanine à melanine opgenomen door naburig keratinocyten
Melanine-eenheid= melanocyt met omliggende keratinocyten
• Bevatten lange uitlopers die veel keratinocyten raken
2
, • Melaninekorrels= melanosomen (4 ≠ types)
• Delen normaal niet à als wel delen: melanoom (kanker)
• Activiteit beïnvloed door:
o Genetische factoren
o Hormonale factoren
o UV-licht (hoe meer blootstelling, hoe meer pigment aanmaken)
o Ouderom (grijs worden)
Productie melanine
o Melanocyten produceren thyrosinase à wordt in vesikels gedaan
o Als thyrosinase in vesikel= melanosoom
o Thyrosinase: thyrosine omzetten in o.a. melanine
o Verschillende stadia rijpheid melanosomen
à als klaar: melanine granules gevromd (korrels richtingen zich naar de zon)
à wordt afgegeven aan keratinocyten
C. Cellen van Langerhans
• In bovenste gedeelte stratum spinosum
• Vormen schakel tussen informatie uit de omgeving en immuunsysteem
• Functie: stoffen opnemen + antigenpresenatie aan celopp.
• LM: donkere kern + helder cytoplasma
• Geen keratinefilamenten
• Bevatten elektronendense grana: Birbeck-granula
(lysosomale functie)
D. Cellen van Merkel
• Talrijk op gevoelige plaatsen (bv. vingertoppen)
• Komen beperkt voor in stratum basale
• Behoren tot diffuus neuroendocrien systeem
• Zijn geïnnerveerd à in staat om signalen uit omgeving waar te nemen + door te sturen
naar CZS (‘receptor’)
• Bevatten transmitters opgeslagen in vesikels: dense-cored vesicles
3. Opbouw: Dermis
3.1 Algemeen
• Dermis= lederhuid
• Mesodermale oorsprong
à bevat wel accessoire structuren die ingebed zijn, ondanks epidermale oorsprong
• Bindweefsellaag (ongeordend dicht collageenBW) gelegen onder de epidermis
à meer losmazig naarmate dieper gaan
• bloedvaten
• zenuwvezels: verzenden prikkels vanuit de receptoren die net onder de epidermis liggen
• bevat vrije bindweefselcellen zoals mestcellen
• kan ophoping van adipocyten (=vetcellen) bevatten
3
, 3.2 Dermo-epidermale grens
Grens epidermis- dermis: onregelmatige lijn
• Epitheelkammen
• Bindweefselpapillen
à epidermis stevig vast: sterker patroon op plaatsen waar huid is blootgesteld aan
mechanische krachten
à creëren vingerafdruk
3.3 Cellagen dermis
Dermis heeft 2 zones:
1. Stratum vasculare of stratum papillare:
o vezelarm
o celrijk losmazig collageen bindweefsel
à rijk aan bloedvaten en zenuwuiteinden
o is net onder de epidermis gelegen
o schaafwonde: hard bloeden en zeer pijnlijk!
2. Stratum compactum of stratum reticulare:
o dicht collageen bindweefsel
o arm aan elastine
o relatief arm aan cellen
o de collagene vezels verlopen in bundeltjes in verschillende richtingen
à maar wel parallel aan het oppervlak.
4. Opbouw: Hypodermis
• Hypodermis= subcutis/ onderhuid/ tela subcutanea
• Technisch gezien: geen deel van de huid
à nauw mee verbonden
• laag bindweefsel (losmazig, ongeordend) onder dermis
• bevat veel vet à schokdemper + houdt warmte
lichaam bij
• bloedvaten die van en naar de dermis lopen
• dermo-hypodermale grenslijn (moeilijk herkenbaar)
• dikte: afhankelijk van plaats lichaam
+ van voedingstoestand
5. vascularisatie huid
• thv hypodermis: hypodermale plexus
• net onder dermis: subdermale plexus
• Net oner epidermis (stratum papillare): subpapillaire plexus
• Dermpapillen: rijkelijk voorzien van capillairen
6. neuronale structuren van epidermis en hypodermis
• bindweefselpapillen: sensorische structuren
• receptoren (warmte, koude, pijn, druk,…) behoren tot transductoren
à functie: stimulus opsporen + omzetten in signaal voor zenuwstelsel
à signaal via sensorische ZV naar CZS
4
, 7. Receptoren in de huid
Vrije zenuwuiteinden hoort er ook bij (vaak niet echt waarneembaar)
à Functie: druk en tastgevoel (warmte, koude, pijn)
à pijnreceptor (nociceptor)
7.1 Lichaampjes van Meissner
• Functie:
o Tastlichaampje: detectie van langzame vibraties
o Als druk op uitgeoefend: stapeltje samengedrukt worden à zenuwvezel fysisch
vervormd. à ladingseigenschappen oppervlaktemembraan veranderen à en het axon
zal een signaal genereren.
• Opbouw/ligging:
o transductorstructuren bestaande uit lange, knuppelvormige bindweefselcellen
o ovoide lichaampjes (ovaal)
o lengte-as loodrecht op het huidoppervlak ligt
o tegen de grens tussen dermis - epidermis in de dermpapillen
o uit Schwanncellen die centraal kronkelende dendrieten omhullen
7.2 Lichaampjes van Vater-Pacini
• Opbouw/ligging
o In diepere delen hypodermis
o Grote structuren, lijken op doorgesneden ui à lamellair
o Ook rijkelijk aanwezig in pancreas
o Centraal: dendriet (zenuwvezel)
o Concentrische ringen van fibroblasten
o Omgeven door BWschede
• Functie
o Functioneel gelijk als tastlichaampjes (drukreceptoren): bindweefsellagen fysisch
samengedrukt
à structuur wordt vervormd.
à Door mechanische druk: polariseert ZV (in structuur gelegen), waarna à
vuurt actiepotentiaal naar CZS
o Receptoren voor grote spanning en/of trillingen + voor snelle vibraties
Als je in snelle lift staat: komt van deze strcuturen
7.3 Lichaampjes van Krause
• Sferische structuur
• In stratum papillare (van conjunctiva, tong, externe genitalia)
• Mechanoreceptor
7.4 Lichaampjes van Ruffini
• Spoelvormig
• Tastlichaampje
• In stratum reticulare + hypodermis
• Functie: komen tussen in perceptoe van druk + spanning
5
Integument: huid + accessoire structuren (= derivaten) (bv. haar, nagels)
De huid (cutis):
1. Functies
• Bescherming tegen fysische en chemische invloeden
o Verhoorning: sterkere verhoorning op plaatsen die meer worden blootgesteld aan
wrijving
o Verdediging: nagels, klauwen, hoorn runderen
o Pigmentatie: bescherming tegen UV licht
• Thermoregulatie
o Regeling lichaamstemperatuur door bv. vacht, zweetklieren
• Relatie met buitenwereld
o Gevoelsreceptoren
o klieren
• Metabolische activiteit
o Synthese vitamine D
o Melksynthese
2. Opbouw: Epidermis
2.1 Algemeen
• Epidermis= opperhuid
• Ectodermale oorsprong
• epitheelgedeelte waar celproliferatie (groei) en -hernieuwing plaatsgrijpt
• epitheellagen avasculair à diffusie erg belangrijk
• Tussen de epitheelcellen kunnen vrije zenuwuiteinden
• sterk regenererend karakter: snel tempo nieuwe epidermiscellen aangemaakt (mitose!)
à belangrijk, want veel slijtage
2.2 Cellagen epidermis
Epidermis: verhoornd meerlagig plaveiselepitheel
A. Stratum basale
• Ligging: ligt tegen dermis aan
• Opbouw:
o bevat ‘stamcellen’ (keratinocyten) van de huid
o bestaat uit laag kubische keratinocyten
à d.m.v. hemidesmosomen aan de lamina basalis gehecht
(lamina basalis: lamina densa + lamina lucida)
o hemidesmosomen uit intracellulaire plaque (uit desmoplakines)
o zorgen dat keratinefilamentn aanhechten aan plaque
o transmembranaire verankeringseiwitten maken contact met onderliggende
extracellulaire matrix
• hier vindt veel mitotische activiteit plaats
• chemische, fysische factoren remmen celdeling af
Basaal membraan: lamina reticularis + lamina basalis (lamina densa + lamina lucida)
1
,B. Stratum spinosum
= ‘stekelcellaag’
• Cellen bevatten ‘uitsteeksels’ (= spina)
• Cellen verbonden via desmosomen
• LM: trapladdereffect à veroorzaakt door desmosomen + wijde intercellulaire ruimten
• onderste cellagen: vertonen ook mitotische activiteit
onderste cellagen + stratum basale = stratum germinativum
• intercellulaire bruggen= plasmodesmen
= plaatsen waarop desmosomen voorkomen die naast elkaar liggende huidcellen bij mekaar
houden
C. Stratum granulosum
• keratohyaliene korrels à bevatten eiwit filaggrine
à zorgt voor de aggregatie van tonofilamenten (= keratinefilamenten onder spanning)
• Keratinocyten: bevatten membrane-coating granules
à zorgen bij vrijstelling voor lipideachtige laag
à bovenliggende cellagen sterven af door geen voedingsstoffen, O2 meer
D. Stratum lucidum
• zichtbaar als de heldere band boven het stratum granulosum
• !! enkel te vinden in dikke, haarloze huid (bv. handpalm)
à in dunne huid (epidermis) is deze laag afwezig
à stratum granulosum kan ook in epidermis dun/weg zijn
• cellen sterk verhoornd + bevatten eleidinekorrels
(ander soort hoornstof)
• wordt soms bij stratum corneum gerekend
E. Stratum corneum
= hoornlaag
• Buitenste opp. van huid
• Keratinocyten: dood + volledig gevuld met keratinefilamenten
• Door restanten van desmosomen: cellen nog aan elkaar
• Buitenste deel vervelt continu
• “stratum disjunctivum”= afschilferingszone
2.3 Celtypes
A. Keratinocyten
• ontstaan door voortdurende mitose + schuiven op in de richting van het oppervlak +
slijten vervolgens af
• eindigen als dode cellen gevuld met keratine filamenten
B. Melanocyten
• Zorgen voor de pigmentatie van de huid
• Ontstaan uit cellen die afkomstig zijn van neurale lijst
• Produceren melanine à melanine opgenomen door naburig keratinocyten
Melanine-eenheid= melanocyt met omliggende keratinocyten
• Bevatten lange uitlopers die veel keratinocyten raken
2
, • Melaninekorrels= melanosomen (4 ≠ types)
• Delen normaal niet à als wel delen: melanoom (kanker)
• Activiteit beïnvloed door:
o Genetische factoren
o Hormonale factoren
o UV-licht (hoe meer blootstelling, hoe meer pigment aanmaken)
o Ouderom (grijs worden)
Productie melanine
o Melanocyten produceren thyrosinase à wordt in vesikels gedaan
o Als thyrosinase in vesikel= melanosoom
o Thyrosinase: thyrosine omzetten in o.a. melanine
o Verschillende stadia rijpheid melanosomen
à als klaar: melanine granules gevromd (korrels richtingen zich naar de zon)
à wordt afgegeven aan keratinocyten
C. Cellen van Langerhans
• In bovenste gedeelte stratum spinosum
• Vormen schakel tussen informatie uit de omgeving en immuunsysteem
• Functie: stoffen opnemen + antigenpresenatie aan celopp.
• LM: donkere kern + helder cytoplasma
• Geen keratinefilamenten
• Bevatten elektronendense grana: Birbeck-granula
(lysosomale functie)
D. Cellen van Merkel
• Talrijk op gevoelige plaatsen (bv. vingertoppen)
• Komen beperkt voor in stratum basale
• Behoren tot diffuus neuroendocrien systeem
• Zijn geïnnerveerd à in staat om signalen uit omgeving waar te nemen + door te sturen
naar CZS (‘receptor’)
• Bevatten transmitters opgeslagen in vesikels: dense-cored vesicles
3. Opbouw: Dermis
3.1 Algemeen
• Dermis= lederhuid
• Mesodermale oorsprong
à bevat wel accessoire structuren die ingebed zijn, ondanks epidermale oorsprong
• Bindweefsellaag (ongeordend dicht collageenBW) gelegen onder de epidermis
à meer losmazig naarmate dieper gaan
• bloedvaten
• zenuwvezels: verzenden prikkels vanuit de receptoren die net onder de epidermis liggen
• bevat vrije bindweefselcellen zoals mestcellen
• kan ophoping van adipocyten (=vetcellen) bevatten
3
, 3.2 Dermo-epidermale grens
Grens epidermis- dermis: onregelmatige lijn
• Epitheelkammen
• Bindweefselpapillen
à epidermis stevig vast: sterker patroon op plaatsen waar huid is blootgesteld aan
mechanische krachten
à creëren vingerafdruk
3.3 Cellagen dermis
Dermis heeft 2 zones:
1. Stratum vasculare of stratum papillare:
o vezelarm
o celrijk losmazig collageen bindweefsel
à rijk aan bloedvaten en zenuwuiteinden
o is net onder de epidermis gelegen
o schaafwonde: hard bloeden en zeer pijnlijk!
2. Stratum compactum of stratum reticulare:
o dicht collageen bindweefsel
o arm aan elastine
o relatief arm aan cellen
o de collagene vezels verlopen in bundeltjes in verschillende richtingen
à maar wel parallel aan het oppervlak.
4. Opbouw: Hypodermis
• Hypodermis= subcutis/ onderhuid/ tela subcutanea
• Technisch gezien: geen deel van de huid
à nauw mee verbonden
• laag bindweefsel (losmazig, ongeordend) onder dermis
• bevat veel vet à schokdemper + houdt warmte
lichaam bij
• bloedvaten die van en naar de dermis lopen
• dermo-hypodermale grenslijn (moeilijk herkenbaar)
• dikte: afhankelijk van plaats lichaam
+ van voedingstoestand
5. vascularisatie huid
• thv hypodermis: hypodermale plexus
• net onder dermis: subdermale plexus
• Net oner epidermis (stratum papillare): subpapillaire plexus
• Dermpapillen: rijkelijk voorzien van capillairen
6. neuronale structuren van epidermis en hypodermis
• bindweefselpapillen: sensorische structuren
• receptoren (warmte, koude, pijn, druk,…) behoren tot transductoren
à functie: stimulus opsporen + omzetten in signaal voor zenuwstelsel
à signaal via sensorische ZV naar CZS
4
, 7. Receptoren in de huid
Vrije zenuwuiteinden hoort er ook bij (vaak niet echt waarneembaar)
à Functie: druk en tastgevoel (warmte, koude, pijn)
à pijnreceptor (nociceptor)
7.1 Lichaampjes van Meissner
• Functie:
o Tastlichaampje: detectie van langzame vibraties
o Als druk op uitgeoefend: stapeltje samengedrukt worden à zenuwvezel fysisch
vervormd. à ladingseigenschappen oppervlaktemembraan veranderen à en het axon
zal een signaal genereren.
• Opbouw/ligging:
o transductorstructuren bestaande uit lange, knuppelvormige bindweefselcellen
o ovoide lichaampjes (ovaal)
o lengte-as loodrecht op het huidoppervlak ligt
o tegen de grens tussen dermis - epidermis in de dermpapillen
o uit Schwanncellen die centraal kronkelende dendrieten omhullen
7.2 Lichaampjes van Vater-Pacini
• Opbouw/ligging
o In diepere delen hypodermis
o Grote structuren, lijken op doorgesneden ui à lamellair
o Ook rijkelijk aanwezig in pancreas
o Centraal: dendriet (zenuwvezel)
o Concentrische ringen van fibroblasten
o Omgeven door BWschede
• Functie
o Functioneel gelijk als tastlichaampjes (drukreceptoren): bindweefsellagen fysisch
samengedrukt
à structuur wordt vervormd.
à Door mechanische druk: polariseert ZV (in structuur gelegen), waarna à
vuurt actiepotentiaal naar CZS
o Receptoren voor grote spanning en/of trillingen + voor snelle vibraties
Als je in snelle lift staat: komt van deze strcuturen
7.3 Lichaampjes van Krause
• Sferische structuur
• In stratum papillare (van conjunctiva, tong, externe genitalia)
• Mechanoreceptor
7.4 Lichaampjes van Ruffini
• Spoelvormig
• Tastlichaampje
• In stratum reticulare + hypodermis
• Functie: komen tussen in perceptoe van druk + spanning
5