Garantie de satisfaction à 100% Disponible immédiatement après paiement En ligne et en PDF Tu n'es attaché à rien 4,6 TrustPilot
logo-home
Resume

Samenvatting LIMBO 1 - DEEL 3

Note
-
Vendu
-
Pages
38
Publié le
10-02-2026
Écrit en
2025/2026

Samenvatting van deel 3 per hoofdstuk uit het boek van Limbo 1

Établissement
Cours

Aperçu du contenu

DEEL 3: REGELGEVING, KWALITEIT EN GELIJKE KANSEN
IN HET VLAAMSE ONDERWIJS
Hoofdstuk 7: Leraar en onderwijs: juridische aspecten (Kurt Willems en Bregt
Henkens)
Kernwoorden: aansprakelijkheid, beleidsactoren, grond- en mensenrechten, juridisering, loopbaan
leraren, onderwijsrecht, onderwijsvrijheid, rechtspositie leraren

1. Inleiding
Dit onderdeel is opgesplitst in 3 delen:

- De juridische kant van onderwijssystemen
o Het brede grondwettelijke en mensenrechtelijke kader
o De organisatie van het onderwijs  Rol van onderwijsverstrekkers en overheid
- De juridische kant van het lerarenberoep
o Status
o Rechten en plichten
o Aansprakelijkheid
- De juridisering van onderwijs
o Aanvechten van B en C attesten
o Tuchtbeslissingen

Juridische domein heeft grotere impact op de onderwijspraktijk. (perceptie)

2. Het juridische kader van onderwijs
2.1 Het juridische kader voor onderwijsbeleid
GROND-EN MENSENRECHTEN = fundamentele, universele rechten en vrijheden die elk mens bezit,
simpelweg omdat hij of zij mens is

ONDERWIJSRECHT = geldt voor elk kind, ongeacht diens juridische status in België. De toegang tot
onderwijs is kosteloos tot het einde van de leerplicht (art. 24 Belgische Grondwet)

Het Vlaams juridisch kader voor onderwijs vertrekt vanuit art 24 van de Grondwet. (grondrechten voor
scholen, lln, ouders en overheid.)
- Mensenrechtenverdragen leggen op internationaal vlak de belangrijkste principes vast.

De belangrijkste aspecten uit artikel 24:
1. Actieve onderwijsvrijheid
(ACTIEVE )ONDERWIJSVRIJHEID = vrijheid om een school te mogen oprichten, de
levensbeschouwelijke of onderwijskundige richting ervan vorm te geven en de school te mogen
organiseren naar eigen inzicht (met respectievelijke vrijheid van oprichting, richting en inrichting)

- Vrijheid sinds eerste grondwet van 1831
- De grondwettelijke vrijheid van onderwijs moet genuanceerd worden :

o Overheid mag kwaliteitsverwachtingen stellen en controleren, regels voor
personeelsstatuut en opleggen van miniumnormen door het systeem van erknening en
subsidiëring. (Vlaamse onderwijsregelgeving)
o Tijds, arbeids en financieel intenstief om een school te starten.
o Privé-onderwijs = scholen die erkend zijn, maar niet gesubsidieerd
 meer vrijheid genieten
 hoge inschrijvingsgelden
 eerder internationaal georiënteerd
o Huisonderwijs = scholen die niet erkend zijn.

,  geen absolute vrijheid
 ook kwaliteitscontrole (onderwijsinspectie)
lln moeten slagen bij centrale examencommissie

2. Passieve onderwijsvrijheid = vrije schoolkeuze voor de ouders.
o Gaat terug op het Schoolpact van 1958 (einde conflict tussen het officieel en het katholiek
onderwijs)
 vrije schoolkeuze voor de ouders
o Dit pact werd versterkt door het GOK-decreet in 2002 (Decreet Gelijke onderwijskansen):
Scholen verplichtte om elke leerling in te schrijven die schoolreglement ondertekent.
 inschrijven hoofdzakelijk digitaal via elektronische aanmeldingssystemen
Capaciteitsproblemen zetten de vrije schoolkeuze onder druk.
 uitvoering wordt opgevolgd door Lokale Overlegplatforms (LOP)

3. Recht op kwaliteitsvol onderwijs geldt voor elk kind, ongeacht diens juridische status in
België.
o Het recht op kwaliteitsvol onderwijs wordt naast de grondwet ook gewaarborgd in
verschillende mensenrechtenverdragen (Vb Rechten van het Kind)
o Doel: een zo volledig mogelijke ontplooiing van persoonlijkheid, talenten en geestelijke
en fysieke vermogens van het kind

4. Recht op een morele of religieuze opvoeding op kosten van de gemeenschap
= Onderricht in 1 der erkende godsdiensten en niet-confessionele zedenleer tot het einde van de
leerplicht
o Verstrengeling tussen religie en staat is het gevolg van het Schoolpact van 1958
o Deze verstrengeling staat ter discussie:
• Pleiten voor 1 neutraal vak over diverse religies, met de nadruk op wat leerlingen
verbindt – dit zou organisatorisch en goedkoper zijn
• Behoud van huidige systeem
 lln toelaten identiteit ontwikkelen zich vanuit een religieus kader
 respectvol omgaan met anderen
 ouders moeten geen eigen scholen oprichten.

5. Neutraliteit voor gemeenschapsonderwijs
= een neutraliteitsvereiste (alle scholen) : overheid stelt zich neutraal op tegenover de burger.
o Verbod op levensbeschouwelijke tekens voor leraren en leerlingen: bijv. hoofddoek
o Het Grondwettelijk Hof en het Europees Hof voor de rechten van de mens hebben zich
hierover positief uitgesproken: het staat schoolbesturen juridisch vrij om te bepalen hoe ze
die neutraliteit concreet invullen voor leerlingen
o Voor leraren geldt het verbod op levensbeschouwelijke tekens in het licht van de
neutraliteitsvereiste
• Uitzondering: de godsdienstleraren: zij hoeven niet neutraal te zijn, aangezien zij
verantwoordelijk zijn voor een levensbeschouwelijk vak
o Er mag niet worden afgeleid dat het verbod ook juridisch verplicht is
 onderwijsvrijheid laat toe dat officiële scholen zelf kiezen hoe ze de neutraliteit
vormgeven.
 In het vrij onderwijs geldt geen neutraliteitsverplichting (eigen beleid dat strookt
met hun identiteit en pedagogisch levensbeschouwelijke visie.)

6. Kosteloze toegang tot onderwijs (grondwettelijk gewaarborgd)
= Inschrijving is kosteloos in het volledige erkende en gesubsidieerde leerplichtonderwijs
o Schoolkosten na inschrijving in basisonderwijs: dubbele maximumfactuur
 Voor eendaagse en meerdaagse activiteiten die niet noodzakelijk zijn om de
eindtermen te bereiken
o Secundair onderwijs: proportionele en reële bijdrage voor onderwijskosten zoals
handboeken en kopies, maar niet voor personeels-, secretariaats- en organisatiekosten.

, 7. Leerplicht maar geen schoolplicht
o Leerplicht sinds 1914
o Vanaf 1 september in het jaar dat het kind 5 jaar wordt start de leerplicht
o Vanaf 1914: leerplicht tot 14 jaar / Vanaf 1953: leerplicht tot 16 jaar / Vanaf 1983: leerplicht
tot 18 jaar.
o Ouders en leerlingen kunnen ervoor kiezen zich niet in te schrijven in een erkende school,
maar te leren via thuisonderwijs en het slagen voor een examen van de centrale
examencommissie

8. Legaliteitsbeginsel
= elke maatregel die substantieel ingrijpt in het Vlaams onderwijsbeleid moet via een decreetgever
(Vlaams Parlement) gaan – regeringsbesluit of ministerieel besluit volstaat niet
o Er is dus altijd politieke controle via het parlement en er moet altijd een advies van de Raad
van State zijn
o Jaarlijkse verzameldecreten = opeenstapeling van wijzigingen op alle onderwijsniveaus
zodat een grondige democratische bespreking ervan veelal afwezig blijft.
o Belangrijkste wetgeving voor basisonderwijs is opgenomen in het Decreet Basisonderwijs
o Belangrijkste wetgeving voor secundair onderwijs is opgenomen in de Codex Secundair
onderwijs
o Omzendbrief SO64 maakt decreten toegankelijk voor niet-juristen (toegankelijke taal, vb
tuchtsancties)

9. Recht op inclusief onderwijs
o Art 22ter van de Grondwet + VN-verdrag betreffende de Rechten van personen met een
Handicap
o M-decreet + Decreet Leersteun: Vlaanderen stappen richting inclusie.
o Een alomvattend plan met duidelijke toekomstvisie van buitengewoon onderwijs ontbreekt
nog

Wie heeft bevoegdheid in het federale België om onderwijs te regelen binnen het uitgezette juridische
kader.
 Volgens art27 van de grondwet : de gemeenschappen die de volledige bevoegdheid hebben met
betrekking tot het onderwijs. (uitz. Pensioenstels, begin en einde van leerplicht en
minimumvwdn om diploma’s te verlenen.)

2.2 Beleidsactoren in onderwijs
BELEIDSACTOREN = actoren die de regels en reglementen bepalen waarbinnen een startende leraar
zich moet bewegen

1. Vlaamse wetgevende macht & Vlaamse uitvoerende macht
2. Onderwijsmiddenveld
3. Schoolbesturen
4. Belangrijke internationale actoren

1. Vlaamse wetgevende en uitvoerende macht
Onderwijsbevoegdheid komt bijna helemaal toe aan de gemeenschappen.
Wetgevende macht = Vlaams parlement
Uitvoerende macht = Minister van Onderwijs die deel uitmaakt van de regering –
- verantwoording verschuldigd aan het Vlaams parlement

Naast politieke actoren heb je de Vlaamse onderwijsadministratie => Departement Onderwijs en
Vorming (beleidsvoorbereidend werk) + verschillende agentschappen (beleid uitvoeren):

AHOVOKS : Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenonderwijs, Kwalificaties en
Studietoelagen
- diploma secundair onderwijs via examencommissie behalen.
- buitenlandse diploma’s en betaalt studietoelagen

, - betaalt salarissen personeel
- coördineert processen die leiden tot onderwijsdoelen en kwalificaties.
(minimumdoelen/eindtermen)
AGODi: Agentschap voor Onderwijsdiensten
- financïele dienstverlening voor scholen verzorgen
- scholen ondersteunen en informeren, evalueren en adviezen geven
- Nagaan of middelen correct worden gebruikt voor het gelijkekansenbeleid en democratisering
Onderwijsinspectie
- Schooldoorlichting, minstens om de 6 jaar
- Advies bij de oprichting van nieuwe scholen
- Controle op kwaliteit van huisonderwijs
NARIC-Vlaanderen (National Academic Recognition Information Centre)
- Erkent buitenlandse studiebewijzen
- Levert attesten af of regulariseert diploma’s voor wie in buitenland wil werken/studeren.




2. Onderwijsmiddenveld (niveau tussen scholen en overheid)
- Vlaamse onderwijsraad (VLOR)
= Strategische adviesraad met vertegenwoordiging van verschillende geledingen van het onderwijs
(schoolbestuur, leerlingen, vakbonden, sociale partners)
o studiewerk uitvoeren of adviserend optreden op eigen initiatief
o Advies geven aan de Minister van onderwijs bij nieuwe onderwijswetgeving

- Strategische adviesraad (SERV) = Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen

- Koepels
=Koepels verdedigen de belangen van de scholen bij de overheid, bieden juridisch advies, bieden
pedagogische ondersteuning aan schoolteams, stellen leerplannen op.
o Scholen hebben zich georganiseerd via koepels.
 GO: raad van het GO!
 katholieke scholen : Katholiek Onderwijs Vlaanderen
 Koepel gemeentelijke scholen = Onderwijssecretariaat van Steden en Gemeenten van de
Vlaamse Gemeenschap (OVSG)
o Koepel van scholen ingericht door de Vlaamse provincies = Provinciaal Onderwijs
Vlaanderen (POV)

Livre connecté

École, étude et sujet

Établissement
Cours
Cours

Infos sur le Document

Livre entier ?
Non
Quels chapitres sont résumés ?
Hoofdstuk 7-9
Publié le
10 février 2026
Nombre de pages
38
Écrit en
2025/2026
Type
RESUME

Sujets

$5.89
Accéder à l'intégralité du document:

Garantie de satisfaction à 100%
Disponible immédiatement après paiement
En ligne et en PDF
Tu n'es attaché à rien

Faites connaissance avec le vendeur
Seller avatar
vdbh

Document également disponible en groupe

Faites connaissance avec le vendeur

Seller avatar
vdbh Katholieke Universiteit Leuven
S'abonner Vous devez être connecté afin de suivre les étudiants ou les cours
Vendu
3
Membre depuis
4 année
Nombre de followers
0
Documents
5
Dernière vente
6 jours de cela

0.0

0 revues

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Documents populaires

Récemment consulté par vous

Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions