100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting ecologie 1

Rating
-
Sold
1
Pages
11
Uploaded on
29-03-2021
Written in
2019/2020

Samenvatting Ecologie 1, PEN10503.

Institution
Course









Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
March 29, 2021
Number of pages
11
Written in
2019/2020
Type
Summary

Subjects

Content preview

Ecology (pen-10503)
Lecture 1: Ecologie en evolutie: ontstaan en verspreiding van
soorten
Wat is ecologie en het belang van ecologische kennis?
Ecologie: Op zoek naar begrip van de processen (= interacties) die deze patronen verklaren

Centrale variabele (distributie):

- Verspreiding
- Dichtheid
- kenmerken van organismen (traits) die distributie beinvloeden


Ecologie en Evolutie: soortvorming en verspreiding
De belangrijkste gebeurtenissen:

1. komst van anearobe bacterie ( vulkanische atomosfeer)
2. Fotosynthese  productie zuurstof
3. Vrije zuurstof  nieuwe hulpbron voor organismen  aerobe organismen
4. Ozon als schil tegen UV (  organismen kunnen op het land gaan leven)
5. Geslachtelijke voortplanting ( uitwisseling genetische informatie)
6. Landleven  uitdagingen bouwplan organismen (zwaartekracht, uitdroging)

Evolutie door natuurlijke selectie:

- Individuen binnen een populatie zijn niet identiek
- Een deel van de variatie tussen individuen heeft een genetische basis en is overerfbaar (heritable)
- Niet alle individuen komen tot reproductie en populaties bevatten dus een subset van de mogelijke
afstammelingen van de vorige generatie
- Individuen verschillen in het aantal afstammelingen en dragen dus verschillend bij aan de overerfbare
eigenschappen van een volgende generatie

Fitness: relatieve bijdrage van een individu aan volgende generatie

Genotype: Alle genetische eigenschappen van een individu die tezamen de kenmerken van het individu bepalen
(genotypes reageren verschillen op omgevingsveranderingen  verandering in fenotype)

Fenotype: De daadwerkelijk tot uiting gekomen kenmerken van het individu

Fenotypische plasticiteit: de mate waarin variatie in fenotypen van een individu tot uiting komen afhankelijk
van de omgeving

Evolutie binnen een soort:
- Lokale aanpassingen (selectiedruk) (denk aan de kleuren van guppy’s/gifkikkers)
- Geringe uitwisseling en sterke selectie leidt tot ecotypen
- Isolatie kan op den duur tot soortvorming leiden

Co-evolutie: wederzijdse selectie op organismen in een interactie (bv plant heeft verdedigingsmechanisme,
insect wordt resistent)

Ondersoorten: populaties van een soort die verschillen in kenmerken, maar bij hybridisatie nakomelingen
krijgen die tot voortplanting komen

Ecotypen: (vergelijkbaar met ondersoort) populaties van een soort met een verschillend fenotype aangepast
aan locale omstandigheden

, Soortenring: Complex van ondersoorten die genetische uitwisseling hebben, maar waarbij de uiteinden van de
ring uit verschillende soorten kan bestaan

Soortvorming

Allopatrische soortvorming: Soorten ontstaan in isolatie, gene polen raken van elkaar gescheiden (bijvoorbeeld
op een eiland) (denk aan darwin vinken, aanpassing voedselbron)

Sympatrische soortvorming: Soorten ontstaan wanneer ze naast elkaar leven (denk aan vissen die leven in
verschillende waterlagen met een andere voedselbron)

(vaak eerst allopatrische soortvorming en vervolgens sympatrische soortvorming)

Platentektoniek en verspreiding van soorten
processen van platentektoniek moeten meegenomen worden in de verspreiding van soorten

Planten meer overeenkomsten want eerder op land gekomen toen de platen nog dichter bij elkaar lagen

Endemische soorten: Soorten die enkel zeer lokaal voorkomen (denk aan Madagaskar)



- Parallelle evolutie

Uitgangspunt: gezamenlijke voorouder, maar geografisch gescheiden

Organen: analoog (=dezelfde vorm en functie) en homoloog (=vanuit eenzelfde voorouderlijk orgaan
ontwikkeld)

Voorbeeld: placentale zoogdieren en buideldieren (tot -100 miljoen jaar)

- Divergente evolutie

Uitgangspunt: gezamenlijke voorouder

Organen: homologe organen (=vanuit eenzelfde voorouderlijk orgaan ontwikkeld)

Voorbeeld: ontwikkeling van voorpoot in zoogdieren

- Convergente evolutie

Uitgangspunt: heel verschillende voorouders

Organen: analoog (=dezelfde vorm en functie)

Voorbeeld: vleugels bij dieren


Moleculaire en evolutionaire Ecologie
DNA: code van het leven

- bron van variatie
- ‘transportmiddel’ van overerving

Oorzaak van variatie: mutaties

Oorzaak van variatie: mutaties
$7.36
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
eslin-pleunis

Get to know the seller

Seller avatar
eslin-pleunis Wageningen University
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
2
Member since
5 year
Number of followers
2
Documents
5
Last sold
4 year ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions