Hoorcollege 1: Inleiding
Psychodiagnostiek is een actueel thema, maar de kwaliteit van goede psychodiagnostiek staat onder
druk. Denk hierbij aan zelfdiagnoses op sociale media, het krijgen van verkeerde labels, en
misleidende krantenkoppen, maar ook tijdsdruk en lange ggz-wachtlijsten.
Een mogelijke valkuil: de neiging van een diagnosticus om de opdrachtgever of verwijzer ter wille te
zijn. Dit kan gelinkt worden aan de affiliatie-bias: wanneer deskundigen de opdrachtgever te vriend
willen houden (Merckelbach & Dandachi-Fitzgerald, 2020).
Dingen die je tekenkomst als diagnosticus:
o Doorverwijzing vanuit een huisarts of verzoek tot onderzoek.
o Intelligentietests (e.g. de WAIS-IV) en verschillende indexscores die interpretatie vereisen.
o Korte screenings voor dementie (e.g. de MOCA).
o Holistische theorie invulformulieren, kan onderdeel zijn van de beschrijvende diagnose.
o Klinisch interview op PTSS vast te stellen (e.g. de CAPS-5).
De stappen van de Diagnostische Cyclus / Hypothese Toetsend Model:
,Diagnostisch verslag (max. 10 pagina’s excl. bijlagen):
1. Cliëntgegevens
2. Reden van aanmelding
3. Intake: Klachten anamnese
4. Onderzoeksopzet (vragen, hypothesen, meetinstrumenten en toetsingscriteria)
5. Observaties
6. Resultaten
7. Samenvatting en integratief beeld
8. Conclusie en advies
9. Evaluatie
10. Ethiek
11. (Bijlagen)
Meer informatie te vinden in de handleiding.
Samenvatting leerproces (max. 4 pagina’s excl. bijlagen)
1. Inleiding: casus beschrijving & reflectie op leerdoelen
2. Keuzes en afwegingen in het diagnostisch proces: theorieën, modellen & psychometrische gegevens
3. Reflectie op jouw leerproces en de rol van feedback
4. Vooruitblik: Leerdoelen & werkveld
5. Bijlagen: AI gebruik & referenties
Meer informatie te vinden in de handleiding.
Wanneer zijn de 3 contactmomenten met de oefencliënt?
Na bijeenkomst 1: Intake gesprek
Na bijeenkomst 3: Test afname
Na bijeenkomst 5: Terugkoppeling
Voorbeeldcasus:
Vrouw, 45 jaar, met een verleden van seksueel misbruik, presenteert met trauma klachten. CAPS is
afgenomen, PTSS diagnose gesteld. Mevrouw noemt dat 20 jaar geleden een IQ van 60 is vastgesteld,
dus aanleiding om de WAIS af te nemen. Hieruit blijkt inderdaad dat mevrouw ondergemiddeld scoort,
en is zij doorverwezen naar specialisten in trauma behandeling voor LVB-cliënten.
Hoorcollege 2: NPO multidimensioneel
Diagnostiek: ‘kennis door kijken’
1. Proces behandeling
- verwijsvraag
2. Methode
- multiconceptueel (vanuit meerdere concepten kunnen kijken)
- multimethodisch (vaak gedaan in de praktijk: goed gesprek, dossier goed beoordelen, soms
een test afnemen zoals bv. een vragenlijst)
- multisource (niet alleen patiënt bevragen maar ook bij de directe omgeving informatie
proberen te krijgen, bij minderjarigen sowieso maar ook bij volwassenen gebruikelijk)
3. Kennisbronnen
- evidence-based psychodiagnostiek
- persoonlijkheid/psychopathologie
- hersen-gedragrelaties
4. Vaardigheden
- (hetero-)anamnese
- gedragsobservatie
- testafname
- interpretatie en rapporteren
Kortgezegd: hoe, wat, en dan?
,Bio-psycho-sociaal: leren hiervanuit te kijken in de praktijk is van belang.
Erfelijkheid & hersenontwikkeling < > persoonlijkheid, cognitie & affect < > context
Integratieve psychodiagnostiek is belangrijk! Niet denken vanuit domeinen, maar juist
integratief en naar het complete beeld kijken, een beetje de grenzen van de domeinen
overschrijden en verder kijken. Oftewel: de diagnostiek transdiagnostisch maken, is de
intentie.
Nog een lastig aspect: dat transdiagnostisch maken moet vanuit het levensloop perspectief. Je
interesse kan uiteraard ergens liggen, maar de levensloop is voor iedere leeftijdsgroep van
belang!
Bijv.: de DSM zegt dat voor het 12e levensjaar ADHD symptomen al aanwezig moeten zijn.
Als je iemand van 50 jaar voor je hebt waarvan ADHD een optie is, moet je dus aan de hand
van o.a. de anamnese terugdenken aan die leeftijd en uitvragen of er toen al symptomen
waren. Als je dit niet zou doen, maar je op diagnostisch vlak een fout.
Uiteraard kan de nadruk op de biologie meer liggen in gebieden zoals het ziekenhuis,
revalidatiecentra, specialistische centra en de ouderenzorg. De nadruk op psycho-sociaal kan
ook meer liggen in gebieden zoals de GGZ, de psychiatrische afdeling van een ziekenhuis,
pedagogische centre en vrijgevestigde psychologenpraktijken.
Een GZ-psycholoog moet eigenlijk alles kunnen, dus heel generalistisch.
Consequenties voor de psychodiagnostiek:
Klinisch psychologisch onderzoek indien hypothesen gebaseerd zijn op theorieen over
persoonlijkheid en psychopathologie.
Neuropsychologisch diagnostiek indien hypothesen gebaseerd zijn op hersen-gedragrelaties.
De integratie van beiden kunnen we als doel aanschouwen, daarvoor moet je ervaring
opdoen.
Multimethodisch
In de klinische psychologie:
- persoonlijkheid, psychopathologie
- gesprek, observatie
- functietests
- vragenlijsten
- zelfrapportage
- bv. ‘ik ben een open persoon’ ‘anderen vinden mij actief’
In de klinische neuropsychologie:
- cognitief functioneren
- gesprek, observatie
- functietests
- vragenlijsten
- zelfrapportage
- bv. ‘uit welke bestanddelen bestaat water’ ‘onthoud de volgende woorden’
De methode is vergelijkbaar, maar de manier van antwoorden, de wijze van data verzamelen
is heel anders. Bij de neurokant is er weinig subjectief oordeel over. Geldt uiteraard niet voor
alle aspecten van neuropsychologisch onderzoek.
Niveaus zijn descriptief, geen relatie met andere niveaus (bio-psychosociaal). Dit is geen
verklarende diagnostiek.
Het cognitieve niveau kan een beter aanknopingspunt zijn voor de diagnostiek. Ten opzichte
van de klinische psychologie is dat een handvat waarop neuropsychologen iets meer kunnen
redeneren.
Het probleem met de DSM in de klinische psychologie, kan zijn dat er vaak een
cirkelredenatie kan ontstaan.
Objectief meten in de psychologie blijft een moeilijk punt, het is niet zoals een wattenstaafje
in je neus en achterhalen of je wel of geen COVID hebt.
, Hoorcollege 3: Intake en onderzoeksgesprek
Start diagnostisch proces
o Client vraagt zelf om hulp of wordt verwezen.
Bij verwijzing kan het weleens vaag zijn waarom er precies is verwezen, dus contact
opnemen met de verwijzer om erachter te komen.
o Informatie vooraf.
o De vraag van de aanvrager is niet altijd een diagnostische hulpvraag.
Altijd heel goed afstemmen met de client waar de behoefte ligt: collaboratieve diagnostiek.
Samen kijken wat de hulpvraag wordt, zodat die hulpvraag ook echt gaat bijdragen aan een
goed onderzoek. Zodat we kunnen kijken waar de hulpvraag ligt, en daar op inzoomen.
o Er moet met de cliënt/aanvrager worden nagegaan aan welk soort informatie behoefte is.
Van hulpvraag naar diagnostische vraag
Hypotheses genereren
o Taak van psycholoog om hypothesen te genereren en te toetsen.
o Overwegingen expliciet en transparant bespreken.
Heel normaal dat hypotheses die je tijdens de intake te binnen schieten, je ze niet allemaal
kunt verwoorden. Vaak wel relevant om te verwoorden als je bijvoorbeeld wilt doorvragen of
informatie echt nodig hebt.
o Gebruik van wetenschappelijke kennis.
Reden van aanmelding
o Klachten in eigen woorden
o Verwijzer
o Beeld en eerste indruk van de cliënt
o Huidige klachten en/of problemen aangegeven door cliënt, omgeving, of anderen
o Let goed op de eerste formulering van de klachten
o Duur van klachten en / of problemen
o Gevaar voor zichzelf en/of anderen / suïcidaliteit
o Ook comorbide klachten
o Let op het begin van de klachten (snel/sluipend)
Klachtenbeloop
o Resultaten van eigen inspanningen
o Eerdere hulpverlening
o Eigen ziektetheorie
o Hulpvraag
Somatiek
o Algemeen
o Klachten / hulpmiddelen
o Observatie
o Medicatie
o Intoxicaties