HBO Programma Bouwmanagement en -beheer
Datum: 15 januari 2026
Tijd: 13:00 uur - 14:30 uur
Dit examen bestaat uit 9 pagina’s.
De opbouw van het examen is als volgt:
- 40 meerkeuzevragen (maximaal 40 punten)
Heeft u minimaal 28 vragen correct beantwoord, dan heeft u een voldoende
behaald. De antwoorden dienen ingevuld te worden op bijgevoegd examenpapier.
Schrijf duidelijk leesbaar.
Toegestane hulpmiddelen
- Geen
Wij wensen u veel succes!
De uitslag van uw examen wordt uitsluitend bekendgemaakt via e-Connect.
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in
een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt in enige vorm of op welke wijze dan
ook zonder voorafgaande toestemming van NCOI Opleidingsgroep.
,ncoi tentamen bedrijfseconomische aspecten oefenvragen oefentoets 2026 ncoi tentamen HBO Programma Bouwmanagement en -beheer
Meerkeuzevragen (40 punten)
De antwoorden dienen ingevuld te worden op bijgevoegd examenpapier.
Vermeld het meest juiste antwoord.
Voor een correct antwoord: 1 punt.
Alle antwoorden aan het einde
Literatuur:
Bouwkunde – T. van der Ham, R.J.M. van der Eijk
Bouwpraktijk – M. Kriebernegg, P. Novotny
Projectmanagement in de bouw – J. Turner / Perry
Constructieleer 1 & 2 – J.G. van de Kamp
, ncoi tentamen bedrijfseconomische aspecten oefenvragen oefentoets 2026 ncoi tentamen HBO Programma Bouwmanagement en -beheer
Hoofdstuk 1 – Bouwproces en bouworganisatie
Vraag 1
Welke factor is in de initiatieffase van een bouwproject het meest bepalend voor de uiteindelijke
haalbaarheid?
A. De keuze van het constructiesysteem
B. Het voorlopig ontwerp
C. Het programma van eisen
D. De uitvoeringsplanning
Vraag 2
Wat is het belangrijkste verschil tussen een traditionele bouworganisatie en een geïntegreerde
contractvorm?
A. De mate van risicoverdeling tussen opdrachtgever en aannemer
B. Het gebruik van BIM
C. De omvang van het bouwbudget
D. De rol van toezichthouders
Vraag 3
Welke partij draagt bij een UAV-GC contract primair het ontwerpverantwoordelijkheid?
A. De opdrachtgever
B. De architect
C. De aannemer
D. De toezichthouder
Vraag 4
Welke volgorde van fasen in het bouwproces is correct?
A. Ontwerp – Initiatief – Uitvoering – Nazorg
B. Initiatief – Ontwerp – Uitvoering – Beheer
C. Ontwerp – Uitvoering – Initiatief – Beheer
D. Initiatief – Uitvoering – Ontwerp – Nazorg
Vraag 5
Wat is het hoofddoel van value engineering in bouwprojecten?
A. Kosten verhogen voor kwaliteitsverbetering
B. Functionele waarde maximaliseren tegen minimale kosten
C. Risico’s verschuiven naar onderaannemers
D. Ontwerpvrijheid beperken
Vraag 6
Welke rol is primair verantwoordelijk voor het bewaken van de samenhang tussen tijd, geld en kwaliteit?
A. Werkvoorbereider
B. Projectmanager
C. Uitvoerder
D. Toezichthouder