CSI
Leerdoelen
Soort doel Onderdeel Leerdoel
Hoofddoel- Epidemiologie Je bent in staat om ziektefrequentie en associatie metingen te
stelling gebruiken en te inter-preteren.
Hoofddoel- Epidemiologie Je bent in staat het design van cohort en case control studies te
stelling beschrijven en je kent de voor- en nadelen ervan.
Hoofddoel- Statistiek Je bent bekend met standard errors en past statistische software (SPSS)
stelling toe voor beschrijvende statistiek.
Hoofddoel- Literatuur Je kunt een gestructureerde zoekopdracht uitvoeren om
stelling wetenschappelijke literatuur te vinden.
Hoofddoel- Rapportage Je maakt onderscheid tussen je eigen werk en elders gevonden
stelling informatie door correcte bronvermelding en je kunt referentiesoftware
gebruiken.
Hoofddoel- Rapportage Je kunt data interpreteren en informatief presenteren voor een
stelling specifiek publiek of doel.
Samenvatting
Disease in numbers
Betekenis van epidemiologie
Epidemiologie is onderdeel van de geneeskunde en is een wetenschap waarbij hoeveelheden centraal
staan, waarmee onder andere de ernst, aard en oorzaken van een ziekte vastgesteld kunnen worden.
Onderzochte factoren in de epidemiologie:
• Prevalentie: het aantal mensen met de ziekte.
• Incidentie: het aantal nieuwe gevallen van de ziekte over een bepaalde periode.
• Mortaliteit: het aantal sterfgevallen ten gevolge van de ziekte.
• Survival: de overlevingskans tot een bepaald moment na diagnose/herstel van een bepaalde ziekte.
• Herstel: het aantal mensen dat geneest van de ziekte.
• Recidief: het aantal mensen dat na genezing opnieuw wordt gediagnosticeerd met dezelfde ziekte.
• Factoren die van invloed zijn op de kans om een ziekte te krijgen.
o Risicofactoren: factoren die de kans op het krijgen van de ziekte verhogen.
o Beschermende factoren: factoren die de kans op het krijgen van de ziekte verlagen.
• Succespercentages van therapieën.
• Kwaliteit van leven.
• Kosten.
• Benodigde faciliteiten in de gezondheidszorg.
De epidemiologie komt aan haar gegevens door wetenschappelijk onderzoek en (ziekte)registraties.
Factoren waarvoor de epidemiologie van belang is:
• Surveillance: de omvang van het probleem.
• De planning van zorgvoorzieningen.
• Kwaliteitsindicatoren van de zorg.
Belangrijke voorwaarden voor epidemiologisch onderzoek:
• De criteria die bepalen of er sprake is van een ziekte of niet moeten bekend zijn. Deze zijn gebaseerd
op symptomen, tekens, medische geschiedenis en/of testresultaten.
• De populatie at risk moet vastgesteld worden. De populatie at risk wordt gevormd door alle mensen
die de ziekte kunnen krijgen (en bij prevalentieonderzoek ook door de mensen die de ziekte al
hebben). Belangrijke factoren hierbij zijn geslacht en leeftijd.
, Prevalentie
De prevalentie geeft aan hoeveel mensen een bepaalde ziekte hebben.
Veranderingen in de prevalentie kunnen worden veroorzaakt door:
• Veranderingen in de grootte van de populatie: hoe groter de populatie, hoe groter de prevalentie.
• Veranderingen in de gemiddelde leeftijd van de populatie: hoe ouder de populatie, hoe groter de
prevalentie.
• Bevolkingsonderzoeken: door bevolkingsonderzoeken worden meer mensen (vroeger) gediagnosti-
ceerd, waardoor de prevalentie groter wordt.
• Veranderingen in de aanwezigheid van risicofactoren en/of beschermende factoren.
Factoren die de prevalentie beïnvloeden:
• Incidentie: het aantal nieuwe gevallen dat gediagnosticeerd is met de ziekte in een bepaalde
periode. Hoe hoger de incidentie, hoe hoger de prevalentie.
• Duur van de ziekte: hoe langer de ziekte duurt, hoe groter de prevalentie.
o Mortaliteit: hoe hoger het aantal sterfgevallen, hoe korter de ziekte duurt, hoe lager de prevalentie.
o Genezing: hoe hoger het aantal genezen patiënten, hoe korter de ziekte duurt, hoe lager de
prevalentie.
Zoals hierboven duidelijk wordt, kan de prevalentie van een ziekte een verkeerd beeld geven van de
ernst ervan. Zeer hoge prevalenties komen bijvoorbeeld voor bij griepgolven, maar deze zijn relatief
onschuldig. Zeer lage prevalenties komen voor bij zeer letale ziektes, maar deze ziektes zijn juist wel ernstig.
Voor de prevalentie geldt:
• Een zeer hoge prevalentie wijst op een chronische(re) aandoening.
• Een zeer lage prevalentie wijst op een acute aandoening (die snel genezen kan worden of vaak tot
sterfte leidt).
Puntprevalentie
De puntprevalentie is het aantal mensen dat de ziekte heeft op een bepaald moment. De
puntprevalentie wordt vaak als percentage of als getal tussen 0 en 1 gegeven. Voor de puntprevalentie
het aantal bestaande gevallen binnen de populatie at risk
geldt dan: puntprevalentie = (× 100%).
totale grootte van de populatie at risk
Periodeprevalentie
De periodeprevalentie geeft het aantal mensen dat de ziekte heeft (gehad) in een bepaalde periode,
de risicoperiode. Tijdens deze periode wordt het aantal mensen dat de ziekte heeft of heeft gehad
vastgesteld; mensen die aan het eind van de meetperiode genezen zijn, zijn dus nog steeds onderdeel
van de periodeprevalentie. Bij het bepalen van de periodeprevalentie is het belangrijk de risicoperiode
te definiëren.
Tijdens het meten van de periodeprevalentie kan de grootte van de populatie at risk veranderen,
vanwege migratie, sterfte of stopzetting van de samenwerking. Als de populatie van grootte is veranderd,
wordt de gemiddelde populatiegrootte berekend. Hiervoor geldt: gemiddelde populatiegrootte =
populatiegrootte aan het begin + populatiegrootte aan het eind
. Voor de periodeprevalentie geldt dan:
2
het aantal mensen binnen de populatie at risk dat de ziekte heeft (gehad) tijdens de meetperiode
periodeprevalentie = (× 100%).
gemiddelde populatiegrootte
Incidentie
De incidentie geeft aan hoeveel nieuwe ziektegevallen er zijn ontstaan tijdens een bepaalde periode. Bij
incidentieonderzoek wordt de populatie at risk gevormd door alle mensen die het risico lopen de ziekte
te krijgen; mensen die de ziekte al hebben, worden hier dus niet meegeteld.
Cumulatieve incidentie
De cumulatieve incidentie, ook wel de incidentieproportie genoemd, geeft aan hoeveel mensen van de
onderzochte populatie de ziekte hebben gekregen tijdens de meetperiode. De cumulatieve incidentie
Leerdoelen
Soort doel Onderdeel Leerdoel
Hoofddoel- Epidemiologie Je bent in staat om ziektefrequentie en associatie metingen te
stelling gebruiken en te inter-preteren.
Hoofddoel- Epidemiologie Je bent in staat het design van cohort en case control studies te
stelling beschrijven en je kent de voor- en nadelen ervan.
Hoofddoel- Statistiek Je bent bekend met standard errors en past statistische software (SPSS)
stelling toe voor beschrijvende statistiek.
Hoofddoel- Literatuur Je kunt een gestructureerde zoekopdracht uitvoeren om
stelling wetenschappelijke literatuur te vinden.
Hoofddoel- Rapportage Je maakt onderscheid tussen je eigen werk en elders gevonden
stelling informatie door correcte bronvermelding en je kunt referentiesoftware
gebruiken.
Hoofddoel- Rapportage Je kunt data interpreteren en informatief presenteren voor een
stelling specifiek publiek of doel.
Samenvatting
Disease in numbers
Betekenis van epidemiologie
Epidemiologie is onderdeel van de geneeskunde en is een wetenschap waarbij hoeveelheden centraal
staan, waarmee onder andere de ernst, aard en oorzaken van een ziekte vastgesteld kunnen worden.
Onderzochte factoren in de epidemiologie:
• Prevalentie: het aantal mensen met de ziekte.
• Incidentie: het aantal nieuwe gevallen van de ziekte over een bepaalde periode.
• Mortaliteit: het aantal sterfgevallen ten gevolge van de ziekte.
• Survival: de overlevingskans tot een bepaald moment na diagnose/herstel van een bepaalde ziekte.
• Herstel: het aantal mensen dat geneest van de ziekte.
• Recidief: het aantal mensen dat na genezing opnieuw wordt gediagnosticeerd met dezelfde ziekte.
• Factoren die van invloed zijn op de kans om een ziekte te krijgen.
o Risicofactoren: factoren die de kans op het krijgen van de ziekte verhogen.
o Beschermende factoren: factoren die de kans op het krijgen van de ziekte verlagen.
• Succespercentages van therapieën.
• Kwaliteit van leven.
• Kosten.
• Benodigde faciliteiten in de gezondheidszorg.
De epidemiologie komt aan haar gegevens door wetenschappelijk onderzoek en (ziekte)registraties.
Factoren waarvoor de epidemiologie van belang is:
• Surveillance: de omvang van het probleem.
• De planning van zorgvoorzieningen.
• Kwaliteitsindicatoren van de zorg.
Belangrijke voorwaarden voor epidemiologisch onderzoek:
• De criteria die bepalen of er sprake is van een ziekte of niet moeten bekend zijn. Deze zijn gebaseerd
op symptomen, tekens, medische geschiedenis en/of testresultaten.
• De populatie at risk moet vastgesteld worden. De populatie at risk wordt gevormd door alle mensen
die de ziekte kunnen krijgen (en bij prevalentieonderzoek ook door de mensen die de ziekte al
hebben). Belangrijke factoren hierbij zijn geslacht en leeftijd.
, Prevalentie
De prevalentie geeft aan hoeveel mensen een bepaalde ziekte hebben.
Veranderingen in de prevalentie kunnen worden veroorzaakt door:
• Veranderingen in de grootte van de populatie: hoe groter de populatie, hoe groter de prevalentie.
• Veranderingen in de gemiddelde leeftijd van de populatie: hoe ouder de populatie, hoe groter de
prevalentie.
• Bevolkingsonderzoeken: door bevolkingsonderzoeken worden meer mensen (vroeger) gediagnosti-
ceerd, waardoor de prevalentie groter wordt.
• Veranderingen in de aanwezigheid van risicofactoren en/of beschermende factoren.
Factoren die de prevalentie beïnvloeden:
• Incidentie: het aantal nieuwe gevallen dat gediagnosticeerd is met de ziekte in een bepaalde
periode. Hoe hoger de incidentie, hoe hoger de prevalentie.
• Duur van de ziekte: hoe langer de ziekte duurt, hoe groter de prevalentie.
o Mortaliteit: hoe hoger het aantal sterfgevallen, hoe korter de ziekte duurt, hoe lager de prevalentie.
o Genezing: hoe hoger het aantal genezen patiënten, hoe korter de ziekte duurt, hoe lager de
prevalentie.
Zoals hierboven duidelijk wordt, kan de prevalentie van een ziekte een verkeerd beeld geven van de
ernst ervan. Zeer hoge prevalenties komen bijvoorbeeld voor bij griepgolven, maar deze zijn relatief
onschuldig. Zeer lage prevalenties komen voor bij zeer letale ziektes, maar deze ziektes zijn juist wel ernstig.
Voor de prevalentie geldt:
• Een zeer hoge prevalentie wijst op een chronische(re) aandoening.
• Een zeer lage prevalentie wijst op een acute aandoening (die snel genezen kan worden of vaak tot
sterfte leidt).
Puntprevalentie
De puntprevalentie is het aantal mensen dat de ziekte heeft op een bepaald moment. De
puntprevalentie wordt vaak als percentage of als getal tussen 0 en 1 gegeven. Voor de puntprevalentie
het aantal bestaande gevallen binnen de populatie at risk
geldt dan: puntprevalentie = (× 100%).
totale grootte van de populatie at risk
Periodeprevalentie
De periodeprevalentie geeft het aantal mensen dat de ziekte heeft (gehad) in een bepaalde periode,
de risicoperiode. Tijdens deze periode wordt het aantal mensen dat de ziekte heeft of heeft gehad
vastgesteld; mensen die aan het eind van de meetperiode genezen zijn, zijn dus nog steeds onderdeel
van de periodeprevalentie. Bij het bepalen van de periodeprevalentie is het belangrijk de risicoperiode
te definiëren.
Tijdens het meten van de periodeprevalentie kan de grootte van de populatie at risk veranderen,
vanwege migratie, sterfte of stopzetting van de samenwerking. Als de populatie van grootte is veranderd,
wordt de gemiddelde populatiegrootte berekend. Hiervoor geldt: gemiddelde populatiegrootte =
populatiegrootte aan het begin + populatiegrootte aan het eind
. Voor de periodeprevalentie geldt dan:
2
het aantal mensen binnen de populatie at risk dat de ziekte heeft (gehad) tijdens de meetperiode
periodeprevalentie = (× 100%).
gemiddelde populatiegrootte
Incidentie
De incidentie geeft aan hoeveel nieuwe ziektegevallen er zijn ontstaan tijdens een bepaalde periode. Bij
incidentieonderzoek wordt de populatie at risk gevormd door alle mensen die het risico lopen de ziekte
te krijgen; mensen die de ziekte al hebben, worden hier dus niet meegeteld.
Cumulatieve incidentie
De cumulatieve incidentie, ook wel de incidentieproportie genoemd, geeft aan hoeveel mensen van de
onderzochte populatie de ziekte hebben gekregen tijdens de meetperiode. De cumulatieve incidentie