Tabel met belangrijke namen Week 1:
naam perspectief wat gedaan?
Hoofdstuk 1 Ideeën uit de klassieke oudheid belangrijk voor de psychologie
Thema: Wat is de rol van de geest bij kennisverwerving?
Socrates - rationalisme (rede) Kennis zit al in mensen (door reïncarnatie) en door de juiste vragen te
- nativisme stellen kwam die kennis naar boven.
(aangeboren)
Plato idealisme (platonic Wat je ziet is niet echt, alleen het ideale beeld in je hoofd is echt.
(leerling van idealism): idealisme (platonic idealism):
Socrates) - verschijning - verschijningsvorm (appearance): wat je ziet
svorm - ideale vorm: zit in je geest
(appearance): The platonic legacy (= metafoor van de wagenmenner): Volgens Plato
wat je ziet was je psyche (geest) een wagen (rede) met 2 paarden (lusten en
- ideale vorm: plichten/moed) die allebei de andere kant op willen. Rede, lusten en plichten
zit in je geest zitten al vanaf de geboorte in je.
- rationalisme (rede) Oligarchy is de beste: uitgekozen leiders
- nativisme The academy: school door Plato opgezet om te leren over o.a. filosofie,
(aangeboren) wiskunde en astronomie.
geest is actief
Aristoteles empirisme: Kennis = Empirisme: Kennis = observatie + classificatie
(leerling van observatie + Classificatie: het netjes ordenen en sorteren van je observatie en er een
Plato) classificatie verdere betekenis aan maken.
Bij deze classificatie horen een aantal filters volgens aristoteles (the
aristotelian logic) —> de geest filtert observaties door categorieën van
ervaring:
Substantie (wat is het?), kwantiteit (hoeveel is het?),
kwaliteit (kleur, vorm etc.), plaats (waar is het?),
tijd (wanneer is het?), relatie (is iets groter of kleiner dan?), activiteit (wat
doet het?)
Verschillende zielen: levende wezens hebben ziel, doden niet
- vegetatieve zielen (voeden en voortplanten, alle organismen bv
planten)
, - sensitieve zielen (hebben sensaties en geheugen, kunnen bewegen
en verbeelden, bv dieren (dierenziel))
- rationele zielen (logisch redeneren, de mens)
De vegetatieve en sensitieve ziel (passieve geest) stierven samen met het
lichaam, terwijl de rationele ziel (actieve geest) onsterfelijk was en
afzonderlijk kon bestaan.
taxonomie: het classificeren van organismen in hiërarchische groepen en
subgroepen (Aristoteles samen met leerling Theophrastus)
Lyceum: Aristoteles eigen school, breder dan de academy.
Alle veroorzaakte gebeurtenissen hebben vier essentiële componenten.
Deze componenten waren:
Materiële oorzaak: Materiaal waaruit iets is gemaakt.
Formele oorzaak: Idee of plan achter het veroorzaakte ding.
Efficiënte oorzaak: Handelingen/acties die het veroorzaakte ding tot
stand brengen.
Uiteindelijke oorzaak: de reden waarom het ding is veroorzaakt.
sofisten Goed erkende docenten. Specialiseerden zich in het aanleren van de
vaardigheden retorica en spreken in het openbaar, waarmee studenten
hun politieke en sociale opvattingen in het openbaar konden uitdragen
Pythagoras inspireerde Socrates en Plato, dat er een relatie is tussen de
abstracte mathematische constructen en de concrete beleving van de
wereld
Heraclitus onderzoek gedaan naar de relatie tussen stabiliteit en verandering. Hij
dacht dat alles altijd verandert.
Hij vond ook dat tegenstellingen, zoals omhoog en omlaag, met elkaar
verbonden zijn.
Zeno dacht na over oneindigheid, bijvoorbeeld dat je een afstand in steeds
kleinere stukjes kunt blijven verdelen.
Protagoras vond dat het zinloos was om te speculeren over de uiteindelijke aard of
samenstelling van de aarde.
Hij gaf de voorkeur aan puur menselijke ervaring en gedrag: ‘de mens is
de maat van alle dingen’.
Dit opportunisme en relativisme trok uiteindelijk de oppositie van Socrates.
Hippocrates filosoof en arts die zich bezighield met het menselijk functioneren.
Hippocraten: volgelingen van Hippocrates, produceerden veel medische
geschriften, dat bekendstaat als het Hippocratisch Corpus. In deze
geschriften werden ziekten beschouwd als natuurlijke fenomenen, ipv
demonisch/paranormaal.
Humorale theorie om gezondheid te verklaren. ziekte is het resultaat van
een onevenwicht in vier belangrijke vloeistoffen (humoren): bloed, gele gal,
zwarte gal en slijm.
Dit kan gezien worden als het begin van de geneeskunde. Deze bevindingen
waren ook belangrijk voor de psychologie, omdat zij gebruikt werden om
temperamenten te verklaren.
Democritus de atoomtheorie: het idee dat er een grens is aan de deelbaarheid van alle
materiële objecten, en dat deze zijn opgebouwd uit kleine deeltjes, atomen.
, Deze theorie was zeer controversieel, omdat zij botste met de Griekse
aanname van causaliteit: elke veroorzaakte gebeurtenis moet een doel
hebben en heeft een reden.
In deze controverse kwam Aristoteles met een gezaghebbende verklaring
dat alle veroorzaakte gebeurtenissen vier essentiële componenten moeten
hebben.
Deze componenten waren:
Materiële oorzaak: Materiaal waaruit iets is gemaakt.
Formele oorzaak: Idee of plan achter het veroorzaakte ding.
Efficiënte oorzaak: Handelingen/acties die het veroorzaakte ding tot
stand brengen.
Uiteindelijke oorzaak: de reden waarom het ding is veroorzaakt.
Democritus geloofde dus wel in de material en efficient cause maar niet in
dat er een achterliggend plan was.
Epicurus was een voorstander van de atoomtheorie en ontwikkelde zijn eigen filosofie
eromheen. hij zag het als iets om het beste uit je leven te halen.
Lucretius Romeinse dichter, leerde de filosofie van Epicurus kennen en schreef een
uitgebreid gedicht: De Rerum Natura (Over de natuur der dingen), waarin hij
Epicurus en zijn filosofie prees.
Al-Kindi Indo-Arabic numerals (algebra): symbolen voor de getallen 0-9, rekenen
werd veel makkelijker.
Alhazen optica: visuele waarneming
zien is passief: er komt informatie van buiten naar ons toe.
camera obscura: voorbeeld voor hoe het oog werkt. Donkere doos met een
klein gaatje erin. Alhazen ontdekte dat het beeld van de buitenwereld
ondersteboven in het doosje werd weergegeven. Hij ontdekte dat hetzelfde
effect speelde op het netvlies in het oog.
Avicenna geest is actief Avicenna breidde de ideeën van Aristoteles op de functie van de ziel uit.
Aristoteles beschreef alleen maar de dingen die je buiten ziet. Maar
hetzelfde geldt voor naar binnen kijken: introspectie.
- externe / uiterlijke zintuigen: ontvangen indrukken van buitenaf,
zien, horen, voelen, proeven en ruiken
- interne / innerlijke zintuigen: geest doet actief iets met informatie.
‘’combinatie’’
‘’verbeelding" maakt mentale kopieën van objecten.
"geheugen" zorgt ervoor dat we objecten kunnen herinneren als ze
niet meer aanwezig zijn.
‘’inschatting’’: estimation = inschatting kansen en gevaren
‘’neiging’’: appetition = handelingsimpulsen
“the floating man” gedachte-experiment: als je zou zweven, zonder enige
sensorische input, wat blijft er dan over? Volgens Avicenna je bewustzijn.
zelfbewustzijn is een aangeboren eigenschap van de menselijke, rationele
ziel. (actieve geest)
Hoofdstuk 2 De ideeën van drie filosofen over lichaam, geest en kennis
Thema 1: Wat is de relatie tussen lichaam en geest?
Thema 2: hoe komen we tot kennis over de wereld?
, Descartes dualisme: Hij vond dat je aan alles moest twijfelen, alleen vertrouwen op jezelf.
onderscheid tussen zintuigen kun je niet vertrouwen. rationele ziel met aangeboren ideeën
lichaam (machine) en bestaat, daar twijfelt hij niet aan.
geest (rationele ziel) De eenvoudige natuur (simple natures) van Descartes
interactief Descartes had twee belangrijke inzichten.
dualisme: 1. Cartesian Frame: Het assenstelsel. Aan de hand daarvan kun je een
wisselwerking tussen beweging/verandering van de positie van iets/iemand beschrijven; dat wordt
lichaam en geest in een serie nummers. De geest kan dus iets denkbeeldigs op de wereld
de pijnappelklier. leggen om het echt te begrijpen en te beschrijven.
rationalisme: kennis 2. Een nieuwe methode om ware kennis te verkrijgen
vergaren uit rede (ik Methode om kennis te verkrijgen:
denk, dus ik ben: 1. Methodologisch twijfel: twijfel aan alles
Cogito ergo sum) 2. deductie boven inductie: kennis, waarbij denken (deductie)
belangrijker was dan sensorische ervaring (waarnemen) (inductie).
zintuigen kunnen je bedriegen
3. op zoek naar simpele natures: dit zijn de fundamentele
eigenschappen van fysieke fenomenen waaraan je niet kunt
twijfelen.
Hiervan waren er twee, extensie (extension): (het innemen
van ruimte) en beweging (motion). natuurkundige
verschijnselen alleen met deze twee eigenschappen
verklaren.
Axioma's (basisregels) zijn absoluut waar, en je kan daaruit deduceren.
Decartes fysieka: het universum is gevuld met deeltjes (vuur, lucht en
aarde), deze deeltjes hebben extensie en beweging. Er is nooit een lege
ruimte. (hij was het dus eens met Democritus maar vond wel dat er geen
lege ruimtes waren). De deeltjes bevinden zich tussen het voorwerp dat men
ziet en de ogen. Er 'botst' een ruimte van bewegende deeltjes tegen het
oog.
mechanische fysiologie (geest is passief): het lichaam als een machine.
Waarin het lichaam ook uit deeltjes bestaat, en zenuwen holle buisjes zijn
waarin “animal spirits” stroomt (hersenvocht). Met deze theorie kon hij
reflexen verklaren.
Een reflex = stimulus + respons. bij reflexen is er een interactie tussen
extern (stimulus) en intern (gedrag). ook is bij reflex geen ziel nodig.
Er zijn twee soorten reflexen: automatische en aangeleerde reflexen. Door
leren veranderen de hersenstructuur en paden voor de stroming van
hersenvocht.
passies: hersenvloeistof kolkt als je boos bent en is traag bij verdriet.
rationele ziel: twijfelt aan alles. hier zitten je aangeboren ideeën. geest is
passief.
interactief dualisme (geest is actief): wisselwerking tussen lichaam en
geest in de pijnappelklier.
Elisabeth het interactieprobleem: vroeg zich af hoe het materiële lichaam en de
van immateriële geest met elkaar interacteren (interactief dualisme)
Bohemen -het antwoord van descartes: via de pijnappelklier (epifyse, pinal gland). Je
lichaam is dubbel, je geest is enkel. De pijnappelklier is het enige in je
lichaam dat enkel is en de verbinding zou kunnen vormen. Het ligt namelijk
mooi in de hersenvocht.
-dat de pijnappelklier in je hersenvocht ligt zorgt ervoor dat je bewust bent
van de emoties die je voelt (als bv het vocht heel erg kolkt), dit werd de
“passion” genoemd: het bewustzijn van wat je voelt. Hierdoor kan de
naam perspectief wat gedaan?
Hoofdstuk 1 Ideeën uit de klassieke oudheid belangrijk voor de psychologie
Thema: Wat is de rol van de geest bij kennisverwerving?
Socrates - rationalisme (rede) Kennis zit al in mensen (door reïncarnatie) en door de juiste vragen te
- nativisme stellen kwam die kennis naar boven.
(aangeboren)
Plato idealisme (platonic Wat je ziet is niet echt, alleen het ideale beeld in je hoofd is echt.
(leerling van idealism): idealisme (platonic idealism):
Socrates) - verschijning - verschijningsvorm (appearance): wat je ziet
svorm - ideale vorm: zit in je geest
(appearance): The platonic legacy (= metafoor van de wagenmenner): Volgens Plato
wat je ziet was je psyche (geest) een wagen (rede) met 2 paarden (lusten en
- ideale vorm: plichten/moed) die allebei de andere kant op willen. Rede, lusten en plichten
zit in je geest zitten al vanaf de geboorte in je.
- rationalisme (rede) Oligarchy is de beste: uitgekozen leiders
- nativisme The academy: school door Plato opgezet om te leren over o.a. filosofie,
(aangeboren) wiskunde en astronomie.
geest is actief
Aristoteles empirisme: Kennis = Empirisme: Kennis = observatie + classificatie
(leerling van observatie + Classificatie: het netjes ordenen en sorteren van je observatie en er een
Plato) classificatie verdere betekenis aan maken.
Bij deze classificatie horen een aantal filters volgens aristoteles (the
aristotelian logic) —> de geest filtert observaties door categorieën van
ervaring:
Substantie (wat is het?), kwantiteit (hoeveel is het?),
kwaliteit (kleur, vorm etc.), plaats (waar is het?),
tijd (wanneer is het?), relatie (is iets groter of kleiner dan?), activiteit (wat
doet het?)
Verschillende zielen: levende wezens hebben ziel, doden niet
- vegetatieve zielen (voeden en voortplanten, alle organismen bv
planten)
, - sensitieve zielen (hebben sensaties en geheugen, kunnen bewegen
en verbeelden, bv dieren (dierenziel))
- rationele zielen (logisch redeneren, de mens)
De vegetatieve en sensitieve ziel (passieve geest) stierven samen met het
lichaam, terwijl de rationele ziel (actieve geest) onsterfelijk was en
afzonderlijk kon bestaan.
taxonomie: het classificeren van organismen in hiërarchische groepen en
subgroepen (Aristoteles samen met leerling Theophrastus)
Lyceum: Aristoteles eigen school, breder dan de academy.
Alle veroorzaakte gebeurtenissen hebben vier essentiële componenten.
Deze componenten waren:
Materiële oorzaak: Materiaal waaruit iets is gemaakt.
Formele oorzaak: Idee of plan achter het veroorzaakte ding.
Efficiënte oorzaak: Handelingen/acties die het veroorzaakte ding tot
stand brengen.
Uiteindelijke oorzaak: de reden waarom het ding is veroorzaakt.
sofisten Goed erkende docenten. Specialiseerden zich in het aanleren van de
vaardigheden retorica en spreken in het openbaar, waarmee studenten
hun politieke en sociale opvattingen in het openbaar konden uitdragen
Pythagoras inspireerde Socrates en Plato, dat er een relatie is tussen de
abstracte mathematische constructen en de concrete beleving van de
wereld
Heraclitus onderzoek gedaan naar de relatie tussen stabiliteit en verandering. Hij
dacht dat alles altijd verandert.
Hij vond ook dat tegenstellingen, zoals omhoog en omlaag, met elkaar
verbonden zijn.
Zeno dacht na over oneindigheid, bijvoorbeeld dat je een afstand in steeds
kleinere stukjes kunt blijven verdelen.
Protagoras vond dat het zinloos was om te speculeren over de uiteindelijke aard of
samenstelling van de aarde.
Hij gaf de voorkeur aan puur menselijke ervaring en gedrag: ‘de mens is
de maat van alle dingen’.
Dit opportunisme en relativisme trok uiteindelijk de oppositie van Socrates.
Hippocrates filosoof en arts die zich bezighield met het menselijk functioneren.
Hippocraten: volgelingen van Hippocrates, produceerden veel medische
geschriften, dat bekendstaat als het Hippocratisch Corpus. In deze
geschriften werden ziekten beschouwd als natuurlijke fenomenen, ipv
demonisch/paranormaal.
Humorale theorie om gezondheid te verklaren. ziekte is het resultaat van
een onevenwicht in vier belangrijke vloeistoffen (humoren): bloed, gele gal,
zwarte gal en slijm.
Dit kan gezien worden als het begin van de geneeskunde. Deze bevindingen
waren ook belangrijk voor de psychologie, omdat zij gebruikt werden om
temperamenten te verklaren.
Democritus de atoomtheorie: het idee dat er een grens is aan de deelbaarheid van alle
materiële objecten, en dat deze zijn opgebouwd uit kleine deeltjes, atomen.
, Deze theorie was zeer controversieel, omdat zij botste met de Griekse
aanname van causaliteit: elke veroorzaakte gebeurtenis moet een doel
hebben en heeft een reden.
In deze controverse kwam Aristoteles met een gezaghebbende verklaring
dat alle veroorzaakte gebeurtenissen vier essentiële componenten moeten
hebben.
Deze componenten waren:
Materiële oorzaak: Materiaal waaruit iets is gemaakt.
Formele oorzaak: Idee of plan achter het veroorzaakte ding.
Efficiënte oorzaak: Handelingen/acties die het veroorzaakte ding tot
stand brengen.
Uiteindelijke oorzaak: de reden waarom het ding is veroorzaakt.
Democritus geloofde dus wel in de material en efficient cause maar niet in
dat er een achterliggend plan was.
Epicurus was een voorstander van de atoomtheorie en ontwikkelde zijn eigen filosofie
eromheen. hij zag het als iets om het beste uit je leven te halen.
Lucretius Romeinse dichter, leerde de filosofie van Epicurus kennen en schreef een
uitgebreid gedicht: De Rerum Natura (Over de natuur der dingen), waarin hij
Epicurus en zijn filosofie prees.
Al-Kindi Indo-Arabic numerals (algebra): symbolen voor de getallen 0-9, rekenen
werd veel makkelijker.
Alhazen optica: visuele waarneming
zien is passief: er komt informatie van buiten naar ons toe.
camera obscura: voorbeeld voor hoe het oog werkt. Donkere doos met een
klein gaatje erin. Alhazen ontdekte dat het beeld van de buitenwereld
ondersteboven in het doosje werd weergegeven. Hij ontdekte dat hetzelfde
effect speelde op het netvlies in het oog.
Avicenna geest is actief Avicenna breidde de ideeën van Aristoteles op de functie van de ziel uit.
Aristoteles beschreef alleen maar de dingen die je buiten ziet. Maar
hetzelfde geldt voor naar binnen kijken: introspectie.
- externe / uiterlijke zintuigen: ontvangen indrukken van buitenaf,
zien, horen, voelen, proeven en ruiken
- interne / innerlijke zintuigen: geest doet actief iets met informatie.
‘’combinatie’’
‘’verbeelding" maakt mentale kopieën van objecten.
"geheugen" zorgt ervoor dat we objecten kunnen herinneren als ze
niet meer aanwezig zijn.
‘’inschatting’’: estimation = inschatting kansen en gevaren
‘’neiging’’: appetition = handelingsimpulsen
“the floating man” gedachte-experiment: als je zou zweven, zonder enige
sensorische input, wat blijft er dan over? Volgens Avicenna je bewustzijn.
zelfbewustzijn is een aangeboren eigenschap van de menselijke, rationele
ziel. (actieve geest)
Hoofdstuk 2 De ideeën van drie filosofen over lichaam, geest en kennis
Thema 1: Wat is de relatie tussen lichaam en geest?
Thema 2: hoe komen we tot kennis over de wereld?
, Descartes dualisme: Hij vond dat je aan alles moest twijfelen, alleen vertrouwen op jezelf.
onderscheid tussen zintuigen kun je niet vertrouwen. rationele ziel met aangeboren ideeën
lichaam (machine) en bestaat, daar twijfelt hij niet aan.
geest (rationele ziel) De eenvoudige natuur (simple natures) van Descartes
interactief Descartes had twee belangrijke inzichten.
dualisme: 1. Cartesian Frame: Het assenstelsel. Aan de hand daarvan kun je een
wisselwerking tussen beweging/verandering van de positie van iets/iemand beschrijven; dat wordt
lichaam en geest in een serie nummers. De geest kan dus iets denkbeeldigs op de wereld
de pijnappelklier. leggen om het echt te begrijpen en te beschrijven.
rationalisme: kennis 2. Een nieuwe methode om ware kennis te verkrijgen
vergaren uit rede (ik Methode om kennis te verkrijgen:
denk, dus ik ben: 1. Methodologisch twijfel: twijfel aan alles
Cogito ergo sum) 2. deductie boven inductie: kennis, waarbij denken (deductie)
belangrijker was dan sensorische ervaring (waarnemen) (inductie).
zintuigen kunnen je bedriegen
3. op zoek naar simpele natures: dit zijn de fundamentele
eigenschappen van fysieke fenomenen waaraan je niet kunt
twijfelen.
Hiervan waren er twee, extensie (extension): (het innemen
van ruimte) en beweging (motion). natuurkundige
verschijnselen alleen met deze twee eigenschappen
verklaren.
Axioma's (basisregels) zijn absoluut waar, en je kan daaruit deduceren.
Decartes fysieka: het universum is gevuld met deeltjes (vuur, lucht en
aarde), deze deeltjes hebben extensie en beweging. Er is nooit een lege
ruimte. (hij was het dus eens met Democritus maar vond wel dat er geen
lege ruimtes waren). De deeltjes bevinden zich tussen het voorwerp dat men
ziet en de ogen. Er 'botst' een ruimte van bewegende deeltjes tegen het
oog.
mechanische fysiologie (geest is passief): het lichaam als een machine.
Waarin het lichaam ook uit deeltjes bestaat, en zenuwen holle buisjes zijn
waarin “animal spirits” stroomt (hersenvocht). Met deze theorie kon hij
reflexen verklaren.
Een reflex = stimulus + respons. bij reflexen is er een interactie tussen
extern (stimulus) en intern (gedrag). ook is bij reflex geen ziel nodig.
Er zijn twee soorten reflexen: automatische en aangeleerde reflexen. Door
leren veranderen de hersenstructuur en paden voor de stroming van
hersenvocht.
passies: hersenvloeistof kolkt als je boos bent en is traag bij verdriet.
rationele ziel: twijfelt aan alles. hier zitten je aangeboren ideeën. geest is
passief.
interactief dualisme (geest is actief): wisselwerking tussen lichaam en
geest in de pijnappelklier.
Elisabeth het interactieprobleem: vroeg zich af hoe het materiële lichaam en de
van immateriële geest met elkaar interacteren (interactief dualisme)
Bohemen -het antwoord van descartes: via de pijnappelklier (epifyse, pinal gland). Je
lichaam is dubbel, je geest is enkel. De pijnappelklier is het enige in je
lichaam dat enkel is en de verbinding zou kunnen vormen. Het ligt namelijk
mooi in de hersenvocht.
-dat de pijnappelklier in je hersenvocht ligt zorgt ervoor dat je bewust bent
van de emoties die je voelt (als bv het vocht heel erg kolkt), dit werd de
“passion” genoemd: het bewustzijn van wat je voelt. Hierdoor kan de