Week 1:
HC 1: Introductie, perceptie, actie en leren bij baby's
Belangrijkste leerdoelen dit vak:
- Begrippen leren en kunnen toepassen.
- Ontwikkelingen aangeven op verschillende gebieden.
- Invloeden op ontwikkeling.
Perceptie= het proces van het organiseren en interpreteren van sensorische informatie over de
objecten, gebeurtenissen en ruimtelijke indeling van de wereld om ons heen.
Perceptie is dus subjectief; het gaat ook om interpreteren, een oordeel vellen over wat je
waarneemt.
Bij baby’s speelt perceptie ook een belangrijke rol. Baby’s zijn gemaakt om zo veel mogelijk te
kunnen leren.
1. Visuele perceptie:
- Kijk preferentie:
Baby’s kijken bijvoorbeeld naar sommige dingen liever dan naar anderen (ze hebben
een voorkeur); ze kijken liever naar iets dan naar niets. Deze voorkeur wordt in
onderzoek ook wel preferentiële kijktechniek genoemd.
Preferentiële kijktechniek kan worden gebruikt om:
o Te achterhalen of jonge kinderen het verschil kunnen zien tussen een leeg
scherm en een scherm met iets erop.
o Visuele scherpte te testen:
Dit wordt gedaan door te testen of baby’s bepaalde contrasten kunnen zien.
Als de baby het contrast kan zien dan zal het liever daar naar kijken dan naar
iets waarin de baby het contrast niet kan zien.
VB: Vlakken met verschillende soorten contrast worden aan de baby laten
zien, sommige vlakken hebben dunne zwart-witte strepen (weinig contrast)
en andere hebben dikke strepen (veel contrast). De baby kijkt langer naar het
vlak met meer contrast.
• Baby’s kunnen al vanaf 1 maand naar hoge contrasten kijken, ze
kijken daarom ook vaak naar gezichten omdat dit het hoogste
contrast heeft in vergelijking met de achtergrond.
• Vanaf 1 maand hebben ze meer controle over de oogspieren en
kunnen ze doelgerichter kijken.
• Vanaf 8 maanden zien ze hetzelfde als volwassenen.
- Gezichten:
Baby’s kijken heel veel naar gezichten. Gezichten zijn voor baby’s een grote bron van
informatie, van gezichten lezen ze veel informatie af over hun omgeving. Vooral als
baby’s beginnen met kruipen en interacteren met de omgeving is deze informatie
nuttig om te beoordelen of iets gevaarlijk is of juist leuk (=social referencing).
o Rond 1 maand kijken ze vooral naar de omtrek van gezichten.
o Vanaf 2 maanden kijken ze al meer naar de ogen.
Wanneer baby’s beginnen met brabbelen kijken ze ook veel meer naar de mond van
de ouders. Dit laat ook zien dat baby’s dus veel leren door naar de gezichten van
anderen te kijken.
, - Verwachtingen over objecten; object permanentie:
Wanneer een object uit het zicht is, bestaat het niet meer voor jonge kinderen
(baby’s van 8 maanden).
Het is echter zo dat als een baby meer ervaring heeft met kruipen, de ontwikkeling
van object permanentie versnelt kan worden.
- Verwachtingen over de wereld om zich heen; violation of expectancy:
Violation of expectancy is een procedure die in onderzoek wordt gebruikt om
cognitie in baby’s te bestuderen. Baby’s krijgen dan een onverwachte gebeurtenis te
zien:
o Baby’s zullen langer kijken naar de locatie van een onverwachte
gebeurtenis.
o Baby’s zullen minder lang kijken naar de locatie van een wel verwachte
gebeurtenis.
2. Auditieve perceptie:
Het gehoor is al goed ontwikkeld bij de geboorte, vergeleken met het visuele systeem. Dit
kan te maken hebben met dat baby’s in de baarmoeder al wel kunnen geluid horen (aan
blootgesteld worden), maar nog niks kunnen zien omdat er geen licht is. Er is dus ook geen
reden om zicht dan al te ontwikkelen.
- Auditieve lokalisatie:
Dit is het oriënteren richting de bron van het geluid. Het wordt steeds beter
naarmate de baby ouder wordt.
- Taalontwikkeling:
Het gehoor draagt bij aan de ontwikkeling van verschillende hersengebieden maar
het speelt vooral een cruciale rol bij de ontwikkeling van taal.
- Intermodale perceptie (multi-modale perceptie)= het combineren van sensorische
informatie van twee of meer zintuigen. Auditieve perceptie is afhankelijk van zowel
je gehoor als je zicht.
VB: McGurk effect;
Zelfde geluid maar andere visuele input zorgt er voor dat je het geluid anders
hoort/interpreteert. BA vs. FA.
o Baby’s van 4.5 maand maken al gebruik van intermodale perceptie. Zij
kunnen dan ook voor de gek worden gehouden door het McGurk effect.
Maar niet alleen perceptie speelt een cruciale rol in de ontwikkeling. Ook de motorische
ontwikkeling van baby’s is van belang, met name voor het zelf gestuurd leren en een gevoel van
autonomie.
Embodied cognition= cognitie die het handelen met een fysiek lichaam in een fysieke omgeving
omvat.
Een baby heeft in de eerste 15 maanden enorm veel motorische mijlpalen:
- 0-1 maand:
Hoofd optillen
- 2-4 maanden:
Borst optillen en armen gebruiken voor steun
- 2-5 maanden:
Omrollen
- 3-6 maanden:
Gewicht ondersteunen met benen; door op armen en benen te leunen
- 4.5-8 maanden:
Rechtop zitten zonder steun
, - 5-10 maanden:
Rechtop staan met steun
- 6-10 maanden:
Zichzelf omhoog trekken om te staan
- 7-12.5 maanden:
Lopen met steun
- 9.5-14 maanden:
Staan zonder steun
- 11-14 maanden:
Lopen zonder steun
Deze mijlpalen vinden plaats in een logische chronologische volgorde.
Perceptie en motorische ontwikkeling stellen baby’s in staat om te leren. Ze leren vervolgens
middels 7 vormen van leren.
Vormen van leren bij baby’s:
1. Habituatie:
- Habituatie= de afname van reactie op een stimulus wanneer die stimulus zich
herhaaldelijk presenteert. Het is een soort gewenning.
- Het is de meest basale vorm van leren. Het laat zien dat baby’s bepaalde stimuli
kunnen onthouden.
- Het zorgt er voor dat baby’s kunnen onderscheiden wat nieuw is voor ze en wat niet,
zo kunnen ze zich meer richten op nieuwe stimuli om zo veel mogelijk en zo snel
mogelijk te leren.
- Sommige baby’s habitueren sneller dan anderen.
- Het wordt gemeten door de kijktijd te meten (kijk preferentie):
→ Habituatie geeft een kortere kijktijd.
- Snellere habituatie voorspelt een hoger IQ op volwassen leeftijd.
2. Klassieke conditionering:
- Klassieke conditionering= conditionering waarbij de geconditioneerde stimulus (CS)
voorafgaat aan de ongeconditioneerde stimulus (UCS), totdat de geconditioneerde
stimulus al voldoende is om de geconditioneerde respons (CR) op te wekken.
- Mechanisme:
o Vooraf aan conditioneren:
Voeding → speeksel UCS→UCR
o Tijdens conditioneren:
Voeding+bel → speeksel UCS+NS→UCR
(Het speeksel wordt hier nog veroorzaakt door de UCS)
o Na conditioneren:
Bel→ speeksel CS→CR
- Het gaat hier om een reflexmatige respons. Het is een automatische reactie op een
bepaalde stimulus die wordt gekoppeld aan een nieuwe stimulus. Er is dus een soort
transfer van de geautomatiseerde respons naar het voorspellende signaal (NS→CS).
VB: In bad gaan;
Voor: cortisol piek wanneer baby in bad wordt gedaan.
Na: cortisol piek bij het geluid van stromend water.
- Resultaat:
→ Voor het leren veroorzaakt een stimulus een automatische reactie
→ Na het leren is er een transfer van de geautomatiseerde reactie naar een
voorspellend signaal wat aan de originele stimulus voorafgaat.
, 3. Instrumentele conditionering:
- Instrumenteel conditioneren= leren over de gevolgen van je eigen gedrag.
- Als … dan regels.
- Helpt met creëren van eigen autonomie in je omgeving.
VB: Als ik meer lach dan willen mijn ouders meer met mij spelen, dat wil ik dus ik ga
meer lachen.
- Dit is ook een belangrijke manier van leren wanneer de baby meer motorische
vaardigheden ontwikkeld, via het aanraken van dingen en de interactie met de
omgeving.
- Resultaat:
→ Voor het leren heb je geen verwachtingen over wat er gaat gebeuren.
→ Na het leren is er een begrip van het gevolg van een specifieke gedraging
ontstaan.
4. Statistisch leren:
- Statistisch leren= het detecteren van statistisch voorspelbare patronen. Ze gaan dus
leren wat voor patronen ze kunnen herkennen in hun omgeving. Dit zijn patronen
waar ze herhaaldelijk aan worden blootgesteld.
- Deze vorm van leren is al aanwezig bij pasgeboren baby’s.
- Goldilocks effect= baby’s zullen geen aandacht besteden aan gebeurtenissen die te
simpel of te moeilijk zijn, omdat die leren niet faciliteren.
VB: Voorspelbaarheid klanken:
Meest voorspelbaar: AAAAA
Minder voorspelbaar: ABCABCABC→ Hier zullen baby’s zich dan op focussen.
Minst voorspelbaar: BBACAACAB
- Deze vorm van leren speelt een grote rol bij het leren van taal, in taal komt namelijk
heel veel regelmaat voor.
- Resultaat:
→ Voor het leren zijn er geen verwachtingen
→ Na het leren verwacht de baby dat de ene gebeurtenis vooraf gaat aan de
andere, er is echter geen transfer van een automatische reactie zoals bij klassieke
conditionering. Het leren of de stimuli triggert niet een automatische reactie.
5. Rationeel leren:
- Rationeel leren= de vaardigheid om eigen bestaande kennis te gebruiken om te
voorspellen wat waarschijnlijk zal gaan gebeuren. Hun eigen opgedane kennis
gebruiken ze om in te schatten wat waarschijnlijke en wat onwaarschijnlijke
gebeurtenissen zijn.
- Violation of expectancy speelt hier een rol.
VB: Balletjes uit een doos;
Je haalt voor een baby 5 balletjes uit een dichte doos. Alle balletjes zijn rood. Als je
vervolgens de doos open doet zitten er echter alleen maar witte balletjes in de doos.
De baby kijkt langer naar deze inhoud van de doos (onwaarschijnlijk event) dan
wanneer er allemaal rode balletjes in zitten (waarschijnlijk event). Baby’s hebben dus
een verwachting over de omgeving.
VB: Objecten vallen naar beneden, helium ballon “valt” omhoog.
- Resultaat:
→ Voor het leren heeft de baby bepaalde kennis.
→ Tijdens het leren valt het de baby op dat er iets onverwachts gebeurt.
→ Na het leren gaat de baby zijn eigen kennis updaten.