Hoofdstuk 4: micro-niveau
Hoofdstuk 5: meso-niveau
Hoofdstuk 6: macro-niveau
Samenvatting sociologie
1. Op ontdekkingstocht door een bekend gebied?
Wat is sociologie?
- Leer van mensen die onder elkaar verbonden zijn = studie vd
samenleving
1) E.J. Siéyes (rond 1780-1785)
-Qu’est-ce que le tiers état? Wat is de derde stand?
-Doel: inrichting van nieuwe samenleving ten tijde van Franse
Revolutie.
- Normatieve wetenschap: hoe zou de maatschappij eruit moeten
zien? (dit is niet zoals wij sociologie zien) Hoe ziet ‘het goede
leven’ eruit in zo’n nieuwe samenleving?
- vindt dat de derde stand meer inspraak moet hebben
2) Auguste Comte (1830) (grondlegger sociologie)
- Cours de philosophie positive: sociologie als hoogste en meest
complexe wetenschap
- Definieert sociologie als empirische wetenschap (sociologie is hoe
de maatschappij eruit ziet- niet zoals hij hoort te zijn)
- In navolging van natuurwetenschappen: beschrijvend, objectief
en empirisch.
- Op zoek naar wetmatigheden in de samenleving aan de hand van
empirisch onderzoek.
- August Comte geeft beschrijving van verschillende
wetenschappen en socio is meest complexe want die leert ons
over het samenleven / waarden / gedragingen gezien als
grondlegger want daar is wetenschappelijke socio als eerst aan
bod gekomen
1.1 een beeld van de titel
- wie neemt deel en wie niet? Gevangene doen bv niet mee
- welke regels gelden er? Gedragsregels, regels vh recht, sociale
regels, samenlevingsregels
- Waar gelden die regels? dingen die in private ruimte kunnen en
dingen die in publieke ruimte kunnen bv. In het openbaar mag je niet
naakt rondlopen
- Welke posities bekleden de spelers? Zijn de posities veranderlijk in
aantal, soort en tijd? student, docent, echtgenote, kind =
veranderlijk
Welke verwachtingen (= rollen) gaan samen met deze posities?
docent veel verwachtingen
1
,Hoofdstuk 4: micro-niveau
Hoofdstuk 5: meso-niveau
Hoofdstuk 6: macro-niveau
Welke waardering (= status) gaat samen met deze posities?
advocaat > poetshulp
Welke (in)formele hiërarchie bestaat er tussen deze posities?
formeel / informeel
- Hoe communiceren de spelers?
- Wat is het doel van het spel? Wat is de rol van de spelers?
- Wie bevindt zich in de ruimte rond het veld?
(lees boekje p12)
Je moet onthouden de sociale posities, de rollen , de status en de
hierarchie EN de regels van het spel van de samenleving zijn meer dan
enkel het recht
positionaliteit (= sociale pos en identiteit opgebouwd uit elementen) en
als wetenschapper moet je er van bewust zijn dat de factoren waaruit dit
is opgebouwd dat dat een rol gaat spelen als je onderzoek doet of naar de
werkelijkheid kijkt, dingen waarneemt. Factoren die deel uitmaken van uw
identiteit bepalen hoe je de wereld waarneemt en hoe de wereld jou ziet
Positionaliteit hangt samen met intersectionaliteit (kruispuntdenken)
= individuen worden niet alleen beïnvloed door één enkele
identiteitscategorie , maar door een complexe combinatie van
verschillende identiteiten en sociale factoren. Deze interacties kunnen
unieke vormen van discriminatie en ongelijkheid veroorzaken
BV: general motors in amerika alle donkere vrouwen zijn ontslagen
, ze hebben dit aangeklaagd maar er was enkel anti-discriminatie op
vlak van 1 aspect in de wet dus NIET voor en donkere huidskleur en
voor vrouw zijn
1.2 het dagelijkse leven door de sociologische lens
2
,Hoofdstuk 4: micro-niveau
Hoofdstuk 5: meso-niveau
Hoofdstuk 6: macro-niveau
Sociologische lens:
- men moet verder onderzoek doen waardoor men meer gaat
waarnemen dan men op het eerste moment ziet dieper niveau
- Het is niet louter imaginair; de socioloog heeft ook praktische
werkinstrumenten, zoals surveys, observaties… (vgl. de MRI-scanner
van de radioloog)
- Deze beelden moeten ook nog geïnterpreteerd worden: de socioloog
beschikt over kennis en ervaring om dat te doen. Hij bezit de nodige
sociologische verbeelding
- sociologische verbeelding Charles Wright Mills
= begrijpt wat men door die lens ziet, de werkelijkheid staat niet op
zich maar in verband met sociale structuren
= het vermogen om te begrijpen dat iemands persoonlijke situatie in
verband staat met maatschappelijke krachten en de ruimere
historische context
= jouw eigen verhaal (biografie) is op ontelbare wijzen beïnvloed
door sociale structuren en mensen die vòòr jou kwamen (historisch
proces)
in oefeningen moet je per zaak de onderlijnde zaken invullen
- Sociologische verbeelding = vermogen dat sociologische
wetenschapper heeft om de waarnemingen uit samenleving waar te
nemen en te weten dat te maken heeft met geschiedenis, biografie
en aspect sociale structuur hij kijkt op andere manier nr
werkelijkheid dan hoe wij kijken naar samenleving kijken.
- Voorwaarde om de sociologische verbeelding te kunnen toepassen
= men moet in staat zijn om van perspectief te wisselen door
afstand te nemen van de actuele toestand en een alternatief
standpunt in te nemen, hij gaat afstand nemen van zijn common
sense.
Concreet: men moet de schijnbare vanzelfsprekendheden van
het dagelijkse leven overstijgen. De dagelijkse werkelijkheid /
iemands individuele ervaring (biografie) moet in haar ruimere
historische (geschiedenis) en sociale context (sociale structuur)
worden geplaatst. En dat kan alleen door afstand te nemen van
vanzelfsprekendheden, zoals routines.
Componenten van sociologische verbeelding:
1) Kennis van geschiedenis
2) Kennis van biografie
3) Kennis van sociale structuur
3
, Hoofdstuk 4: micro-niveau
Hoofdstuk 5: meso-niveau
Hoofdstuk 6: macro-niveau
BV: Heel wat jongeren volgen vandaag universitair onderwijs (biografie).
Dit is niet louter het resultaat van de intelligentie van die jongeren. De
samenleving en haar beroepenstructuur (sociale structuur) beïnvloedt de
wens van jongeren om universitair onderwijs te volgen. Bedrijven vragen
naar hooggeschoolde werknemers. Dit heeft te maken met het
industrialisatieproces van de 19de eeuw waardoor een grotere
kennisbehoefte ontstond (geschiedenis).
1.2.1 selectieve waarneming
Common sense is positief voor dagelijks leven, maar leidt ook tot een
vertekend beeld van de werkelijkheid:
Reden = we nemen de werkelijkheid selectief waar vanuit onze
eigen positie in de wereld. Deze positie heeft een aantal
kenmerken die de selectiviteit van onze waarneming verklaren:
- fysieke en sociale beperkingen je kan niet overal zijn en je kan
niet alles weten , je komt met bepaalde delen van de samenleving
niet in contact
BV je bent kansrijk of kansarm , je handelt niet naar common sense
maar je handelt wel selectief
- belangen BV; vanuit gezin bepaalde zaken meegekregen
waardoor je anders kijkt naar andere dingen
- kennis en info naarmate dat je meer weet, krijg je een opere blik,
je hebt minder vooroordelen en kijkt op andere manier nr
werkelijkheid
- voorkeur en afkeur BV in de mode of kunst
KERN: enerzijds sociologisce lens ( je kijkt erdooren dat is goed maar je
hebt ook sociologische verbeelding nodig om linken te zien tss biografie,
historie en structuur) je moet de common sense kunnen overstijgen,
anderzijs moeten we ook bewust zijn dat we altijd maar een klein stukje
van de werkelijkheid zien.
1.2.2 referentiekaders
Selectieve waarneming begint niet altijd weer opnieuw. Vanuit onze
eerdere
ervaringen bouwen we een raamwerk op dat onze latere waarnemingen
zal
4
Hoofdstuk 5: meso-niveau
Hoofdstuk 6: macro-niveau
Samenvatting sociologie
1. Op ontdekkingstocht door een bekend gebied?
Wat is sociologie?
- Leer van mensen die onder elkaar verbonden zijn = studie vd
samenleving
1) E.J. Siéyes (rond 1780-1785)
-Qu’est-ce que le tiers état? Wat is de derde stand?
-Doel: inrichting van nieuwe samenleving ten tijde van Franse
Revolutie.
- Normatieve wetenschap: hoe zou de maatschappij eruit moeten
zien? (dit is niet zoals wij sociologie zien) Hoe ziet ‘het goede
leven’ eruit in zo’n nieuwe samenleving?
- vindt dat de derde stand meer inspraak moet hebben
2) Auguste Comte (1830) (grondlegger sociologie)
- Cours de philosophie positive: sociologie als hoogste en meest
complexe wetenschap
- Definieert sociologie als empirische wetenschap (sociologie is hoe
de maatschappij eruit ziet- niet zoals hij hoort te zijn)
- In navolging van natuurwetenschappen: beschrijvend, objectief
en empirisch.
- Op zoek naar wetmatigheden in de samenleving aan de hand van
empirisch onderzoek.
- August Comte geeft beschrijving van verschillende
wetenschappen en socio is meest complexe want die leert ons
over het samenleven / waarden / gedragingen gezien als
grondlegger want daar is wetenschappelijke socio als eerst aan
bod gekomen
1.1 een beeld van de titel
- wie neemt deel en wie niet? Gevangene doen bv niet mee
- welke regels gelden er? Gedragsregels, regels vh recht, sociale
regels, samenlevingsregels
- Waar gelden die regels? dingen die in private ruimte kunnen en
dingen die in publieke ruimte kunnen bv. In het openbaar mag je niet
naakt rondlopen
- Welke posities bekleden de spelers? Zijn de posities veranderlijk in
aantal, soort en tijd? student, docent, echtgenote, kind =
veranderlijk
Welke verwachtingen (= rollen) gaan samen met deze posities?
docent veel verwachtingen
1
,Hoofdstuk 4: micro-niveau
Hoofdstuk 5: meso-niveau
Hoofdstuk 6: macro-niveau
Welke waardering (= status) gaat samen met deze posities?
advocaat > poetshulp
Welke (in)formele hiërarchie bestaat er tussen deze posities?
formeel / informeel
- Hoe communiceren de spelers?
- Wat is het doel van het spel? Wat is de rol van de spelers?
- Wie bevindt zich in de ruimte rond het veld?
(lees boekje p12)
Je moet onthouden de sociale posities, de rollen , de status en de
hierarchie EN de regels van het spel van de samenleving zijn meer dan
enkel het recht
positionaliteit (= sociale pos en identiteit opgebouwd uit elementen) en
als wetenschapper moet je er van bewust zijn dat de factoren waaruit dit
is opgebouwd dat dat een rol gaat spelen als je onderzoek doet of naar de
werkelijkheid kijkt, dingen waarneemt. Factoren die deel uitmaken van uw
identiteit bepalen hoe je de wereld waarneemt en hoe de wereld jou ziet
Positionaliteit hangt samen met intersectionaliteit (kruispuntdenken)
= individuen worden niet alleen beïnvloed door één enkele
identiteitscategorie , maar door een complexe combinatie van
verschillende identiteiten en sociale factoren. Deze interacties kunnen
unieke vormen van discriminatie en ongelijkheid veroorzaken
BV: general motors in amerika alle donkere vrouwen zijn ontslagen
, ze hebben dit aangeklaagd maar er was enkel anti-discriminatie op
vlak van 1 aspect in de wet dus NIET voor en donkere huidskleur en
voor vrouw zijn
1.2 het dagelijkse leven door de sociologische lens
2
,Hoofdstuk 4: micro-niveau
Hoofdstuk 5: meso-niveau
Hoofdstuk 6: macro-niveau
Sociologische lens:
- men moet verder onderzoek doen waardoor men meer gaat
waarnemen dan men op het eerste moment ziet dieper niveau
- Het is niet louter imaginair; de socioloog heeft ook praktische
werkinstrumenten, zoals surveys, observaties… (vgl. de MRI-scanner
van de radioloog)
- Deze beelden moeten ook nog geïnterpreteerd worden: de socioloog
beschikt over kennis en ervaring om dat te doen. Hij bezit de nodige
sociologische verbeelding
- sociologische verbeelding Charles Wright Mills
= begrijpt wat men door die lens ziet, de werkelijkheid staat niet op
zich maar in verband met sociale structuren
= het vermogen om te begrijpen dat iemands persoonlijke situatie in
verband staat met maatschappelijke krachten en de ruimere
historische context
= jouw eigen verhaal (biografie) is op ontelbare wijzen beïnvloed
door sociale structuren en mensen die vòòr jou kwamen (historisch
proces)
in oefeningen moet je per zaak de onderlijnde zaken invullen
- Sociologische verbeelding = vermogen dat sociologische
wetenschapper heeft om de waarnemingen uit samenleving waar te
nemen en te weten dat te maken heeft met geschiedenis, biografie
en aspect sociale structuur hij kijkt op andere manier nr
werkelijkheid dan hoe wij kijken naar samenleving kijken.
- Voorwaarde om de sociologische verbeelding te kunnen toepassen
= men moet in staat zijn om van perspectief te wisselen door
afstand te nemen van de actuele toestand en een alternatief
standpunt in te nemen, hij gaat afstand nemen van zijn common
sense.
Concreet: men moet de schijnbare vanzelfsprekendheden van
het dagelijkse leven overstijgen. De dagelijkse werkelijkheid /
iemands individuele ervaring (biografie) moet in haar ruimere
historische (geschiedenis) en sociale context (sociale structuur)
worden geplaatst. En dat kan alleen door afstand te nemen van
vanzelfsprekendheden, zoals routines.
Componenten van sociologische verbeelding:
1) Kennis van geschiedenis
2) Kennis van biografie
3) Kennis van sociale structuur
3
, Hoofdstuk 4: micro-niveau
Hoofdstuk 5: meso-niveau
Hoofdstuk 6: macro-niveau
BV: Heel wat jongeren volgen vandaag universitair onderwijs (biografie).
Dit is niet louter het resultaat van de intelligentie van die jongeren. De
samenleving en haar beroepenstructuur (sociale structuur) beïnvloedt de
wens van jongeren om universitair onderwijs te volgen. Bedrijven vragen
naar hooggeschoolde werknemers. Dit heeft te maken met het
industrialisatieproces van de 19de eeuw waardoor een grotere
kennisbehoefte ontstond (geschiedenis).
1.2.1 selectieve waarneming
Common sense is positief voor dagelijks leven, maar leidt ook tot een
vertekend beeld van de werkelijkheid:
Reden = we nemen de werkelijkheid selectief waar vanuit onze
eigen positie in de wereld. Deze positie heeft een aantal
kenmerken die de selectiviteit van onze waarneming verklaren:
- fysieke en sociale beperkingen je kan niet overal zijn en je kan
niet alles weten , je komt met bepaalde delen van de samenleving
niet in contact
BV je bent kansrijk of kansarm , je handelt niet naar common sense
maar je handelt wel selectief
- belangen BV; vanuit gezin bepaalde zaken meegekregen
waardoor je anders kijkt naar andere dingen
- kennis en info naarmate dat je meer weet, krijg je een opere blik,
je hebt minder vooroordelen en kijkt op andere manier nr
werkelijkheid
- voorkeur en afkeur BV in de mode of kunst
KERN: enerzijds sociologisce lens ( je kijkt erdooren dat is goed maar je
hebt ook sociologische verbeelding nodig om linken te zien tss biografie,
historie en structuur) je moet de common sense kunnen overstijgen,
anderzijs moeten we ook bewust zijn dat we altijd maar een klein stukje
van de werkelijkheid zien.
1.2.2 referentiekaders
Selectieve waarneming begint niet altijd weer opnieuw. Vanuit onze
eerdere
ervaringen bouwen we een raamwerk op dat onze latere waarnemingen
zal
4