100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Inleiding Strafrecht hoorcollege literatuur

Rating
-
Sold
-
Pages
11
Uploaded on
20-01-2026
Written in
2020/2021

Samenvatting van 11 pagina's voor het vak Inleiding Staats- en Bestuursrecht aan de EUR (-)

Institution
Course









Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
January 20, 2026
Number of pages
11
Written in
2020/2021
Type
Summary

Subjects

Content preview

RR114 INLEIDING STRAFRECHT
LITERATUUR
HOORCOLLEGES:
LITERATUUR:
 HOOFDSTUK 5
 HOOFDSTUK 6
 HOOFDSTUK 7
 HOOFDSTUK 12
 HOOFDSTUK 13
 HOOFDSTUK 14
HOOFDSTUK 5
§5.4 HET ONDERSCHEID TUSSEN POGING EN VOORBEREIDING
Het belangrijkste verschil tussen voorbereiding en poging is dat volgens het pogingscriterium de gedraging
gericht moet zijn op voltooiing. De pogingsfase is niet zo ver meer af van de daadwerkelijke voltooiing van het
misdrijf. Er moet zich worden afgevraagd of er een concrete gevaarzetting bestaat, komt het door de
delictsomschrijving beschermde belang in gevaar?

§5.5 VRIJWILLIGE TERUGTRED
Als de dader zijn poging vrijwillig opgeeft, is hij niet strafbaar. Zolang de dader nog bezig is met zijn poging of
voorbereiding, bestaat voor hem de mogelijkheid om terug te treden.

Indien het besluit om niet verder te gaan met de uitvoering wordt genomen op grond van een nieuwe
afweging van dezelfde (externe) omstandigheden. De eigen wil speelt de voornaamste factor om in zijn
beslissing terug te treden.

HOOFDSTUK 6
§6.4 UITLOKKING
Het kenmerkende aan uitlokken is dat de uitlokker een ander zover weet te brengen het strafbare feit te
plegen, terwijl deze daarvoor nog geen intentie had om het strafbare feit te begaan. De uitlokker zelf hoeft
geen uitvoeringshandelingen te verrichten, dat kan hij aan de uitgelokte overlaten.

Het gaat bij uitlokking alleen om het aanzetten tot een bepaald strafbaar feit.
Bij uitlokking moet gebruik worden gemaakt van een van de in de wet genoemde uitlokkingsmiddelen.

Ook bij uitlokking moet er een dubbel opzet bestaan. De uitlokker moet opzet hebben op het vestigen van een
voornemen bij de uitgelokte, de uitlokker moet opzet hebben op de uitlokking. Ook moet de uitlokker slagen in
het genereren van het voornemen bij de (potentiële) feitelijke dader. Door de uitlokking, ontstaat het plan bij
de uitgelokte. Daarnaast moet er ook opzet zijn op een bepaald feit. Bij het aanzetten tot strafbaar gedrag
moet er ook ‘delictsopzet’ zijn, er is een specifiek strafbaar feit beoogd.

Voorwerpen kunnen slechts als uitlokkingsmiddelen worden aangemerkt wanneer het plegen van het feit is
opgewekt door het ter beschikking stellen van het voorwerp. De persoon die het voorwerp heeft gegeven, kan
dit echter ook gedaan hebben om daarmee het strafbare feit uit te voeren.

Het opzet van de uitgelokte is in een ‘ideaal’ geval identiek aan het opzet van de uitlokker. Indien het opzet dat
de uitgelokte heeft, geheel anders is dan het opzet dat de uitlokker heeft geprobeerd te genereren, dan is het
mogelijk dat de uitlokker niet strafbaar is voor het uiteindelijke grondfeit.

Uitlokken brengt als risico met zich mee dat de uitgelokte niet het precies het feit pleegt dat de uitlokker
beoogde. In gevallen waarin er geen extreem verschil bestaat tussen het opzet van de uitlokker en dat van de

, uitgelokte, zal in de regel het opzet van de uitgelokte en uitgelokte overeenstemmen. Er is dan minimaal sprake
van voorwaardelijke opzet: er is willens en wetens een aanmerkelijke kans genomen. Ook de uitgelokte die het
feit fysiek pleegt aansprakelijk voor het geheel, hij is de klassieke pleger.

Ten aanzien van uitlokkers komen niet alleen die handelingen in aanmerking die zij opzettelijk hebben
uitgelokt, maar de ook de gevolgen daarvan. Alle strafverzwarende gevolgen komen ook voor rekening van de
uitlokker.

Wanneer de uitgelokte niet verder komt dan een voorbereiding of poging, wordt de uitlokker aansprakelijk
gehouden voor de kwalificatie van de feitelijke dader. Dit wordt ook wel accessoiriteit genoemd. Hiermee
wordt tot uitdrukking gebracht dat de kwalificatie van het handelen van de feitelijke uitvoerder.

Het aandeel van de uitlokker moet in zijn geheel kunnen worden aangemerkt als het aanzetten van een
ander om het feit te plegen.

§6.5 DOEN PLEGEN
Een initiatief nemende achterman wordt aansprakelijk gehouden voor de uitvoering van het feit door de
feitelijke dader. De feitelijke uitvoerder is bij doen plegen straffeloos. De straffeloosheid van de dader is dikwijls
terug te voeren op diens onwetendheid ten aanzien van de betekenis van zijn handelen. Er kan ook sprake zijn
van de schulduitsluitingsgrond AVAS wanneer de feitelijke uitvoerder niets heeft geweten.


§6.7 POGING TOT UITLOKKING

Ook de uitlokking die zonder gevolgen blijft, kan een strafbare gedraging zijn. We kunnen dan alleen niet van
uitlokking spreken, omdat er uiteindelijk geen feit tot stand is gekomen dat kan worden gekwalificeerd. De
uitlokking die niet tot een strafbaar feit heeft geleid, levert dus geen strafbare uitlokking op, maar wel een
strafbare poging tot uitlokking.

Het is strafbaar om te proberen een ander, door middel van een uitlokkingsmiddel, aan te zetten tot het
begaan van een misdrijf, ook als die ander het misdrijf niet pleegt. Er moet minimaal een strafbare
voorbereiding van het misdrijf zijn om te spreken van uitlokking, anders blijft het slecht bij een ‘poging tot
uitlokking.’

HOOFDSTUK 7
§7.1 ALGEMEEN

Om tot een daadwerkelijke bestraffing te komen moet er worden vastgesteld wat er precies is gebeurd en
welke personen daarbij betrokken zijn geweest. Het deel van het strafrecht dat betrekking heeft op de regels
voor strafrechtelijk onderzoek wordt het strafprocesrecht genoemd, ook wel formeel strafrecht of
strafvordering.


§7.3 PROCESDEELNEMERS
De personen en instanties die een rol spelen in het strafproces zijn:
 DE VERDACHTE
Op grond van feiten en omstandigheden die worden geconstateerd in een bepaald strafrechtelijk
onderzoek, kan het redelijk vermoeden ontstaan dat een strafbaar feit heeft plaats gevonden (verdenking),
en dat een bepaald persoon dat heeft begaan (verdachte).
De verdachte is de vermoedelijke dader van het strafbare feit.
 RAADSMAN
Een raadsman is een advocaat die de verdachte adviseert en met hem de verdediging voert. De verdachte
en zijn raadsman samen worden daarom ook wel de verdediging genoemd.
$9.33
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached


Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
evygroenenberg Erasmus Universiteit Rotterdam
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
63
Member since
4 year
Number of followers
51
Documents
17
Last sold
6 months ago

4.5

11 reviews

5
8
4
2
3
0
2
0
1
1

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions