Voorbeeldvragen
strafrecht
1.
Leg
uit:
"ius
puniendi"
tijdens
de
verlichting
De
Verlichting
was
een
reactie
op
de
excessen
van
het
Ancien
Régime
zoals
die
zich
in
het
strafrecht
hadden
gemanifesteerd.
Men
reageerde
vooral
op
de
willekeur
van
de
rechters,
de
wrede
onderzoeksmethoden
en
de
wrede
en
ongelijke
straffen.
J.
Locke
en
J.J.
Rousseau
plaatsten
deze
gedachten
in
de
sleutel
van
het
“contrat
social”:
het
misdrijf
is
de
schending
van
het
sociaal
contract.
Alleen
daaruit
put
de
overheid
haar
recht
om
misdrijven
te
vervolgen
en
te
bestraffen
–
dit
is
het
zgn.
ius
puniendi.
Bron:
blz.
11
van
het
handboek
Strafrecht
en
Strafprocesrecht
in
hoofdlijnen
2.
Wet
landloperij
en
bedelarij:
Sinds
de
wet
van
12
januari
1993
is
de
landloperij
afgeschaft.
Kan
deze
wet
retro-‐actief
worden
toegepast.
Leg
uit
waarom
wel/niet
adhv
een
artikel.
De
afschaffing
van
deze
wet
heeft
een
totaal
verval
van
de
strafvordering
tot
gevolg
en
kan
dus
niet
meer
retroactief
worden
toegepast.
Art.
2
al.
2
Sw.
bepaalt
“Indien
de
straf,
ten
tijde
van
het
vonnis
bepaald,
verschilt
van
die
welke
ten
tijde
van
het
misdrijf
was
bepaald,
wordt
de
minst
zware
straf
toegepast”.
De
mildere
strafwet
wordt
dus
met
terugwerkende
kracht
toegepast.
De
afschaffing
van
een
misdrijf
heeft
het
verval
van
strafvordering
tot
gevolg:
alle
hangende
vervolgingen
vervallen,
en
feiten
die
nog
niet
het
voorwerp
van
een
strafvervolging
uitmaakten,
zullen
niet
meer
kunnen
worden
vervolgd.
Bron:
blz.
116
van
het
handboek
Strafrecht
en
Strafprocesrecht
in
hoofdlijnen
3.
Leg
uit:
Verlichting,
magna
charta
uitleggen
+
historische
achtergrond
daarvan
Het
recht
op
bestraffing
tijdens
de
Verlichting
is
gebonden
aan
drie
belangrijke
principes,
die
soms
wel
eens
de
Magna
charta
van
het
strafrecht
worden
genoemd.
Hierdoor
moest
de
burger
beschermd
worden
tegen
willekeurig
overheidsoptreden.
De
drie
pijlers
zijn:
-‐
Het
legaliteitsbeginsel:
misdrijven
en
straffen
dienen
op
voorhand
in
de
wet
vastgelegd
te
zijn.
De
rol
van
de
rechters
is
beperkt
tot
de
toepassing
van
de
wet
(‘la
bouch
de
la
loi’)
-‐
Het
subsidiariteitsbeginsel:
de
staat
mag
slechts
optreden
waar
het
werkelijk
nodig
is.
Gedragingen
zullen
dus
slechts
strafbaar
worden
gesteld
wanneer
de
bestraffing
echt
noodzakelijk
is.
-‐
Het
proportionaliteitsbeginsel:
de
straffen
moeten
in
verhouding
staan
tot
de
ernst
van
het
misdrijf.
De
concrete
vertaling
van
deze
gedachten
naar
het
strafrecht
gebeurde
door
Cesare
Beccaria.
Bron:
blz.
11
van
het
handboek
Strafrecht
en
Strafprocesrecht
in
hoofdlijnen
4.
Situeer
en
verklaar
:
opportuniteitsbeginsel
In
ons
land
bestaat
inzake
de
strafvervolging
een
zgn.
"opportuniteitsbeginsel".
Dit
houdt
in
dat
de
procureur
des
Konings,
die
een
magistraat
van
het
OM
is,
oordeelt
of
hij
tot
vervolging
overgaat,
dan
wel
een
zaak
seponeert.
Die
beslissingen
zijn
gebaseerd
op
overwegingen
van
"algemeen
belang"
en
kadert
binnen
een
zgn.
"vervolgingspolitiek"
die
doorgaans
door
de
procureurs-‐generaal
en
de
Minister
van
Justitie
wordt
uitgetekend.
1
, Een
sepot
-‐het
"klasseren
zonder
gevolg"-‐
heeft
altijd
een
voorlopig
karakter
en
het
O.M.
kan
daar
dus
te
allen
tijde
op
terugkomen.
De
hiërarchische
overheid
kan
controle
uitoefenen
en
desgevallend
bevel
geven
om
toch
tot
vervolging
over
te
gaan
(positieve
injunctie).
Het
omgekeerde
is
NIET
mogelijk:
de
hiërarchische
overheid
kan
niet
verbieden
om
tot
vervolging
over
te
gaan.
Er
bestaan
een
aantal
controlemogelijkheden
:
*
De
uitoefening
van
de
strafvordering
is
geconcentreerd
bij
de
procureurs-‐generaal
bij
de
hoven
van
beroep,
aan
wie
de
parketten
rapporteren
over
de
strafvorderingen
in
hun
rechtsgebied.
*
De
Minister
van
Justitie
kan
bevel
geven
om
tot
vervolging
over
te
gaan.
(politieke
verantwoordelijkheid)
*
Diegene
die
door
een
misdrijf
benadeeld
werd,
kan
rechtstreeks
dagvaarden
voor
de
onderzoeksrechter,
hetgeen
de
mogelijkheid
tot
sepot
door
het
O.M.
uitsluit.
*
In
sommige
gevallen
kunnen
de
Kamer
van
Inbeschuldigingstelling
of
de
verenigde
kamers
van
het
Hof
van
Beroep
ook
een
bevel
geven
tot
vervolging
aan
de
Procureurs-‐Generaal.
(het
zgn.
evocatierecht)
(Bron:
notities
van
allereerste
les
+
http://forum.politics.be/showthread.php?t=50649)
5.A
Poging
:
Geef
de
verschillende
soorten
van
poging
en
leg
uit
Men
spreekt
van
poging
vanaf
het
moment
dat
de
dader
het
voornemen
om
een
misdrijf
te
plegen
zich
in
zekere
mate
heeft
veruiterlijkt.
Het
is
dus
absoluut
niet
vereist
dat
een
misdrijf
helemaal
uitgevoerd
is
opdat
het
strafbaar
zou
zijn
want
in
vele
gevallen
zijn
misdrijven
strafbaar
vanaf
het
ogenblik
waarop
de
dader
overgaat
tot
het
begin
van
uitvoering
van
het
voorgenomen
misdrijf.
Poging
veronderstelt
immers
dat
de
dader
de
wil
heeft
om
het
misdrijf
te
plegen
en
kan
enkel
worden
bestraft
bij
opzettelijke
misdrijven.
In
deze
fase
bestaat
nog
steeds
de
mogelijkheid
van
een
spontane
terugtred!
Dit
wil
zeggen
dat
zolang
het
misdrijf
niet
is
voltrokken
en
de
misdadiger
zich
spontaan
terugtrekt,
hij
een
bestraffing
kan
ontlopen
Een
voltooid
misdrijf
(≠
voltooide
poging)is
wanneer
het
materieel
element
van
het
misdrijf
is
voltrokken.
Dit
is
dus
geen
poging
meer!
Men
spreekt
van
strafbare
poging
vanaf
het
ogenblik
waarop
de
dader
begint
met
de
uitvoering
dat
de
grens
van
de
strafbaarheid
is
overschreden.
Opgelet!
:
Soms
worden
voorbereidingshandelingen
afzonderlijk
strafbaar
gesteld!
Dit
wil
zeggen
dat
ze
strafbaar
zijn
maar
niet
als
onderdeel
van
het
gepoogd
misdrijf,
maar
als
afzonderlijk
misdrijf.
Met
andere
woorden
:
voorbereidingshandelingen
maken
niet
deel
uit
van
poging!Het
is
vereist
dat
de
dader
de
uitvoering
van
het
misdrijf
aanvat.
Het
is
evident
dat
wanneer
er
sprake
is
van
een
voltooid
misdrijf,
terugtred
niet
meer
mogelijk
is
en
dat
het
dus
strafbaar
is.
Waar
men
de
grens
legt
tussen
de
poging
en
het
voltooid
misdrijf,
bepaalt
mede
het
antwoord
op
de
vraag
of
spontane
terugtred
mogelijk
is.
Het
is
wel
zo
dat
men
pas
kan
optreden
vanaf
het
moment
dat
men
spreekt
van
een
strafbare
poging
en
dus
van
een
strafbaar
misdrijf.
Maar
in
de
praktijk
komt
het
meer
en
meer
voor
dat
men
toch
in
een
vroeger
stadium
wil
optreden,
dus
is
in
andere
landen
(waaronder
België
!)
de
grens
van
de
strafbaarheid
verplaatst
van
poging
naar
de
loutere
voorbereidingshandelingen!
Men
kan
dus
vaststellen
dat
de
voorbereidingshandelingen
ook
strafbaar
zijn!
2
strafrecht
1.
Leg
uit:
"ius
puniendi"
tijdens
de
verlichting
De
Verlichting
was
een
reactie
op
de
excessen
van
het
Ancien
Régime
zoals
die
zich
in
het
strafrecht
hadden
gemanifesteerd.
Men
reageerde
vooral
op
de
willekeur
van
de
rechters,
de
wrede
onderzoeksmethoden
en
de
wrede
en
ongelijke
straffen.
J.
Locke
en
J.J.
Rousseau
plaatsten
deze
gedachten
in
de
sleutel
van
het
“contrat
social”:
het
misdrijf
is
de
schending
van
het
sociaal
contract.
Alleen
daaruit
put
de
overheid
haar
recht
om
misdrijven
te
vervolgen
en
te
bestraffen
–
dit
is
het
zgn.
ius
puniendi.
Bron:
blz.
11
van
het
handboek
Strafrecht
en
Strafprocesrecht
in
hoofdlijnen
2.
Wet
landloperij
en
bedelarij:
Sinds
de
wet
van
12
januari
1993
is
de
landloperij
afgeschaft.
Kan
deze
wet
retro-‐actief
worden
toegepast.
Leg
uit
waarom
wel/niet
adhv
een
artikel.
De
afschaffing
van
deze
wet
heeft
een
totaal
verval
van
de
strafvordering
tot
gevolg
en
kan
dus
niet
meer
retroactief
worden
toegepast.
Art.
2
al.
2
Sw.
bepaalt
“Indien
de
straf,
ten
tijde
van
het
vonnis
bepaald,
verschilt
van
die
welke
ten
tijde
van
het
misdrijf
was
bepaald,
wordt
de
minst
zware
straf
toegepast”.
De
mildere
strafwet
wordt
dus
met
terugwerkende
kracht
toegepast.
De
afschaffing
van
een
misdrijf
heeft
het
verval
van
strafvordering
tot
gevolg:
alle
hangende
vervolgingen
vervallen,
en
feiten
die
nog
niet
het
voorwerp
van
een
strafvervolging
uitmaakten,
zullen
niet
meer
kunnen
worden
vervolgd.
Bron:
blz.
116
van
het
handboek
Strafrecht
en
Strafprocesrecht
in
hoofdlijnen
3.
Leg
uit:
Verlichting,
magna
charta
uitleggen
+
historische
achtergrond
daarvan
Het
recht
op
bestraffing
tijdens
de
Verlichting
is
gebonden
aan
drie
belangrijke
principes,
die
soms
wel
eens
de
Magna
charta
van
het
strafrecht
worden
genoemd.
Hierdoor
moest
de
burger
beschermd
worden
tegen
willekeurig
overheidsoptreden.
De
drie
pijlers
zijn:
-‐
Het
legaliteitsbeginsel:
misdrijven
en
straffen
dienen
op
voorhand
in
de
wet
vastgelegd
te
zijn.
De
rol
van
de
rechters
is
beperkt
tot
de
toepassing
van
de
wet
(‘la
bouch
de
la
loi’)
-‐
Het
subsidiariteitsbeginsel:
de
staat
mag
slechts
optreden
waar
het
werkelijk
nodig
is.
Gedragingen
zullen
dus
slechts
strafbaar
worden
gesteld
wanneer
de
bestraffing
echt
noodzakelijk
is.
-‐
Het
proportionaliteitsbeginsel:
de
straffen
moeten
in
verhouding
staan
tot
de
ernst
van
het
misdrijf.
De
concrete
vertaling
van
deze
gedachten
naar
het
strafrecht
gebeurde
door
Cesare
Beccaria.
Bron:
blz.
11
van
het
handboek
Strafrecht
en
Strafprocesrecht
in
hoofdlijnen
4.
Situeer
en
verklaar
:
opportuniteitsbeginsel
In
ons
land
bestaat
inzake
de
strafvervolging
een
zgn.
"opportuniteitsbeginsel".
Dit
houdt
in
dat
de
procureur
des
Konings,
die
een
magistraat
van
het
OM
is,
oordeelt
of
hij
tot
vervolging
overgaat,
dan
wel
een
zaak
seponeert.
Die
beslissingen
zijn
gebaseerd
op
overwegingen
van
"algemeen
belang"
en
kadert
binnen
een
zgn.
"vervolgingspolitiek"
die
doorgaans
door
de
procureurs-‐generaal
en
de
Minister
van
Justitie
wordt
uitgetekend.
1
, Een
sepot
-‐het
"klasseren
zonder
gevolg"-‐
heeft
altijd
een
voorlopig
karakter
en
het
O.M.
kan
daar
dus
te
allen
tijde
op
terugkomen.
De
hiërarchische
overheid
kan
controle
uitoefenen
en
desgevallend
bevel
geven
om
toch
tot
vervolging
over
te
gaan
(positieve
injunctie).
Het
omgekeerde
is
NIET
mogelijk:
de
hiërarchische
overheid
kan
niet
verbieden
om
tot
vervolging
over
te
gaan.
Er
bestaan
een
aantal
controlemogelijkheden
:
*
De
uitoefening
van
de
strafvordering
is
geconcentreerd
bij
de
procureurs-‐generaal
bij
de
hoven
van
beroep,
aan
wie
de
parketten
rapporteren
over
de
strafvorderingen
in
hun
rechtsgebied.
*
De
Minister
van
Justitie
kan
bevel
geven
om
tot
vervolging
over
te
gaan.
(politieke
verantwoordelijkheid)
*
Diegene
die
door
een
misdrijf
benadeeld
werd,
kan
rechtstreeks
dagvaarden
voor
de
onderzoeksrechter,
hetgeen
de
mogelijkheid
tot
sepot
door
het
O.M.
uitsluit.
*
In
sommige
gevallen
kunnen
de
Kamer
van
Inbeschuldigingstelling
of
de
verenigde
kamers
van
het
Hof
van
Beroep
ook
een
bevel
geven
tot
vervolging
aan
de
Procureurs-‐Generaal.
(het
zgn.
evocatierecht)
(Bron:
notities
van
allereerste
les
+
http://forum.politics.be/showthread.php?t=50649)
5.A
Poging
:
Geef
de
verschillende
soorten
van
poging
en
leg
uit
Men
spreekt
van
poging
vanaf
het
moment
dat
de
dader
het
voornemen
om
een
misdrijf
te
plegen
zich
in
zekere
mate
heeft
veruiterlijkt.
Het
is
dus
absoluut
niet
vereist
dat
een
misdrijf
helemaal
uitgevoerd
is
opdat
het
strafbaar
zou
zijn
want
in
vele
gevallen
zijn
misdrijven
strafbaar
vanaf
het
ogenblik
waarop
de
dader
overgaat
tot
het
begin
van
uitvoering
van
het
voorgenomen
misdrijf.
Poging
veronderstelt
immers
dat
de
dader
de
wil
heeft
om
het
misdrijf
te
plegen
en
kan
enkel
worden
bestraft
bij
opzettelijke
misdrijven.
In
deze
fase
bestaat
nog
steeds
de
mogelijkheid
van
een
spontane
terugtred!
Dit
wil
zeggen
dat
zolang
het
misdrijf
niet
is
voltrokken
en
de
misdadiger
zich
spontaan
terugtrekt,
hij
een
bestraffing
kan
ontlopen
Een
voltooid
misdrijf
(≠
voltooide
poging)is
wanneer
het
materieel
element
van
het
misdrijf
is
voltrokken.
Dit
is
dus
geen
poging
meer!
Men
spreekt
van
strafbare
poging
vanaf
het
ogenblik
waarop
de
dader
begint
met
de
uitvoering
dat
de
grens
van
de
strafbaarheid
is
overschreden.
Opgelet!
:
Soms
worden
voorbereidingshandelingen
afzonderlijk
strafbaar
gesteld!
Dit
wil
zeggen
dat
ze
strafbaar
zijn
maar
niet
als
onderdeel
van
het
gepoogd
misdrijf,
maar
als
afzonderlijk
misdrijf.
Met
andere
woorden
:
voorbereidingshandelingen
maken
niet
deel
uit
van
poging!Het
is
vereist
dat
de
dader
de
uitvoering
van
het
misdrijf
aanvat.
Het
is
evident
dat
wanneer
er
sprake
is
van
een
voltooid
misdrijf,
terugtred
niet
meer
mogelijk
is
en
dat
het
dus
strafbaar
is.
Waar
men
de
grens
legt
tussen
de
poging
en
het
voltooid
misdrijf,
bepaalt
mede
het
antwoord
op
de
vraag
of
spontane
terugtred
mogelijk
is.
Het
is
wel
zo
dat
men
pas
kan
optreden
vanaf
het
moment
dat
men
spreekt
van
een
strafbare
poging
en
dus
van
een
strafbaar
misdrijf.
Maar
in
de
praktijk
komt
het
meer
en
meer
voor
dat
men
toch
in
een
vroeger
stadium
wil
optreden,
dus
is
in
andere
landen
(waaronder
België
!)
de
grens
van
de
strafbaarheid
verplaatst
van
poging
naar
de
loutere
voorbereidingshandelingen!
Men
kan
dus
vaststellen
dat
de
voorbereidingshandelingen
ook
strafbaar
zijn!
2