Psychologie topiclijst H6
Algemene of G-factor= algemene eigenschap, volgens Spearman de hoofdfactor
die basis vormt van alle psychische activiteiten
Computer metafoor= hersenen als informatieverwerker
Intelligentie= mentale capaciteit om kennis te verwerven
Denken= cognitieve proces verantwoordelijk voor mentale representatie
Conceptuele hiërarchie= niveaus van concepten van zeer algemeen tot zeer
specifiek
Algoritme= procedure om probleem op te lossen die correcte uitkomst garandeert
Heuristiek= cognitieve strategie die wordt gebruikt om een complexe mentale
opdracht snel te vervullen
Mental set= neiging om een nieuw probleem te benaderen op een eerdere manier
Functionele gefixeerdheid= onvermogen om een nieuwe toepassing te zien voor
een voorwerp dat al met iets anders is geassocieerd
Tirannie van de keuze= verstoring van effectieve besluitvorming wanneer je wordt
geconfronteerd met een overweldigende hoeveelheid mogelijkheden
Creativiteit= mentale proces waarbij nieuwe responsen ontstaan die bijdragen aan
de oplossing van een probleem
Expert= iemand die goed georganiseerde bronnen van kennis op een bepaald
vakgebied bezit waaronder probleemoplossingsstrategieën
Begaafdheid= aangeboren mogelijkheden
Mentale leeftijd (ML)= gemiddelde leeftijd waarop normale individuen een
bepaalde score bereiken
Kalenderleeftijd (KL)= aantal jaren dat is versterken sinds de geboorte van
individu
Intelligentiequotiënt= getalsmatige score op intelligentietest (ML:KLx100)
Normale verdeling= klokvormige grafiek die voorkomen van kenmerk visualiseert
Normale spreidingsbreedte= scores die in het middelste deel vallen
Verstandelijke beperking= laagste 2% van IQ-schaal
Hoogbegaafdheid= bovenste 2% van IQ-schaal
Triarchische theorie= Sternbergs theorie van 3 hoofdvormen van intelligentie
Logisch redeneren= vermogen om problemen te analyseren
Experimentele intelligentie= nieuwe relaties tussen concepten zien
Praktische intelligentie= gezonde verstand
Selffulfilling prophecy= gedrag dat wordt veroorzaakt door verwachtingen
Erfelijkheidsratio= mate waarin variatie van bepaalde eigenschap binnen een
groep kan worden toegeschreven aan genetische verschillen
Savantsyndroom= bijzonder geestelijk vermogen op 1 terrein bij individu met
autisme of een verstandelijke beperking
Psychometrie= wetenschap die psychische fenomenen meet
Stereotypedreiging= angst om onbedoeld het stereotype te bevestigen van de
groep waarbij je behoort
Psychologie topiclist H7
Vertrouwen tegenover wantrouwen (0-1,5)= fase waarin kinderen veiligheid
opbouwen
Autonomie tegenover schaamte en twijfel (1,5-3)= fase waarin kinderen een
gevoel van onafhankelijkheid ontwikkelen -> kind kan twijfelen door beperkingen of
hevige kritiek
Initiatief tegenover schuld (3+)= fase waarin kinderen vermogen om zelf
activiteiten te kunnen opstarten, ontwikkelen -> schuld door te veel zelfbeheersing te
eisen van een kind
Vlijt tegenover minderwaardigheid (6-puberteit)= fase waarin kinderen
vaardigheden en talenten op een systematische wijze ontwikkelen
Overgang= transformeren van iemands rol in het leven
Narratieve psychologie= richt op hoe mensen hun identiteit en ervaringen
construeren door middel van verhalen
Algemene of G-factor= algemene eigenschap, volgens Spearman de hoofdfactor
die basis vormt van alle psychische activiteiten
Computer metafoor= hersenen als informatieverwerker
Intelligentie= mentale capaciteit om kennis te verwerven
Denken= cognitieve proces verantwoordelijk voor mentale representatie
Conceptuele hiërarchie= niveaus van concepten van zeer algemeen tot zeer
specifiek
Algoritme= procedure om probleem op te lossen die correcte uitkomst garandeert
Heuristiek= cognitieve strategie die wordt gebruikt om een complexe mentale
opdracht snel te vervullen
Mental set= neiging om een nieuw probleem te benaderen op een eerdere manier
Functionele gefixeerdheid= onvermogen om een nieuwe toepassing te zien voor
een voorwerp dat al met iets anders is geassocieerd
Tirannie van de keuze= verstoring van effectieve besluitvorming wanneer je wordt
geconfronteerd met een overweldigende hoeveelheid mogelijkheden
Creativiteit= mentale proces waarbij nieuwe responsen ontstaan die bijdragen aan
de oplossing van een probleem
Expert= iemand die goed georganiseerde bronnen van kennis op een bepaald
vakgebied bezit waaronder probleemoplossingsstrategieën
Begaafdheid= aangeboren mogelijkheden
Mentale leeftijd (ML)= gemiddelde leeftijd waarop normale individuen een
bepaalde score bereiken
Kalenderleeftijd (KL)= aantal jaren dat is versterken sinds de geboorte van
individu
Intelligentiequotiënt= getalsmatige score op intelligentietest (ML:KLx100)
Normale verdeling= klokvormige grafiek die voorkomen van kenmerk visualiseert
Normale spreidingsbreedte= scores die in het middelste deel vallen
Verstandelijke beperking= laagste 2% van IQ-schaal
Hoogbegaafdheid= bovenste 2% van IQ-schaal
Triarchische theorie= Sternbergs theorie van 3 hoofdvormen van intelligentie
Logisch redeneren= vermogen om problemen te analyseren
Experimentele intelligentie= nieuwe relaties tussen concepten zien
Praktische intelligentie= gezonde verstand
Selffulfilling prophecy= gedrag dat wordt veroorzaakt door verwachtingen
Erfelijkheidsratio= mate waarin variatie van bepaalde eigenschap binnen een
groep kan worden toegeschreven aan genetische verschillen
Savantsyndroom= bijzonder geestelijk vermogen op 1 terrein bij individu met
autisme of een verstandelijke beperking
Psychometrie= wetenschap die psychische fenomenen meet
Stereotypedreiging= angst om onbedoeld het stereotype te bevestigen van de
groep waarbij je behoort
Psychologie topiclist H7
Vertrouwen tegenover wantrouwen (0-1,5)= fase waarin kinderen veiligheid
opbouwen
Autonomie tegenover schaamte en twijfel (1,5-3)= fase waarin kinderen een
gevoel van onafhankelijkheid ontwikkelen -> kind kan twijfelen door beperkingen of
hevige kritiek
Initiatief tegenover schuld (3+)= fase waarin kinderen vermogen om zelf
activiteiten te kunnen opstarten, ontwikkelen -> schuld door te veel zelfbeheersing te
eisen van een kind
Vlijt tegenover minderwaardigheid (6-puberteit)= fase waarin kinderen
vaardigheden en talenten op een systematische wijze ontwikkelen
Overgang= transformeren van iemands rol in het leven
Narratieve psychologie= richt op hoe mensen hun identiteit en ervaringen
construeren door middel van verhalen