Blok blauw
- 6 E-modules zijn verplicht (zie handleiding) + presentatie polyfarmacie
- Richard 8e druk leerboek neurologie: link zie presentatie introductie
- Neuroco.nl informatie en filmpjes
- https://gnkuu.nl/ oefenmateriaal week 5/6 nog doen
Inhoudsopgave
NEUROLOGIE.................................................................................................. 1
INLEIDING........................................................................................................................... 1
PERIFERE ZENUWSTELSEL...................................................................................................... 7
NEUROANATOMIE................................................................................................................. 8
SLAAPSTOORNISSEN............................................................................................................ 12
EPILEPSIE/AANVALLEN......................................................................................................... 16
REVALIDATIE..................................................................................................................... 20
NEURO-ONCOLOGIE............................................................................................................ 21
CEREBROVASCULAIRE ZIEKTEN.............................................................................................. 23
ONTWIKKELINGSSTOORNISSEN.............................................................................................. 24
EEG............................................................................................................................... 27
INFECTIEZIEKTEN................................................................................................................ 28
HOOFDPIJN....................................................................................................................... 30
BEWEGINGSSTOORNISSEN.................................................................................................... 31
DEMYELINISERENDE ZIEKTEN................................................................................................ 33
TRAUMATOLOGIE/NEUROCHIRURGIE.......................................................................................36
FUNCTIONELE STOORNISSEN................................................................................................. 37
MOEITE MET ZIEN............................................................................................................... 37
HYDROCEFALUS................................................................................................................. 38
MOEITE MET LOPEN............................................................................................................ 40
MOEITE MET PRATEN........................................................................................................... 43
NEUROANATOMIE............................................................................................................... 45
DUIZELIGHEID................................................................................................................... 47
BIJZONDERE NEUROLOGISCHE ZIEKTEBEELDEN..........................................................................49
COGNITIE......................................................................................................................... 50
EXTRA AANVULLING LOKALISATIE VANUIT CHAT.........................................................................51
PSYCHIATRIE................................................................................................ 52
INLEIDING......................................................................................................................... 52
STEMMINGSSTOORNISSEN.................................................................................................... 53
ACUTE EN SOCIALE PSYCHIATRIE............................................................................................ 55
PSYCHOTHERAPIE............................................................................................................... 56
CULTURELE PSYCHIATRIE...................................................................................................... 58
PERSOONLIJKHEIDSSTOORNISSEN........................................................................................... 59
PSYCHOTISCHE STOORNISSEN............................................................................................... 60
ANGST- EN DWANGSTOORNISSEN.......................................................................................... 62
KINDER- EN JEUGDPSYCHIATRIE; KJP 1-5.................................................................................64
ZIEKENHUISPSYCHIATRIE...................................................................................................... 69
GERIATRIE.................................................................................................... 73
CGA 1 & 2...................................................................................................................... 73
COGNITIEVE STOORNISSEN................................................................................................... 77
DE OUDERE PATIËNT IN HET ZIEKENHUIS.................................................................................80
DELIER............................................................................................................................ 82
MOBILITEITSSTOORNISSEN BIJ OUDEREN..................................................................................85
POLYFARMACIE............................................................................................ 88
NEUROLOGIE
INLEIDING
,Neurologisch consult
Neurologisch consult bestaat uit 4 processen:
1. De anamnese
Acuut vaak vasculaire oorzaak
Minuten tot half uur vaak migraine of epilepsie
Uren tot dagen eerder ontsteking of intoxicatie
Weken tot maanden vaak ruimte innemen proces of deficiënties
2. Lichamelijk onderzoek
3. Lokaliseren van de gevonden afwijkingen
Cognitieve systeem
Piramidale systeem (centraal motorisch neuron)
Wanneer je in PZS lokaliseer je ook verder: motorische
voorhoorncel, zenuwwortel, plexus, perifere zenuw,
spierzenuw-overgang of de spier
Extrapiramidale systeem
Cerebellaire systeem
Sensibele systeem
Zintuigsysteem
Bewustzijnsfuncties
4. Opstellen van DD
Zie bijlage 2 voor de tabellen van het neurologisch onderzoek
+ ppt week 1
Hoe denken we in de neurologie?
- Is het neurologie? Zo ja:
o Lokaliseren obv neurologisch consult
o Let op patroonherkenning:
Lokaliseren in de neurologie: motoriek
- Afhankelijk van de lokalisatie en volume vd laesie niet
alleen motorische klachten en verschijnselen
- Centraal morotisch neuron: hersenen (cortex) en
ruggenmerg (tot cauda equina)
- Perifeer motorisch neuron: vanaf cauda equina
Centraal motorisch neuron
- Lokalisatie: cortex subcortex capsula interna pons ruggenmerg
(piramidaal systeem)
- Functie: Reguleren motorische
bewegingen, willekeurige motoriek
+ fijne motoriek
o Met name snelle vlugge
bewegingen
- Synoniemen: tractus corticospinalis
(pyramidebaan)
Aandoeningen CMN t.p.v. cortex en subcorticale structuren:
, - Vasculair:
o Meestal A. cerebri media: hoe distaler
de afsluiting, hoe meer bij cortex de
aandoening
Vaak hand/arm/mondhoek
uitval
Links zit ook taal
CT-essentieel (bloeding
hyperdens, infarct hypodens)
o A cerebri anterior ook vaak: vaker
distaal
o Lobaire aandoeningen: vaak secundair, bv door metastasen
- Oncologisch:
o Primair:
Glioom: hooggradig geeft uitval, laaggradig
epilepsie
Meningeoom: langzaamgroeiend, vanaf
buitenkant (hersenvliezen)
o Sendundair: metastasen
- Trauma:
- Demyelinisatie (MS):
Capsula interna:
- Bestaat uit 3 delen: crus anterior, knie (genu) en
crus posterior
- Vezelbaan van witte stof; motorisch en sensibel
- Als deze aangedaan is, is dit meestal alleen
motorisch= pure motory stroke
o Kan door kleine laesies/infarcten in de
kleine arteriolen; lacunair infarct
(hypertensie, cholesterol)
o Kan ook pure sensory stroke zijn soms
Primaire hersenbloeding:
- Bij een bloeding kan er druk op de hersenstam komen; inklemming
bewustzijnsdaling autonome functies uitval dood
o Vaak ook grote pupil ipsilateraal, omdat n III bij de temporaalkwab
zit
o Bij doorbraak in ventrikels hydrocephalus
- Vaak hoofdpijn door hoge druk
Hersenstam:
- Piramide banen contralateraal, hersenzenuwen ipsilateraal
o Tractus corticobulbaris
- Mesencephalon, pons, medulla oblongata
o In medulla oblongata kruisen de piramidebanen
, Myelum:
- 3 niveaus:
o Cervicaal
o Thoracaal
o Lumbosacraal:
Myelum = conus
Wortel = cauda
- Wervels groeien sneller dan ruggenmerg segmenten correleren niet
helemaal
o Tepelhoogte Th4
o Borsthoogte: Th8
o Navel: Th10
o Liezen: L1
- Met name degeneratief, Demyelinisatie, oncologisch (60% thoracaal) of
trauma
o Vaak borst/long en prostaat metastasen
o Bij hersenen daarentegen dus meestal vasculair!
De spieren van het gezicht, hoofd en nek worden aangestuurd door het
corticobulbaris systeem, dat eindigt op motorneuronen in de motorische kernen
van de hersenstam. Vergelijk dit met het corticospinale traject waar de
hersenschors verbinding maakt met spinale motorneuronen en de beweging van
de romp, bovenste en onderste ledematen aanstuurt.
- Tractus corticospinalis: pyramidale parese, stoornis fijne motoriek,
hypertonie (knipmesfenomeen, geen rigiditeit), hyperreflexie en
pathologische VZS (Babinski)
- Tracturs corticobulbaris: uitval motorische
hersenzenuwen (dysarthrie, dysfagie)
Perifeer motorisch neuron
- Symptomen zijn afhankelijk van locatie
o Zenuwwortel, plexus, en perifere zenuw:
ook pijn en gevoelsstoornissen
o Neuromusculaire overgang: puur motorisch
o Spier: puur motorisch, evt myalgie
(spierpijn)
o Motorische voorhoorncel: ALS, polio
(zeldzaam)
- Spierzwakte, kenmerkende anatomische
verdeling, hyporeflexie, normo- of hypotonie, geen C5-6 Biceps pees reflex
pathologische reflexen, atrofie, fasciluaties C6-7 Triceps pees reflex
L3-4 Knie pees reflex
L5-S1 Achilles pees reflex
Spinale zenuwwortel:
- Mechanisch (compressie)
o Hernia nuclei pulposi (meestal naar lateraal), meestal L4/L5/S1
Let vooral op bij caudasyndroom
- Infecties (borellia/lyme, herpes zoster)
- Oncologisch
Plexus:
- Compressie
- Trauma
- 6 E-modules zijn verplicht (zie handleiding) + presentatie polyfarmacie
- Richard 8e druk leerboek neurologie: link zie presentatie introductie
- Neuroco.nl informatie en filmpjes
- https://gnkuu.nl/ oefenmateriaal week 5/6 nog doen
Inhoudsopgave
NEUROLOGIE.................................................................................................. 1
INLEIDING........................................................................................................................... 1
PERIFERE ZENUWSTELSEL...................................................................................................... 7
NEUROANATOMIE................................................................................................................. 8
SLAAPSTOORNISSEN............................................................................................................ 12
EPILEPSIE/AANVALLEN......................................................................................................... 16
REVALIDATIE..................................................................................................................... 20
NEURO-ONCOLOGIE............................................................................................................ 21
CEREBROVASCULAIRE ZIEKTEN.............................................................................................. 23
ONTWIKKELINGSSTOORNISSEN.............................................................................................. 24
EEG............................................................................................................................... 27
INFECTIEZIEKTEN................................................................................................................ 28
HOOFDPIJN....................................................................................................................... 30
BEWEGINGSSTOORNISSEN.................................................................................................... 31
DEMYELINISERENDE ZIEKTEN................................................................................................ 33
TRAUMATOLOGIE/NEUROCHIRURGIE.......................................................................................36
FUNCTIONELE STOORNISSEN................................................................................................. 37
MOEITE MET ZIEN............................................................................................................... 37
HYDROCEFALUS................................................................................................................. 38
MOEITE MET LOPEN............................................................................................................ 40
MOEITE MET PRATEN........................................................................................................... 43
NEUROANATOMIE............................................................................................................... 45
DUIZELIGHEID................................................................................................................... 47
BIJZONDERE NEUROLOGISCHE ZIEKTEBEELDEN..........................................................................49
COGNITIE......................................................................................................................... 50
EXTRA AANVULLING LOKALISATIE VANUIT CHAT.........................................................................51
PSYCHIATRIE................................................................................................ 52
INLEIDING......................................................................................................................... 52
STEMMINGSSTOORNISSEN.................................................................................................... 53
ACUTE EN SOCIALE PSYCHIATRIE............................................................................................ 55
PSYCHOTHERAPIE............................................................................................................... 56
CULTURELE PSYCHIATRIE...................................................................................................... 58
PERSOONLIJKHEIDSSTOORNISSEN........................................................................................... 59
PSYCHOTISCHE STOORNISSEN............................................................................................... 60
ANGST- EN DWANGSTOORNISSEN.......................................................................................... 62
KINDER- EN JEUGDPSYCHIATRIE; KJP 1-5.................................................................................64
ZIEKENHUISPSYCHIATRIE...................................................................................................... 69
GERIATRIE.................................................................................................... 73
CGA 1 & 2...................................................................................................................... 73
COGNITIEVE STOORNISSEN................................................................................................... 77
DE OUDERE PATIËNT IN HET ZIEKENHUIS.................................................................................80
DELIER............................................................................................................................ 82
MOBILITEITSSTOORNISSEN BIJ OUDEREN..................................................................................85
POLYFARMACIE............................................................................................ 88
NEUROLOGIE
INLEIDING
,Neurologisch consult
Neurologisch consult bestaat uit 4 processen:
1. De anamnese
Acuut vaak vasculaire oorzaak
Minuten tot half uur vaak migraine of epilepsie
Uren tot dagen eerder ontsteking of intoxicatie
Weken tot maanden vaak ruimte innemen proces of deficiënties
2. Lichamelijk onderzoek
3. Lokaliseren van de gevonden afwijkingen
Cognitieve systeem
Piramidale systeem (centraal motorisch neuron)
Wanneer je in PZS lokaliseer je ook verder: motorische
voorhoorncel, zenuwwortel, plexus, perifere zenuw,
spierzenuw-overgang of de spier
Extrapiramidale systeem
Cerebellaire systeem
Sensibele systeem
Zintuigsysteem
Bewustzijnsfuncties
4. Opstellen van DD
Zie bijlage 2 voor de tabellen van het neurologisch onderzoek
+ ppt week 1
Hoe denken we in de neurologie?
- Is het neurologie? Zo ja:
o Lokaliseren obv neurologisch consult
o Let op patroonherkenning:
Lokaliseren in de neurologie: motoriek
- Afhankelijk van de lokalisatie en volume vd laesie niet
alleen motorische klachten en verschijnselen
- Centraal morotisch neuron: hersenen (cortex) en
ruggenmerg (tot cauda equina)
- Perifeer motorisch neuron: vanaf cauda equina
Centraal motorisch neuron
- Lokalisatie: cortex subcortex capsula interna pons ruggenmerg
(piramidaal systeem)
- Functie: Reguleren motorische
bewegingen, willekeurige motoriek
+ fijne motoriek
o Met name snelle vlugge
bewegingen
- Synoniemen: tractus corticospinalis
(pyramidebaan)
Aandoeningen CMN t.p.v. cortex en subcorticale structuren:
, - Vasculair:
o Meestal A. cerebri media: hoe distaler
de afsluiting, hoe meer bij cortex de
aandoening
Vaak hand/arm/mondhoek
uitval
Links zit ook taal
CT-essentieel (bloeding
hyperdens, infarct hypodens)
o A cerebri anterior ook vaak: vaker
distaal
o Lobaire aandoeningen: vaak secundair, bv door metastasen
- Oncologisch:
o Primair:
Glioom: hooggradig geeft uitval, laaggradig
epilepsie
Meningeoom: langzaamgroeiend, vanaf
buitenkant (hersenvliezen)
o Sendundair: metastasen
- Trauma:
- Demyelinisatie (MS):
Capsula interna:
- Bestaat uit 3 delen: crus anterior, knie (genu) en
crus posterior
- Vezelbaan van witte stof; motorisch en sensibel
- Als deze aangedaan is, is dit meestal alleen
motorisch= pure motory stroke
o Kan door kleine laesies/infarcten in de
kleine arteriolen; lacunair infarct
(hypertensie, cholesterol)
o Kan ook pure sensory stroke zijn soms
Primaire hersenbloeding:
- Bij een bloeding kan er druk op de hersenstam komen; inklemming
bewustzijnsdaling autonome functies uitval dood
o Vaak ook grote pupil ipsilateraal, omdat n III bij de temporaalkwab
zit
o Bij doorbraak in ventrikels hydrocephalus
- Vaak hoofdpijn door hoge druk
Hersenstam:
- Piramide banen contralateraal, hersenzenuwen ipsilateraal
o Tractus corticobulbaris
- Mesencephalon, pons, medulla oblongata
o In medulla oblongata kruisen de piramidebanen
, Myelum:
- 3 niveaus:
o Cervicaal
o Thoracaal
o Lumbosacraal:
Myelum = conus
Wortel = cauda
- Wervels groeien sneller dan ruggenmerg segmenten correleren niet
helemaal
o Tepelhoogte Th4
o Borsthoogte: Th8
o Navel: Th10
o Liezen: L1
- Met name degeneratief, Demyelinisatie, oncologisch (60% thoracaal) of
trauma
o Vaak borst/long en prostaat metastasen
o Bij hersenen daarentegen dus meestal vasculair!
De spieren van het gezicht, hoofd en nek worden aangestuurd door het
corticobulbaris systeem, dat eindigt op motorneuronen in de motorische kernen
van de hersenstam. Vergelijk dit met het corticospinale traject waar de
hersenschors verbinding maakt met spinale motorneuronen en de beweging van
de romp, bovenste en onderste ledematen aanstuurt.
- Tractus corticospinalis: pyramidale parese, stoornis fijne motoriek,
hypertonie (knipmesfenomeen, geen rigiditeit), hyperreflexie en
pathologische VZS (Babinski)
- Tracturs corticobulbaris: uitval motorische
hersenzenuwen (dysarthrie, dysfagie)
Perifeer motorisch neuron
- Symptomen zijn afhankelijk van locatie
o Zenuwwortel, plexus, en perifere zenuw:
ook pijn en gevoelsstoornissen
o Neuromusculaire overgang: puur motorisch
o Spier: puur motorisch, evt myalgie
(spierpijn)
o Motorische voorhoorncel: ALS, polio
(zeldzaam)
- Spierzwakte, kenmerkende anatomische
verdeling, hyporeflexie, normo- of hypotonie, geen C5-6 Biceps pees reflex
pathologische reflexen, atrofie, fasciluaties C6-7 Triceps pees reflex
L3-4 Knie pees reflex
L5-S1 Achilles pees reflex
Spinale zenuwwortel:
- Mechanisch (compressie)
o Hernia nuclei pulposi (meestal naar lateraal), meestal L4/L5/S1
Let vooral op bij caudasyndroom
- Infecties (borellia/lyme, herpes zoster)
- Oncologisch
Plexus:
- Compressie
- Trauma