Hoorcollege 2: Diversiteit in het gezin
Wat verstaan we onder diversiteit?
Verschillen tussen mensen. Het kan gaan over verschillen in:
Etniciteit. Sociale culturele diversiteit. Bijv. De Marokkaanse identiteit, de taal en de cultuur
Klasse. Sociaal maatschappelijk positie.
Levensfase. Ben je een kind, jongvolwassen, volwassen etc.
Talent/handicap. Ben je goed op school?
Religie/levensbeschouwing. Bijv. Boeddhisme, Hummanisme
Sekse/gender. De biologische verschillen tussen jongens en meisjes en het gedrag wat
daarbij hoort.
Seksuele oriëntatie. Heteroseksueel, homoseksueel of biseksueel
Socialisatie. Gaat over het proces wat je door hebt gemaakt tot het worden wie je bent.
Diversiteit als uitdaging of probleem?
Diversiteit levert spanningen op in de samenleving. Mensen zijn bereid om daar heftige dingen voor
te doen. Bijv. Homoseksuele mensen die in elkaar worden geslagen.
Pedagogiek en diversiteit
Op het moment dat er in de samenleving sprake is van diversiteit, dringt dat ook het kinderleven
binnen. Bijv. In klassen zitten kinderen met verschillende culturele/religieuze achtergronden. Het
hebben van een homoseksuele juf of meester. Het respect hebben voor diversiteit is verankerd in het
IVRK.
Superdiversiteit
Kwantitatieve transitie (interculturele verschillen). Verschillen tussen groepen. Gaat over
hoeveelheden/aantallen. Steeds meer verschillende groepen/achtergronden vestigen zich in
Nederland. In grote steden bestaat vaak de helft al uit migranten. 2/3 van de jongeren onder
de 15 hebben geen Nederlandse achtergrond.
Kwalitatieve transitie (intra culturele verschillen). Verschillen binnen een groep. De
Marokkaan etc. bestaat niet meer. Migranten gaan naar school, halen hun diploma, gaan
werken en passen hun denken op zekere hoogte aan. De verschillen binnen een groep
nemen toe.
Theoriegeladenheid van de waarneming
Onze waarneming wordt gekleurd door ons referentiekader. Ons referentiekader is alles wat wij in
ons leven hebben meegemaakt. Je kan niet objectief waarnemen. Ieder mens maakt zijn eigen beeld
van de werkelijkheid.
Meervoudig kijken
Als pedagoog heb je altijd te maken met de invloed van je eigen referentiekader. Je moet je kunnen
verplaatsen in het perspectief van een ander, want jou perspectief is niet het enige perspectief.
Vanuit 1 perspectief kijken doet geen recht aan de werkelijkheid.
Diversiteitsbenaderingen
1. Deficietbenadering: inhalen of wegwerken van achterstanden. Deficiet is een tekort
2. Differentiebenadering: overbruggen van culturele verschillen. We moeten elkaar beter leren
begrijpen en kennis krijgen over de andere groep.
3. Discriminatiebenadering: tegengaan van uitsluiting en paternalisme (mannen zijn dominant).
4. Doelgroepenbenadering 3-in-1 gecombineerd
5. Diversitetisbenadering: verschillen en overeenkomsten tussen mensen onderkennen.
Wat verstaan we onder diversiteit?
Verschillen tussen mensen. Het kan gaan over verschillen in:
Etniciteit. Sociale culturele diversiteit. Bijv. De Marokkaanse identiteit, de taal en de cultuur
Klasse. Sociaal maatschappelijk positie.
Levensfase. Ben je een kind, jongvolwassen, volwassen etc.
Talent/handicap. Ben je goed op school?
Religie/levensbeschouwing. Bijv. Boeddhisme, Hummanisme
Sekse/gender. De biologische verschillen tussen jongens en meisjes en het gedrag wat
daarbij hoort.
Seksuele oriëntatie. Heteroseksueel, homoseksueel of biseksueel
Socialisatie. Gaat over het proces wat je door hebt gemaakt tot het worden wie je bent.
Diversiteit als uitdaging of probleem?
Diversiteit levert spanningen op in de samenleving. Mensen zijn bereid om daar heftige dingen voor
te doen. Bijv. Homoseksuele mensen die in elkaar worden geslagen.
Pedagogiek en diversiteit
Op het moment dat er in de samenleving sprake is van diversiteit, dringt dat ook het kinderleven
binnen. Bijv. In klassen zitten kinderen met verschillende culturele/religieuze achtergronden. Het
hebben van een homoseksuele juf of meester. Het respect hebben voor diversiteit is verankerd in het
IVRK.
Superdiversiteit
Kwantitatieve transitie (interculturele verschillen). Verschillen tussen groepen. Gaat over
hoeveelheden/aantallen. Steeds meer verschillende groepen/achtergronden vestigen zich in
Nederland. In grote steden bestaat vaak de helft al uit migranten. 2/3 van de jongeren onder
de 15 hebben geen Nederlandse achtergrond.
Kwalitatieve transitie (intra culturele verschillen). Verschillen binnen een groep. De
Marokkaan etc. bestaat niet meer. Migranten gaan naar school, halen hun diploma, gaan
werken en passen hun denken op zekere hoogte aan. De verschillen binnen een groep
nemen toe.
Theoriegeladenheid van de waarneming
Onze waarneming wordt gekleurd door ons referentiekader. Ons referentiekader is alles wat wij in
ons leven hebben meegemaakt. Je kan niet objectief waarnemen. Ieder mens maakt zijn eigen beeld
van de werkelijkheid.
Meervoudig kijken
Als pedagoog heb je altijd te maken met de invloed van je eigen referentiekader. Je moet je kunnen
verplaatsen in het perspectief van een ander, want jou perspectief is niet het enige perspectief.
Vanuit 1 perspectief kijken doet geen recht aan de werkelijkheid.
Diversiteitsbenaderingen
1. Deficietbenadering: inhalen of wegwerken van achterstanden. Deficiet is een tekort
2. Differentiebenadering: overbruggen van culturele verschillen. We moeten elkaar beter leren
begrijpen en kennis krijgen over de andere groep.
3. Discriminatiebenadering: tegengaan van uitsluiting en paternalisme (mannen zijn dominant).
4. Doelgroepenbenadering 3-in-1 gecombineerd
5. Diversitetisbenadering: verschillen en overeenkomsten tussen mensen onderkennen.