HC 1 – LIGANDEN & RECEPTOREN
1. Wat is een ligand?
Een ligand is een molecuul of ion dat specifiek bindt aan een eiwit
(meestal een receptor of enzym) om een complex te vormen en daardoor:
Een signaal activeert (agonist)
Of een signaal blokkeert (antagonist)
Voorbeelden:
Hormonen (adrenaline, cortisol) endogeen
Neurotransmitters (acetylcholine, serotonine) endogeen
Geneesmiddelen
Het signaleringsproces
1. Signalerende cellen voegen het juiste ligand samen door een signaal die
ze krijgen.
2. Ligandmoleculen worden vrijgelaten in de extracellulaire vloeistof.
3. De ligand moleculen worden getransporteerd naar de doelwit cel.
Afhankelijk van de fysisch-chemische eigenschappen, blijven de
ligandmoleculen in de extracellulaire vloeistof of komt de doelwit cel
binnen.
4. De juiste receptoren van de doelwitcellen herkennen de ligand
moleculen en binden zich eraan waarbij een complex wordt gevormd.
Deze receptoren bevinden zich of in de doelwitcellen (intracellulaire
receptoren) of op het celmembraan (celoppervlakreceptoren).
5. Het ligand-receptor complex verandert het signaal in een intracellulaire
boodschap waarbij een biologische reactie wordt opgewekt in de
doelwitcellen.
6. Het ligand wordt verwijderd, waardoor de reactie ook wordt beëindigd
2. Wat is een receptor?
Een receptor is een eiwit dat:
Een ligand herkent
Een conformatieverandering ondergaat
Een functionele respons veroorzaakt
,Vormverandering = functieverandering
3. Soorten receptoren
1. G-protein-coupled receptors (GPCR)
2. Ionkanalen
3. Kinase-receptoren
4. Intracellulaire (nucleaire) receptoren
4. GPCR – G-Protein-Coupled Receptors
Algemene kenmerken
Liggen in het celmembraan
Hebben 7 transmembraan α-helices (H1–H7)
± 40% van alle geneesmiddelen werkt via GPCR
Bijvoorbeeld:
o Adrenaline
o Cortisol
o Rhodoposine
, o Epidermale groeifactor
Functies
Membraanpassage van signaal (zo hoeft het ligand de cel niet in)
Selectiviteit van signaal cellulair effect
Versterking signaal
Structuur
Lange aminozuurketen
Lipofiele helices verankerd in membraan
Extracellulaire domeinen: ligandbinding
Intracellulaire domeinen: koppeling aan G-eiwit
Structuur van GPCR, bestaat uit lange aminozuur keten, in die keten zitten
lipofiele domeinen (H1,H2,H3 etc.). Deze lipofiele domeinen willen dan
graag tussen het lipofiele celmembraan inzitten en doet dat dus dan ook.
Aan de buitenkant blijft dus dan nog een gedeelte zitten die dan weer met
de omgeving bindingen kan aangaan.
Een extracellulair N-terminus → bindt het ligand
Een intracellulair C-terminus → interactie met G-proteïnen
Coupled-receptor.
Wanneer eiwitten aan elkaar gekoppeld zitten. Zoals een GPCR en G-eiwit
dat ze onderling gekoppeld zijn van binnenuit de cel. Als vervolgens een
, ander eiwit/ligand koppelt aan de GPRC aan de buitenkant, word er een
signaal doorgespeeld naar de GPRC en die vervolgens weer afgeeft aan
het desbetreffende gekoppelde eiwit (G-eiwit). Het gekoppelde eiwit kan
dan weer iets doen binnen de cel. De GPCR is dus als het ware het signaal
aan het vertalen van buiten naar binnen de cel.
5. G-eiwitten (transducers)
Samenstelling
Gα (alfa-subunit)
Gβ (beta-subunit)
Gγ (gamma-subunit)
Samen vormen ze één G-eiwitcomplex.
Functie
Zorgt ervoor dat het signaal doorgegeven wordt dmv vormverandering.
Vormverandering functieverandering.
Inactieve toestand
Gα is gebonden aan GDP
(GDP = guanosine diphosphate)
Gαβγ zitten samen
Activatie stap-voor-stap
1. Ligand bindt aan GPCR
1. Wat is een ligand?
Een ligand is een molecuul of ion dat specifiek bindt aan een eiwit
(meestal een receptor of enzym) om een complex te vormen en daardoor:
Een signaal activeert (agonist)
Of een signaal blokkeert (antagonist)
Voorbeelden:
Hormonen (adrenaline, cortisol) endogeen
Neurotransmitters (acetylcholine, serotonine) endogeen
Geneesmiddelen
Het signaleringsproces
1. Signalerende cellen voegen het juiste ligand samen door een signaal die
ze krijgen.
2. Ligandmoleculen worden vrijgelaten in de extracellulaire vloeistof.
3. De ligand moleculen worden getransporteerd naar de doelwit cel.
Afhankelijk van de fysisch-chemische eigenschappen, blijven de
ligandmoleculen in de extracellulaire vloeistof of komt de doelwit cel
binnen.
4. De juiste receptoren van de doelwitcellen herkennen de ligand
moleculen en binden zich eraan waarbij een complex wordt gevormd.
Deze receptoren bevinden zich of in de doelwitcellen (intracellulaire
receptoren) of op het celmembraan (celoppervlakreceptoren).
5. Het ligand-receptor complex verandert het signaal in een intracellulaire
boodschap waarbij een biologische reactie wordt opgewekt in de
doelwitcellen.
6. Het ligand wordt verwijderd, waardoor de reactie ook wordt beëindigd
2. Wat is een receptor?
Een receptor is een eiwit dat:
Een ligand herkent
Een conformatieverandering ondergaat
Een functionele respons veroorzaakt
,Vormverandering = functieverandering
3. Soorten receptoren
1. G-protein-coupled receptors (GPCR)
2. Ionkanalen
3. Kinase-receptoren
4. Intracellulaire (nucleaire) receptoren
4. GPCR – G-Protein-Coupled Receptors
Algemene kenmerken
Liggen in het celmembraan
Hebben 7 transmembraan α-helices (H1–H7)
± 40% van alle geneesmiddelen werkt via GPCR
Bijvoorbeeld:
o Adrenaline
o Cortisol
o Rhodoposine
, o Epidermale groeifactor
Functies
Membraanpassage van signaal (zo hoeft het ligand de cel niet in)
Selectiviteit van signaal cellulair effect
Versterking signaal
Structuur
Lange aminozuurketen
Lipofiele helices verankerd in membraan
Extracellulaire domeinen: ligandbinding
Intracellulaire domeinen: koppeling aan G-eiwit
Structuur van GPCR, bestaat uit lange aminozuur keten, in die keten zitten
lipofiele domeinen (H1,H2,H3 etc.). Deze lipofiele domeinen willen dan
graag tussen het lipofiele celmembraan inzitten en doet dat dus dan ook.
Aan de buitenkant blijft dus dan nog een gedeelte zitten die dan weer met
de omgeving bindingen kan aangaan.
Een extracellulair N-terminus → bindt het ligand
Een intracellulair C-terminus → interactie met G-proteïnen
Coupled-receptor.
Wanneer eiwitten aan elkaar gekoppeld zitten. Zoals een GPCR en G-eiwit
dat ze onderling gekoppeld zijn van binnenuit de cel. Als vervolgens een
, ander eiwit/ligand koppelt aan de GPRC aan de buitenkant, word er een
signaal doorgespeeld naar de GPRC en die vervolgens weer afgeeft aan
het desbetreffende gekoppelde eiwit (G-eiwit). Het gekoppelde eiwit kan
dan weer iets doen binnen de cel. De GPCR is dus als het ware het signaal
aan het vertalen van buiten naar binnen de cel.
5. G-eiwitten (transducers)
Samenstelling
Gα (alfa-subunit)
Gβ (beta-subunit)
Gγ (gamma-subunit)
Samen vormen ze één G-eiwitcomplex.
Functie
Zorgt ervoor dat het signaal doorgegeven wordt dmv vormverandering.
Vormverandering functieverandering.
Inactieve toestand
Gα is gebonden aan GDP
(GDP = guanosine diphosphate)
Gαβγ zitten samen
Activatie stap-voor-stap
1. Ligand bindt aan GPCR