100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

SAMENVATTING NATUUR EN TECHNIEK PABO TOELATINGSTOETS

Beoordeling
-
Verkocht
1
Pagina's
18
Geüpload op
13-01-2026
Geschreven in
2025/2026

samenvatting over natuur en techniek toelatingstoets

Instelling
Vak










Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
13 januari 2026
Aantal pagina's
18
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

NATUUR EN
TECHNIEK
B1 BIOLOGISCHE EENHEID

Alles wat leeft, is opgebouwd uit cellen. Een cel is het kleinste levende bouwsteentje
van een organisme. Sommige organismen bestaan uit maar één cel, zoals bacteriën of
eencellige algen. Zo’n ene cel doet alles zelf: hij neemt voedingsstoffen op, maakt
energie vrij, reageert op prikkels, kan zich voortplanten en houdt zichzelf in leven. Bij
grotere organismen, zoals planten, dieren en mensen, is dat anders. Zij bestaan uit heel
veel cellen die samenwerken. Elke cel heeft daarbij een eigen taak, waardoor het hele
organisme veel ingewikkelder en efficiënter kan functioneren.

Cellen en hun onderdelen

Elke cel bestaat uit verschillende celonderdelen, die samen zorgen dat de cel kan
leven. In het midden van de cel zit vaak de celkern. Dit is het regelcentrum van de cel.
In de celkern liggen de chromosomen, waarin het DNA zit. Dit DNA kun je zien als het
instructieboek van de cel: het bevat alle informatie over hoe de cel moet werken en
welke eigenschappen het organisme heeft. De cel is verder gevuld met celplasma
(cytoplasma), een geleiachtige vloeistof waarin alle onderdelen liggen en waarin stoffen
worden vervoerd. Om de cel heen zit het celmembraan, een dun vliesje dat bepaalt
welke stoffen de cel in en uit mogen. Het werkt dus als een poortwachter.

Plantaardige cellen hebben extra onderdelen die dierlijke cellen niet hebben. Ze hebben
een celwand, die zorgt voor extra stevigheid, een grote vacuole met vocht die de cel
strak houdt, en bladgroenkorrels (chloroplasten). In deze bladgroenkorrels vindt
fotosynthese plaats: met behulp van zonlicht maakt de plant suikers aan. Dierlijke
cellen hebben geen celwand, geen grote vacuole en geen bladgroenkorrels. Zowel plant-
als dierlijke cellen hebben wél een celkern, celplasma en een celmembraan. Bacteriën en
schimmels hebben ook een celwand en een celmembraan. Virussen zijn geen cellen
en worden daarom niet gezien als levende organismen.

Van cellen naar organismen

Cellen die dezelfde taak hebben, vormen samen een weefsel. Zo kan spierweefsel
samentrekken en beweging veroorzaken, zenuwweefsel geleidt signalen door het
lichaam en huidweefsel beschermt het lichaam tegen beschadiging en
ziekteverwekkers. Verschillende weefsels werken samen in een orgaan. Voorbeelden
zijn het hart, dat bloed door het lichaam pompt, en de longen, die zuurstof opnemen en
koolstofdioxide afgeven. Bij planten zijn bladeren, wortels en stengels ook organen met
elk hun eigen functie.

Organen werken vaak samen in orgaanstelsels. Het spijsverteringsstelsel breekt
voedsel af en neemt voedingsstoffen op, het bloedvatenstelsel vervoert zuurstof,
voedingsstoffen en afvalstoffen, en het zenuwstelsel zorgt voor communicatie en
samenwerking in het lichaam. Zo ontstaat de vaste opbouw van organismen:
cellen → weefsels → organen → orgaanstelsels → organisme.

Organen van planten

1

,Planten hebben verschillende organen die samen zorgen voor groei en voortplanting. De
wortels nemen water en mineralen op en verankeren de plant in de bodem. De stengel
zorgt voor transport: via houtvaten gaat water omhoog naar de bladeren en via
bastvaten worden suikers door de plant vervoerd. De bladeren doen aan fotosynthese
en bevatten huidmondjes (bovenkant) die zuurstof en koolstofdioxide in en uit laten. De
bloem is het voortplantingsorgaan van de plant. Kelkbladen beschermen de bloem,
kroonbladen lokken insecten, meeldraden (mannelijk) maken stuifmeel en de stamper
vangt het stuifmeel op. In het vruchtbeginsel ontstaan uiteindelijk zaden.

Organen van dieren en mensen

Dieren en mensen hebben veel verschillende orgaanstelsels. Het spijsverteringsstelsel
begint in de mond, waar voedsel wordt gekauwd, gaat via de slokdarm naar de maag en
wordt verder verteerd in de dunne darm met behulp van enzymen en gal.
Voedingsstoffen worden daar opgenomen in het bloed. De dikke darm neemt water op en
via de endeldarm en anus verlaten resten het lichaam.

Het uitscheidingsstelsel zorgt voor het afvoeren van afvalstoffen. De nieren filteren
het bloed en maken urine, die in de blaas wordt opgeslagen. Ook de huid scheidt
afvalstoffen uit via zweet. Het bloedvatenstelsel bestaat uit het hart, slagaders, aders
en haarvaten en zorgt voor transport door het hele lichaam. Er is een kleine
bloedsomloop (hart–longen–hart), (Rechterboezem → rechterkamer → longslagader →
longen → longaders → linkerboezem)

en een grote bloedsomloop (hart–lichaam–hart), ( Linkerboezem → linkerkamer → aorta
→ lichaam (haarvaten) → aders → holle aders → rechterboezem)

Het ademhalingsstelsel zorgt voor gaswisseling. Via neus en mond komt lucht binnen,
die via de luchtpijp en bronchiën naar de longen gaat. In de longblaasjes wordt zuurstof
opgenomen en koolstofdioxide afgegeven. Het zenuwstelsel en het hormoonstelsel
regelen alles in het lichaam, van beweging en reflexen tot groei en stress. Het skelet en
de spieren zorgen samen voor beweging en stevigheid. Spieren werken vaak in
antagonisten, zoals de biceps en triceps (arm buigen biceps spannen aan en triceps
onstpannen) Tegenovergestelde dus van elkaar. Het voortplantingsstelsel zorgt
ervoor dat mensen en dieren zich kunnen voortplanten.

Indeling en ecologie

Organismen worden ingedeeld in soorten en grotere groepen. Een soort bestaat uit
organismen die samen vruchtbare nakomelingen kunnen krijgen. Er zijn eencelligen,
schimmels, planten en dieren. Dieren worden onderverdeeld in gewervelden en
ongewervelden. Organismen leven samen in een ecosysteem, waarin levende
(biotische) en niet-levende (abiotische) factoren elkaar beïnvloeden. Het leefgebied heet
een biotoop.

In ecosystemen bestaan voedselketens, voedselwebben en voedselpiramides.
Planten zijn producenten, dieren zijn consumenten en bacteriën en schimmels zijn
reducenten. Hoe meer verschillende soorten er zijn, hoe groter de biodiversiteit en
hoe stabieler het ecosysteem.



B2 INSTANDHOUDING

Om te blijven leven moet een organisme zichzelf voortdurend onderhouden. Dat
betekent dat het lichaam steeds energie nodig heeft, nieuwe stoffen moet maken en

2

, afvalstoffen moet opruimen. Al deze processen samen noemen we de stofwisseling. De
stofwisseling gebeurt in de cellen van planten, dieren en mensen.

Er zijn twee soorten stofwisseling:

Assimilatie betekent: stoffen opbouwen.
Cellen maken nieuwe stoffen die nodig zijn voor groei, herstel of opslag van energie.

Een belangrijk voorbeeld is fotosynthese bij planten. In de bladgroenkorrels (met het
groene pigment chlorofyl) maken planten met behulp van zonlicht glucose (suiker) uit
water en koolstofdioxide. Daarbij komt zuurstof vrij.
Die glucose is:

 een brandstof (energie)

 een bouwstof (voor groei)

 een reservestof (opslag)

Fotosynthese is superbelangrijk, want:

 planten maken zuurstof → mensen en dieren ademen dit in

 planten vormen de basis van alle voedselketens

Dissimilatie betekent: stoffen afbreken om energie vrij te maken.
Dit heet ook wel verbranding of celademhaling.

Bij verbranding gebeurt dit:
glucose + zuurstof → energie + water + koolstofdioxide

Die energie gebruikt het lichaam voor:

 bewegen

 warm blijven

 groeien

 organen laten werken

Bijvoorbeeld: tijdens sporten breken spiercellen glucose af om energie te krijgen om te
bewegen.

Samenwerking van organen

Om de stofwisseling goed te laten werken, moeten organen samenwerken.

Ademhaling en bloedsomloop:

 In de longen komt zuurstof in het bloed

 Rode bloedcellen bevatten hemoglobine, dat zuurstof bindt

 Het bloed vervoert:

o zuurstof naar alle cellen

o koolstofdioxide terug naar de longen

o voedingsstoffen naar de cellen



3
$10.45
Krijg toegang tot het volledige document:

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
naomivdsanden

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
naomivdsanden Hogeschool Rotterdam
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
1
Lid sinds
1 week
Aantal volgers
0
Documenten
2
Laatst verkocht
1 dag geleden

0.0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen