Term Definition
Privaatrecht Rechtsregels die de verhoudingen tussen private personen onderling regelen, waarbij wilsautonomie en
formele gelijkheid tussen partijen centraal staan. Dit staat tegenover het publiekrecht dat de
overheidsorganisatie en de relatie overheid-burger beheerst.
Publiekrecht Het rechtsgebied dat de organisatie van de overheid, de relatie tussen overheden onderling, en de
relatie tussen de overheid en de burgers regelt, onderverdeeld in onder andere grondwettelijk recht en
bestuursrecht.
Organiek bestuursrecht De benadering binnen het bestuursrecht die zich focust op de organisatie, bevoegdheden en werking van
de organen die bekleed zijn met de uitvoerende macht, los van de specifieke functie die zij uitoefenen op
een bepaald moment.
Functioneel De benadering binnen het bestuursrecht die de rechtsregels omvat die van toepassing zijn op de
bestuursrecht handelingen van alle staatsmachten die een taak van ‘uitvoering’ of ‘bestuur’ uitoefenen, onafhankelijk
van hun primaire positie in de machtenscheiding.
Driemachtenleer Het theoretische model dat de staatsmacht verdeelt in drie strikt gescheiden machten: de wetgevende,
de uitvoerende en de rechterlijke macht, hoewel de praktijk in het bestuursrecht vaak tot nuancering
leidt.
Le privilège du Een voorrecht van de eenzijdige bestuurlijke rechtshandeling (EBR) dat inhoudt dat de beslissingen van
préalable het bestuur vermoedelijk wettig zijn en bindende kracht hebben, zonder dat eerst de instemming van de
bestuurde vereist is.
Le privilège de Het voorrecht dat een eenzijdige bestuurlijke rechtshandeling in beginsel uit zichzelf uitvoerbaar is, wat
, Term Definition
l’exécution d’office betekent dat het bestuur de handeling kan afdwingen zonder voorafgaande tussenkomst of goedkeuring
van een rechter.
Veranderlijkheidsbegin Een beginsel dat de overheid de eenzijdige bevoegdheid geeft om (in het algemeen belang) de
sel organisatie van haar diensten en personeel aan te passen, waardoor bestuurden geen absolute
verworven rechten kunnen laten gelden tegen deze wijzigingen.
Algemeen Het deel van het bestuursrecht dat de algemene regels, figuren en principes bevat die van toepassing
bestuursrecht zijn op alle besturen en die de algemene bevoegdheden en de rechtsbescherming van en tegen de
overheid regelen.
Bijzonder De verzameling van specifieke, sectorale en vaak technisch gedetailleerde regelingen binnen het
bestuursrecht bestuursrecht, zoals omgevingsrecht of migratierecht, vaak beheerd door gespecialiseerde
administratieve rechtscolleges.
Eenzijdige bestuurlijke Een eenzijdige handeling uitgaande van een bestuur die doelbewust is gesteld met het oog op het
rechtshandeling (EBR) realiseren van specifieke rechtsgevolgen, waardoor de rechtstoestand van de bestuurde eenzijdig wordt
gewijzigd of behouden.
Voorbereidende Handelingen die het nemen van een uiteindelijke eenzijdige bestuurlijke rechtshandeling voorafgaan,
handelingen maar zelf geen rechtsgevolgen creëren en daarom niet rechtstreeks voor de RvS kunnen worden
aangevochten, tenzij ze deel uitmaken van een complexe EBR.
Voorbeslissingen Handelingen die genomen worden in de voorbereiding van een EBR, maar die op zichzelf al
rechtsgevolgen creëren, waardoor zij afzonderlijk kunnen worden aangevochten voor de Raad van State
Privaatrecht Rechtsregels die de verhoudingen tussen private personen onderling regelen, waarbij wilsautonomie en
formele gelijkheid tussen partijen centraal staan. Dit staat tegenover het publiekrecht dat de
overheidsorganisatie en de relatie overheid-burger beheerst.
Publiekrecht Het rechtsgebied dat de organisatie van de overheid, de relatie tussen overheden onderling, en de
relatie tussen de overheid en de burgers regelt, onderverdeeld in onder andere grondwettelijk recht en
bestuursrecht.
Organiek bestuursrecht De benadering binnen het bestuursrecht die zich focust op de organisatie, bevoegdheden en werking van
de organen die bekleed zijn met de uitvoerende macht, los van de specifieke functie die zij uitoefenen op
een bepaald moment.
Functioneel De benadering binnen het bestuursrecht die de rechtsregels omvat die van toepassing zijn op de
bestuursrecht handelingen van alle staatsmachten die een taak van ‘uitvoering’ of ‘bestuur’ uitoefenen, onafhankelijk
van hun primaire positie in de machtenscheiding.
Driemachtenleer Het theoretische model dat de staatsmacht verdeelt in drie strikt gescheiden machten: de wetgevende,
de uitvoerende en de rechterlijke macht, hoewel de praktijk in het bestuursrecht vaak tot nuancering
leidt.
Le privilège du Een voorrecht van de eenzijdige bestuurlijke rechtshandeling (EBR) dat inhoudt dat de beslissingen van
préalable het bestuur vermoedelijk wettig zijn en bindende kracht hebben, zonder dat eerst de instemming van de
bestuurde vereist is.
Le privilège de Het voorrecht dat een eenzijdige bestuurlijke rechtshandeling in beginsel uit zichzelf uitvoerbaar is, wat
, Term Definition
l’exécution d’office betekent dat het bestuur de handeling kan afdwingen zonder voorafgaande tussenkomst of goedkeuring
van een rechter.
Veranderlijkheidsbegin Een beginsel dat de overheid de eenzijdige bevoegdheid geeft om (in het algemeen belang) de
sel organisatie van haar diensten en personeel aan te passen, waardoor bestuurden geen absolute
verworven rechten kunnen laten gelden tegen deze wijzigingen.
Algemeen Het deel van het bestuursrecht dat de algemene regels, figuren en principes bevat die van toepassing
bestuursrecht zijn op alle besturen en die de algemene bevoegdheden en de rechtsbescherming van en tegen de
overheid regelen.
Bijzonder De verzameling van specifieke, sectorale en vaak technisch gedetailleerde regelingen binnen het
bestuursrecht bestuursrecht, zoals omgevingsrecht of migratierecht, vaak beheerd door gespecialiseerde
administratieve rechtscolleges.
Eenzijdige bestuurlijke Een eenzijdige handeling uitgaande van een bestuur die doelbewust is gesteld met het oog op het
rechtshandeling (EBR) realiseren van specifieke rechtsgevolgen, waardoor de rechtstoestand van de bestuurde eenzijdig wordt
gewijzigd of behouden.
Voorbereidende Handelingen die het nemen van een uiteindelijke eenzijdige bestuurlijke rechtshandeling voorafgaan,
handelingen maar zelf geen rechtsgevolgen creëren en daarom niet rechtstreeks voor de RvS kunnen worden
aangevochten, tenzij ze deel uitmaken van een complexe EBR.
Voorbeslissingen Handelingen die genomen worden in de voorbereiding van een EBR, maar die op zichzelf al
rechtsgevolgen creëren, waardoor zij afzonderlijk kunnen worden aangevochten voor de Raad van State