H8: effectormechanismen van
humorale immuniteit
Foto 1: effectorfuncties van antilichamen
Algemene functies van antistoffen
Neutralisatie:
o antistoffen binden aan bacteriën, virussen of toxines →
verhinderen dat deze hun functie uitoefenen
Opsonisatie en fagocytose
o Antistoffen maken pathogenen “smakelijk” voor fagocyten
door binding aan Fc-receptoren → bevordert fagocytose
Antibody-dependent cellular cytotoxicity
o Antistoffen vormen een brug tussen doelwitcellen en NK-cellen
→ NK-cellen doden de gemarkeerde cel.
Complementactivatie
o Antistoffen activeren het complementsysteem → leidt tot lysis
van microben en ontstekingsreacties
Belangrijkste immunoglobulineklassen en hun functies
IgG
o Neutralisatie van microben en toxines.
o Opsonisatie voor fagocytose door macrofagen en neutrofielen.
o Activatie van het klassieke complementsysteem.
o Brug tussen NK-cel en cel dat afgebroken moet worden
o Neonatale immuniteit: passeert placenta → bescherming van
foetus.
o Feedback-inhibitie van B-celactivatie.
IgM
o Eerste antistof bij infectie.
o Sterke activator van het klassieke complementsysteem
IgA
o Neutralisatie van microben en toxines op mucosa.
IgE
o Activatie van mestcellen
o Belangrijk bij verdediging tegen parasieten
Foto 2: Neonatale Fc-receptor (FcRn) draagt bij aan de lange
halfwaardetijd van IgG-moleculen
Halfleven van immunoglobulinen
, IgG: ± 21 dagen
IgA: ± 7 dagen
Mechanisme van verlengd halfleven (recuperatie)
Endotheelcellen nemen IgG op via endocytose → IgG komt in een
endosoom
In het endosoom (pH < 7) bindt IgG aan FcRn (neonatal Fc receptor)
Complex IgG-FcRn wordt naar een recycling endosoom gestuurd
Bij extracellulaire pH > 7 laat FcRn IgG los → IgG komt terug in de
circulatie
Andere eiwitten in het endosoom worden afgebroken in lysosomen
Resultaat: IgG wordt hergebruikt → halfleven verlengd
Therapeutisch inzicht
FcRn-recuperatie wordt benut om medicatie langer actief te houden:
o Voor TNF-remmers:
In plaats van TNF zelf → gebruik TNF-receptor gekoppeld
aan Fc-gedeelte van IgG
Fc-gedeelte wordt herkend door FcRn → verlengt
halfleven van het fusie-eiwit
o Ook bij anti-TNF IgG: antistof tegen TNF profiteert van FcRn-
mechanisme
Foto 3: Neutralisatie van microben en toxines door antilichamen
Antistoffen neutraliseren microben en toxines door blokkering van hun
interactie met cellen:
Microbe-entry blokkeren → antistoffen verhinderen dat microben
door het epitheel binnendringen
Infectie van cellen voorkomen → antistoffen blokkeren binding van
microben aan celreceptoren → geen infectie
Toxine-effect neutraliseren → antistoffen verhinderen dat toxines aan
celreceptoren binden → geen pathologische schade
Foto 4: Antilichaam-gemedieerde opsonisatie en fagocytose van microben
Opsonisatie = “smakelijk maken” van een microbe voor fagocytose
o Antistof bindt aan bacterie:
Fab-gedeelte → bindt aan het antigeen op de bacterie
Fc-gedeelte → wordt herkend door Fc-receptor op fagocyterende cel
Antistof fungeert als brug tussen bacterie en fagocyt
Binding van Fc-receptor activeert fagocyt → signalen leiden tot
fagocytose.
Na opname wordt bacterie gedood in de fagocyt
humorale immuniteit
Foto 1: effectorfuncties van antilichamen
Algemene functies van antistoffen
Neutralisatie:
o antistoffen binden aan bacteriën, virussen of toxines →
verhinderen dat deze hun functie uitoefenen
Opsonisatie en fagocytose
o Antistoffen maken pathogenen “smakelijk” voor fagocyten
door binding aan Fc-receptoren → bevordert fagocytose
Antibody-dependent cellular cytotoxicity
o Antistoffen vormen een brug tussen doelwitcellen en NK-cellen
→ NK-cellen doden de gemarkeerde cel.
Complementactivatie
o Antistoffen activeren het complementsysteem → leidt tot lysis
van microben en ontstekingsreacties
Belangrijkste immunoglobulineklassen en hun functies
IgG
o Neutralisatie van microben en toxines.
o Opsonisatie voor fagocytose door macrofagen en neutrofielen.
o Activatie van het klassieke complementsysteem.
o Brug tussen NK-cel en cel dat afgebroken moet worden
o Neonatale immuniteit: passeert placenta → bescherming van
foetus.
o Feedback-inhibitie van B-celactivatie.
IgM
o Eerste antistof bij infectie.
o Sterke activator van het klassieke complementsysteem
IgA
o Neutralisatie van microben en toxines op mucosa.
IgE
o Activatie van mestcellen
o Belangrijk bij verdediging tegen parasieten
Foto 2: Neonatale Fc-receptor (FcRn) draagt bij aan de lange
halfwaardetijd van IgG-moleculen
Halfleven van immunoglobulinen
, IgG: ± 21 dagen
IgA: ± 7 dagen
Mechanisme van verlengd halfleven (recuperatie)
Endotheelcellen nemen IgG op via endocytose → IgG komt in een
endosoom
In het endosoom (pH < 7) bindt IgG aan FcRn (neonatal Fc receptor)
Complex IgG-FcRn wordt naar een recycling endosoom gestuurd
Bij extracellulaire pH > 7 laat FcRn IgG los → IgG komt terug in de
circulatie
Andere eiwitten in het endosoom worden afgebroken in lysosomen
Resultaat: IgG wordt hergebruikt → halfleven verlengd
Therapeutisch inzicht
FcRn-recuperatie wordt benut om medicatie langer actief te houden:
o Voor TNF-remmers:
In plaats van TNF zelf → gebruik TNF-receptor gekoppeld
aan Fc-gedeelte van IgG
Fc-gedeelte wordt herkend door FcRn → verlengt
halfleven van het fusie-eiwit
o Ook bij anti-TNF IgG: antistof tegen TNF profiteert van FcRn-
mechanisme
Foto 3: Neutralisatie van microben en toxines door antilichamen
Antistoffen neutraliseren microben en toxines door blokkering van hun
interactie met cellen:
Microbe-entry blokkeren → antistoffen verhinderen dat microben
door het epitheel binnendringen
Infectie van cellen voorkomen → antistoffen blokkeren binding van
microben aan celreceptoren → geen infectie
Toxine-effect neutraliseren → antistoffen verhinderen dat toxines aan
celreceptoren binden → geen pathologische schade
Foto 4: Antilichaam-gemedieerde opsonisatie en fagocytose van microben
Opsonisatie = “smakelijk maken” van een microbe voor fagocytose
o Antistof bindt aan bacterie:
Fab-gedeelte → bindt aan het antigeen op de bacterie
Fc-gedeelte → wordt herkend door Fc-receptor op fagocyterende cel
Antistof fungeert als brug tussen bacterie en fagocyt
Binding van Fc-receptor activeert fagocyt → signalen leiden tot
fagocytose.
Na opname wordt bacterie gedood in de fagocyt