H5: T-cel gemedieerde
immuniteit
Foto 1: Soorten intracellulaire microben die bestreden worden door T-cel-
gemedieerde immuniteit
Doel van T-cel gemedieerde immuniteit: verdediging tegen micro-
organismen (MO) die zich binnenin cellen bevinden
1. Infectie van alle cellen (niet-fagocyten)
Pathogenen: virussen, sommige protozoa
Mechanisme: MO dringen cel binnen en vermenigvuldigen zich
→ negatieve effecten
Afweer: CD8+ T-cellen herkennen geïnfecteerde cellen en
doden ze direct
2. Infectie van fagocyterende cellen
Pathogenen: intracellulaire bacteriën, fungi, protzoa
Mechanisme: MO worden gefagocyteerde en komen in
fagolysosoom terecht
Afweer:
i. CD4+ T-cellen activeren fagocyten via cytokines en
CD40L om MO af te breken
ii. CD8+ T-cellen doden fagocyten als MO ontsnapt naar
het cytosol
Foto 2: Inductie- en effectorfases van cellulaire immuniteit
Inductiefase:
1. Antigeenherkenning
Antigenen van het MO komen via afferente lymfevaten in een
lymfeknoop
Naïeve T-cellen herkennen het antigeen via hun TCR (T-cel
receptor) in combinatie met MHC:
i. CD4+ T-cellen → herkennen antigeen op MHC-II
ii. CD8+ T-cellen → herkennen antigeen op MHC-I
2. Activatie en proliferatie
Co-stimulatie en cytokines (fagocyteren, inflammatie, MO
afdoden) zorgen voor activatie
T-cellen prolifereren en differentiëren tot effectorcellen:
i. CD4+ effectorcellen (T-helpercellen).
ii. CD8+ effectorcellen (CTL: cytotoxische T-lymfocyten
Effectorfase:
, 1. Migratie naar infectiehaard
Effector T-cellen verlaten de lymfeknoop en circuleren via
bloed naar het geïnfecteerde weefsel
2. Functie op plaats van infectie
CD4+ T-helpercellen:
i. Produceren cytokines → stimuleren macrofagen en
andere immuuncellen.
ii. Versterken fagocytose, doding van MO, en inflammatie.
CD8+ cytotoxische T-cellen:
i. Doden geïnfecteerde cellen (vooral cellen met
intracellulaire pathogenen)
Foto 3: Stappen bij de activering van T-lymfocyten
Antigeenherkenning:
Naïeve T-cel (CD4+ of CD8+) herkent antigeen dat gepresenteerd
wordt door een APC (antigeen presenteerde cel)
o CD4+ → MHC-II
o CD8+ → MHC-I
Cytokinesecretie en receptorvorming:
Geactiveerde T-cel begint cytokines te produceren, vooral IL-2.
IL-2 wordt gesecreteerd en werkt autocrien:
o Stimuleert dezelfde T-cel die het produceert
o T-cel maakt IL-2 receptor (IL-2R) aan → versterkt activatie
Proliferatie:
IL-2 induceert celdeling → snelle expansie van geactiveerde T-cellen
Differentiatie:
Geactiveerde T-cellen differentiëren naar:
o Effector T-cellen:
CD4+ → helperfunctie (activatie macrofagen, B-cellen,
andere immuuncellen)
CD8+ → cytotoxische functie (doden geïnfecteerde
cellen).
o Geheugencellen:
CD4+ of CD8+ → zorgen voor snelle respons bij
volgende infectie
Effectorfunctie:
CD4+: cytokines → activeren macrofagen, B-cellen, versterken
inflammatie.
immuniteit
Foto 1: Soorten intracellulaire microben die bestreden worden door T-cel-
gemedieerde immuniteit
Doel van T-cel gemedieerde immuniteit: verdediging tegen micro-
organismen (MO) die zich binnenin cellen bevinden
1. Infectie van alle cellen (niet-fagocyten)
Pathogenen: virussen, sommige protozoa
Mechanisme: MO dringen cel binnen en vermenigvuldigen zich
→ negatieve effecten
Afweer: CD8+ T-cellen herkennen geïnfecteerde cellen en
doden ze direct
2. Infectie van fagocyterende cellen
Pathogenen: intracellulaire bacteriën, fungi, protzoa
Mechanisme: MO worden gefagocyteerde en komen in
fagolysosoom terecht
Afweer:
i. CD4+ T-cellen activeren fagocyten via cytokines en
CD40L om MO af te breken
ii. CD8+ T-cellen doden fagocyten als MO ontsnapt naar
het cytosol
Foto 2: Inductie- en effectorfases van cellulaire immuniteit
Inductiefase:
1. Antigeenherkenning
Antigenen van het MO komen via afferente lymfevaten in een
lymfeknoop
Naïeve T-cellen herkennen het antigeen via hun TCR (T-cel
receptor) in combinatie met MHC:
i. CD4+ T-cellen → herkennen antigeen op MHC-II
ii. CD8+ T-cellen → herkennen antigeen op MHC-I
2. Activatie en proliferatie
Co-stimulatie en cytokines (fagocyteren, inflammatie, MO
afdoden) zorgen voor activatie
T-cellen prolifereren en differentiëren tot effectorcellen:
i. CD4+ effectorcellen (T-helpercellen).
ii. CD8+ effectorcellen (CTL: cytotoxische T-lymfocyten
Effectorfase:
, 1. Migratie naar infectiehaard
Effector T-cellen verlaten de lymfeknoop en circuleren via
bloed naar het geïnfecteerde weefsel
2. Functie op plaats van infectie
CD4+ T-helpercellen:
i. Produceren cytokines → stimuleren macrofagen en
andere immuuncellen.
ii. Versterken fagocytose, doding van MO, en inflammatie.
CD8+ cytotoxische T-cellen:
i. Doden geïnfecteerde cellen (vooral cellen met
intracellulaire pathogenen)
Foto 3: Stappen bij de activering van T-lymfocyten
Antigeenherkenning:
Naïeve T-cel (CD4+ of CD8+) herkent antigeen dat gepresenteerd
wordt door een APC (antigeen presenteerde cel)
o CD4+ → MHC-II
o CD8+ → MHC-I
Cytokinesecretie en receptorvorming:
Geactiveerde T-cel begint cytokines te produceren, vooral IL-2.
IL-2 wordt gesecreteerd en werkt autocrien:
o Stimuleert dezelfde T-cel die het produceert
o T-cel maakt IL-2 receptor (IL-2R) aan → versterkt activatie
Proliferatie:
IL-2 induceert celdeling → snelle expansie van geactiveerde T-cellen
Differentiatie:
Geactiveerde T-cellen differentiëren naar:
o Effector T-cellen:
CD4+ → helperfunctie (activatie macrofagen, B-cellen,
andere immuuncellen)
CD8+ → cytotoxische functie (doden geïnfecteerde
cellen).
o Geheugencellen:
CD4+ of CD8+ → zorgen voor snelle respons bij
volgende infectie
Effectorfunctie:
CD4+: cytokines → activeren macrofagen, B-cellen, versterken
inflammatie.